Zoals aangekondigd gingen Zij en ik op cursus. Puppytraining. Dat was in deze bijzondere tijden makkelijker gezegd dan gedaan. Drie goed aangeschreven kynologenclubs werden gebeld en gemaild, zonder reactie. Toen één van hen na twee weken eindelijk contact opnam, waren de -overigens legitieme- smoesjes de lockdown, geen groepslessen, wachtlijsten vanwege alle coronapuppy’s en zo verder.

Dat is allemaal leuk en aardig, maar training schijnt nodig te zijn. Voor mij echt niet. Ik ben de baas namelijk en doe precies wat ik wil en Zij doet ook wat ik wil. Prima geregeld toch? Zij heeft echter het idee dat Zij de baas is en ik getraind moet worden. Zucht. Onzekere mensen…. zwaar vermoeiend allemaal.

Er werd stug verder gezocht en gevonden. Er kwam een plekje vrij bij een groepscursus, of eigenlijk een duo-les bij Hondenschool Hond & Mens. Via heel smalle dijkjes ergens achter Schagen kwamen we bij de trainingslocatie. Zenuwachtig als Ze was, schoot Ze direct in de sociale stand, ging zich voorstellen en kletsen. Hallo, en ik dan? Miauwen en zielig kijken werkt altijd, alle aandacht was ineens op mij, die allerschattigste witte pluizenbol, gericht.

Het andere hondje mocht dan twee weken ouder zijn, qua omvang was het geen partij voor deze stoere vent. Uitsloven joh, dat beest. Keurig meelopen, braaf gaan zitten, niet springen. ‘Dat kan Ravi vast allemaal niet’, ik hoorde het Haar denken. Natuurlijk kan ik dat allemaal heus wel, ik heb er simpelweg geen zin in. Jij hebt snoepjes in je handen, dus die geef je aan mij zonder dat ik daar netjes voor hoef te gaan zitten of te lopen.

Hm, zo scheen het dit keer toch niet te werken. Ik moest helemaal gaan luisteren, wat een gekkigheid. Mij eerst lekker maken met een snoepje, dan dat snoepje heel snel wegnemen en een lege hand tonen. En dat allemaal omdat ik moet leren wat het woord ‘nee’ betekent. Ik vind het een nogal kromme gedachtegang. Echt mens die honds denkt, lekker ingewikkeld. Na een paar keer oefenen gaf ik maar toe, om van het gezeur af te zijn.

Meelopen leek stukken makkelijker. Alsof Ze een paard een wortel voorhield, zo liep Ze kromgebogen een snoepje voor mijn neus te houden terwijl we ook nog moesten lopen zonder over elkaar te struikelen. Zo simpel was het dus niet, maar Zij deed haar best en ik kreeg snoepjes.

Ze heeft een heel boekwerk meegekregen waar alle oefeningen en theorieën in beschreven staan. Dat moeten ze bestuderen. Via de computer krijgen ze een theorieles. Zie je wel: de training is vooral voor de mensen. Na tien lessen moeten we examen doen. Ik ben benieuwd of Ze dan alles geleerd heeft én of ik dan zin heb om te doen wat Ze vraagt.

We gaan het zien, oftewel: on verra!


Categorieën:Ravi

Een poosje terug lag er ineens een berg wit spul in de tuin. Nou, dat was lachen! Ik kon eindelijk mijn speurneus gebruiken en neusballen met koude witte bolletjes. Springen met alle vier mijn ijsbeervoeten in de lucht en dan neerploffen in de sneeuw, rondjes rennen achter mijn zowat bevroren staart aan en ijsgekoelde keutels draaien. Zij wilde me uitlaten en gleed bijna uit op de ijsvloer. Hoewel ik scherpe nageltjes, spikes, aan mijn voeten heb, glibberde ook ik af en toe als Bambi op het ijs. Geweldige tijd.

Jammer dat het nu weg is. Hoewel dat ook zijn voordelen heeft. Nu kan ik het gazon lostrekken en wroeten in de modder. En Zij binnen maar in de weer met handdoeken, boenen en dweilen. Dan sta ik tien minuten later weer te jammeren voor de tuindeur, hop weer naar buiten, lekker vies worden en naar binnen denderen zonder voeten vegen. Zo blijft Ze lekker bezig.

Samen stofzuigen, dat is niet mijn favorietste hobby. Wat maakt dat ding een herrie. De kruimeldief is minstens net zo erg. In het begin kon ik dan nog veilig weggedoken onder de olifant schuilen, maar die is gekrompen. Pianospelen samen is veel leuker, fijn op de bewegende voeten op de pedalen liggen en een soort van muziek uit die kast horen. Die piano mag wel eens gestemd worden en Zij kan wel wat lessen gebruiken, maar dat mag de pret niet drukken.

Ze moeten altijd om me lachen, ik ben dan ook heel grappig. Ik kan heel zielig kijken terwijl er niets aan de hand is. Gewoon neppen, kijken of ze erin trappen. Wat bijna altijd lukt. Heel hard rennen vind ik geweldig, of flaneren met zwoel wiegende heupen. Weet je hoe ze dat durven te noemen? Een waggelgatje, een schommelkontje. De brutaliteit! En als ik uitgedaagd word door mijn staart draai ik rondjes tot ik een halve salto maak en keihard op mijn kop terecht kom. Of ik lig te maffen op mijn kussen en rol er prompt van af. Vinden ze grappig. Ik wat minder. Ze noemen me niet voor niets een clownshondje. Vrolijk met een droevig bestaan.

Nee serieus, ik heb echt een heel zwaar leven. Als ik mijn eten opgeschrokt heb (altijd veel te weinig), zijn er niet nog meer bakken om te plunderen. De eerste dagen ging ik daar wel naar op zoek, maar helaas. Geen hondenfamilie, dus ook geen extra hondenvoerbakken. ‘Ik heb het honger’, zoals een van hun kinderen vroeger altijd verkondigde. Ik heb het honger, altijd.

Aan de andere kant… Mag ik op koude avonden languit voor de open haard liggen snurken. Hoef ik mijn kussen, mijn mandje en mijn bench niet te delen. Heb ik in de auto, zelfs in de Dyane, mijn eigen mandje, een troon speciaal voor mij.

Ach, zo zwaar is dat leven eigenlijk helemaal niet. Kijk maar.


Categorieën:Ravi

Drie weken ben ik nu bij mijn nieuwe gezin thuis. Zij hebben mij Ravi genoemd, dat is Sanskriet voor ‘Zon’. Zon hebben ze immers nooit genoeg en met mij haalden ze een zonnetje in huis. Mijn doopnaam, of stamboeknaam (haha, alsof je het over koeien hebt) is voluit Rum of Cotton’s Queen, zoon van Amber van de Lotnins (Skye) en Neptun the Sweetest Coton (Nigel). Een hele waffel vol. En zeg nou zelf, Rum heeft toch een wat alcoholische bijsmaak? Vandaar Ravi, dat spreekt voor zich.

Na drie weken is luisteren naar mijn nieuwe naam jammer genoeg nog steeds niet mijn sterkste kant. Ja, als er eten in de buurt is, of ze me met snoepjes lokken. Dan wil ik wel luisteren. Maar dat is meer mijn neus die zegt dat er iets van me verwacht wordt dan mijn oren.

Ik moet nog heel veel slapen. In het begin deed ik dat ’s nachts lekker in mijn hok naast Haar bed. De eerste nacht miste ik mijn mama, tante en broer en zus wel, in mijn nieuwe nest. Maar als ik piepte stak Zij dan haar vingers door de tralies en werd ik in slaap gesust. Daarna verhuisde mijn bench naar de andere kant van de kamer en weer wat later naar de overloop. Omdat dat allemaal zo goed ging werd besloten dat ik beneden moest slapen, ik denk omdat ze mijn bed niet meer wilden versjouwen. Dat was elke avond en ochtend namelijk een heel gedoe. Haha, dat hebben ze geweten.

Zetten ze me in de gang, vlak naast de keuken. Sufferds. Was ik net in slaap, begon er een machine met hels kabaal af te wassen. Dus Hij naar beneden, machine uitzetten, mij gerust stellen en even buiten zetten want van schrik moest ik natuurlijk plassen. De volgende avond bleef mijn bed dan ook gewoon op z’n plek in de woonkamer staan. Camera voor mijn snufferd en deuren open zodat ze me konden horen. Inmiddels ben ik al wel een beetje gewend aan al die gekke geluiden van de straat, van de buren, van de vloer boven.

Al twee keer ben ik bij de dierenarts geweest. De eerste keer wilden ze mijn tenen tellen en onderzoeken of ik wel een echte kerel was. Nou, dat ben ik heus. Om te controleren of ik nog genoeg weerstand had voor enge hondenziektes moesten ze mijn bloed hebben. Gelaten onderging ik het aderlaten. Er lagen snoepjes in de hand van de assistente, dan wil ik wel braaf zijn. Later bleek dat ik niet genoeg antistoffen van mama meer had, vandaar dat ik moest terugkomen om ingeënt te worden. Ook een makkie. Omkopen werkt, ik zweer het je.

Straks gaan we op puppycursus. Ik denk alleen dat het vooral lessen voor Haar zijn, want ik heb geen les nodig. Zij moet Honds leren spreken, Zij is degene die dingen moet leren zodat Zij het mij kan leren. Ze zal heel veel hondensnoepjes nodig gaan hebben!


Categorieën:Ravi

Op 8 januari, twee weken na het eerste bezoek, gaan we weer naar Houten. De vijf oudste pups, de kleinen van Maan, worden dezer dagen allemaal door hun nieuwe verzorgers opgehaald. Het Katoenen huishouden raakt al wat leger.

Gijs krijgt Muck, het kleinste reutje op schoot, ik het grootste, Rum. Als ik later de foto’s en filmpjes naar de kinderen stuur, stemmen ze unaniem voor ‘de mijne’. Wij laten de keuze echter aan Serena, die observeert het stel tenslotte de hele dag en kan daardoor het best inschatten welk hondje het best bij de volgende eigenaar gaat passen. Voor ons blijft het nog even spannend.

De tijd schrijdt voort. Er moet nog veel gebeuren voordat we ons hondebeest thuis kunnen ontvangen. De jongste zoon moet verhuisd worden, onze parketvloer wordt geschuurd en gelakt en daarna moet de woonkamer puppyproof gemaakt worden. Dat wil zeggen: alle overbodige tuttemerul veilig stellen, alle kabels wegwerken, stopcontacten veilig maken. Alsof je een huis voorbereidt op de komst van een kruipende peuter.

Internet wordt afgeschuimd op hondenspullen. Een bench met toebehoren, water- en voerbak, leuke speeltjes, een halsbandje, een riem, een autozitje en een tas om hem in te stoppen als we boodschappen gaan doen. Ook dit voelt als het inrichten van een babykamer. Natuurlijk overdrijven we schromelijk, zoveel spullen hebben we eigenlijk niet nodig. Maar het is zo leuk, shoppen voor de toekomstige spruit…

In die dagen krijgen we een telefoontje. Serena en Jurgen zijn tot de conclusie gekomen dat Rum Ravi zal worden. De kinderen hadden gelijk, zoals altijd. We zullen er een hoop plezier mee beleven: Ravi is veruit de grootste vreetzak, de ondernemendste en dus ondeugendste, actiefste doerak van het stel. We gaan wat meemaken wordt ons voorspeld. Het kan ons niet afschrikken.

Omdat Ravi zo ver voorloopt op de rest, mogen we hem bij het volgende bezoek op 30 januari al gelijk meenemen. Superspannend vind ik het. Bij de koffie krijgen we een bijzonder uitgebreide voorlichting over de verzorging van Ravi. Van het voer-  tot uitlaatschema, van de vachtverzorging tot de inentingen, van zindelijkheid tot bench-training, van stamboom tot chipnummer. Het is echt teveel informatie, ik ga dat nooit allemaal onthouden. Daarvoor krijgen we ‘de bijbel’ mee. Een dik handboek dat met elke pup meegaat naar zijn nieuwe thuis. Hier staat werkelijk álles nogmaals in, zodat ik het altijd op kan zoeken.

Na een paar uur praten nemen we Ravi met ons mee. Serena en Jurgen knuffelen hem nog een keertje, voorlopig voor het laatst. Dat we elkaar weer zullen ontmoeten, staat bij voorbaat al vast. Doeg, tot weerziens!


© kopfoto: Of Cotton’s Queen

 

Categorieën:Ravi

Als we na twee weken bij de puppy’s mogen komen kijken, ligt een ontstoken blindedarm dwars. Daar ben ik zomaar een week zoet mee en daarna ben ik geen stuiver meer waard. Het bezoek aan de hondjes moet uitgesteld worden.

De kerstverrassing voor de kinderen is daarentegen zeer geslaagd. Huilen van het lachen, lachen om het huilen. “Krijgen jullie nou eindelijk een puppy?”

Na de kerstdagen gaan we op kraamvisite. De vijf kinderen van Maan (Bronze, Silver, Gold, Pearl en Diamond) lopen ruim drie weken voor op de kleintjes van Skye (Jura, Muck en Rum, genoemd naar Schotse eilanden). Maan is de dochter van Skye. Hun pups hebben echter alle acht dezelfde vader. Het zijn neefjes, nichtjes, halfbroers en -zussen tegelijk. Snap je het nog? In de hondenwereld is dit heel normaal.

Ondanks mijn gammele toestand genieten we van de tien honden. De 101 Dalmatiërs maar dan in het klein. Een vrolijke beestenboel. 

Met zijn tienen worden ze verzorgd door Serena en Jurgen. Met eindeloos geduld en heel veel liefde worden ze begeleid bij het groter groeien. Amper drie weken oud stelen de kleinsten al voer uit de bakjes van de grotere. Niks geen pap of stomme brokjes, maar gewoon echt vlees. En tussendoor zijn de moeders inwisselbaar om bij te drinken.

We blijven veel te lang plakken, moeten dan toch echt de terugreis weer aanvaarden. Als ik de foto’s toegestuurd krijg die Serena van ons gemaakt heeft, zie ik een middelbaar stel totaal verliefd naar een paar wriemelende frutsels staren. Het wachten tot we er eentje mee naar huis mogen nemen duurt lang…


© kopfoto: Of Cotton’s Queen

 

Categorieën:Ravi

Dit verhaal begon al lang, lang geleden. Een hondje. Eigenlijk hebben we altijd al een hondje als huisgenoot gewild. Steeds waren er wel argumenten te bedenken waarom het niet verstandig was. We wilden reizen, lange, verre reizen met het vliegtuig. We hadden drie opgroeiende kinderen. We werkten allebei, het beestje zou dagenlang alleen thuis zijn. Nee, verstandig was het niet.

Nu kenden we al jaren Mijnheer de Vries, het hondje van onze vriendin in Zuid-Frankrijk. Een soort wollig, wit teddybeertje, slim, eigenwijs en mega-grappig. Een Coton de Tuléar, Katoenhondje, Clowntje van Madagascar. Allemaal mooie namen voor een hypoallergeen pluizenbolletje op pootjes. Toch bleef die wens in de ijskast.

Dat wensen in een ijskast lang bewaard kunnen blijven, bleef te bewijzen over. Nu ik niet, en Gijs thuis werkte gingen we aldus op zoek naar een Katoentje. Alle fokkers werden benaderd, voor elk nieuw nestje kwamen we op een wachtlijst. Telkens visten we achter het net. In november had ik de zoektocht al bijna opgegeven. Ik checkte nog één keer alle sites van de Coton fokkers en ineens waren er twéé nestjes in aantocht. Kijk, dat bood perspectieven.

Er werden acht pups verwacht, heel misschien negen. Wij kwamen als nummer 9 op de wachtlijst. Twee dagen later gingen we kennis maken met beide moedertjes in spé, Maan en Skye. Daarna moesten we maar duimen dat er inderdaad een ‘meneer Jansen’ in één van de buikjes zat voor ons…


8 december 2020

“Met blijdschap geven wij kennis van….”

Na een avond slopen, de vloer openbreken om te kijken hoever de rotte CV leiding onder de vloer voor onmiddellijke problemen kan zorgen, gaat ineens mijn telefoon. Wie belt er in vredesnaam zo laat?

‘Of Cotton’s Queen’? Het zal toch niet…? Zenuwachtig neem ik op.

Na vijf pups van Maan, is Skye bevallen van drie gezonde puppers. Eén teefje… ja, en dus twee reutjes. En? En omdat nummer 8 op de wachtlijst persé een teefje wilde, wordt een van die reutjes dus…

VOOR ONS!

Het hele zorgenpakket over de vloer en rotte leidingen is totaal naar de achtergrond verdrongen. Ik hups als een malle door de onttakelde kamer. “Puppy’s! Puppy’s!” Gijs komt grijs bestoft de garage uitgestormd, wat gebeurt er? Puppy’s! Grote ogen kijken me achter het stofmasker en veiligheidsbril aan. Puppy’s? Ja! En wij krijgen er eentje!

Ojee. Gaat het na al die tijd dan toch ECHT gebeuren? Hoe gaan we dit geheim houden voor de goegemeente tot kerst, tot we op kraamvisite geweest zijn?

-wordt vervolgd-


© kopfoto: Of Cotton’s Queen

Categorieën:Ravi

Vorig jaar januari ging er een uitdaging rond, ’tien dagen uit je leven in zwart-wit’. De bedoeling: tien dagen lang elke dag een zwart-wit foto van je dagelijkse leven op facebook plaatsen, zonder uitleg en -zo mogelijk- een vriend(in) nomineren hetzelfde te doen.

Al doe ik eigenlijk nooit mee met zulke challenges, dit vond ik een creatieve gedachte waar ik me wel aan wilde wagen. Zwart-wit foto’s maakte ik zelden, daar mocht weleens verandering in komen.

Mijn opleiding reisjournalistiek was pas begonnen, als eerste plaatste ik een foto vanuit de trein. Een rugleuning, het raam en het landschap dat aan me voorbijtrok. Er volgden foto’s van een wachtruimte in het ziekenhuis, de Dyane met de motorklap open in de garage, een merel in de tuin, JP Coen met tegenlicht, mijn laptop, Robin’s Master hoedje, de koffiemachine, de pizza, het kanaal, de open haard, een kopje koffie op het perron. Dat waren er twaalf, maar dat mocht de pret niet drukken.

Op facebook kwam gisteren dan een herinnering voorbij van de vriendin door wie ik uitgedaagd was. Ze merkte op hoe normaal het vorig jaar januari was, dat kopje koffie met je collega’s. “Wat is nu alles veranderd…”, verzuchtte ze.

Wat zag het leven er toen anders uit, wat vonden we de dingen heel gewoon. Het dagelijks leven trok aan ons voorbij, haast gedachteloos. Wat moeten we ons nu veel ontzeggen, wat is er veel onmogelijk geworden, wat moeten we toch allemaal voor voorzorgsmaatregelen nemen. Is het leven nu echt zo zwart-wit?

Als ik echter naar mijn eigen foto’s uit dat dagelijks leven van januari kijk, zie ik helemaal niet zoveel verschil. Ja, die treinreizen naar Utrecht die zijn helaas gestopt, de opleiding reisjournalistiek kon niet afgemaakt worden. Heel erg jammer, maar er komt nog wel eens een kans. Zoonlief zal dit jaar niet weer een masterdiploma halen. Alle andere beelden zie ik nog steeds, zo niet dagelijks dan toch wekelijks. De pizza, de open haard, het geduldige kanaal, het hoort allemaal bij mijn gewone dagelijkse leven. Vorig jaar en de jaren ervoor, dit jaar en de jaren hierna.

Misschien moet ik de post nieuw leven inblazen, en dezelfde vrienden uitdagen ándere zwart-wit foto’s te plaatsen. Zoek de verschillen, zoiets. Als ik het goede voorbeeld wil geven, moet ik eerst zélf op zoek naar die verschillen. Er beginnen wel wat ideetjes te borrelen, dus wie weet. Hou facebook in de gaten, voor je het weet word je uitgenodigd hetzelfde te doen!

 


De storm steekt op. Een orkaan uit het niets zaait dood en verderf in dorpen, in steden. De boer leest de krant en ploegt voort. China is ver weg. 

De storm trekt verder, gaat op wintersport, viert carnaval. Het vernietigende spoor komt dichterbij, gezinnen worden uiteengerukt en bewoners weggevaagd. De plattelander leest de krant en zet vanuit huis zijn strijd tegen de windmolens voort. Brabant is ver weg. 

De warmte van de zomer maakt de storm loom en zwak. Hij gaat liggen op de bank, zich bezinnend over nieuwe streken. Want oh, hij heeft nog zoveel te vieren, hij is nog lang niet uit gesold. Laat valse vrijheid en schijnveiligheid zo lang maar lonken. 

Het wordt herfst, winter. De storm ontwaakt uit zijn dutje. Genietend van de kou viert hij alle feesten mee, brokstukken achterlatend. De dorpeling kijkt het journaal en blijft binnen. Voorzichtigheid wordt overdreven zorgvuldig nageleefd. Verraderlijk sluipt de storm naderbij. Hij is slinkser, weet zich met een zuchtje door elke kier heen te dringen.

De storm is in de straat, willekeurig maar onverbiddelijk. Hij sleurt haar vastberaden uit het huisje, keert een paar dagen later terug om hem te grijpen. Beide zielen verdwijnen in het oog van de orkaan en zullen pas levenloos thuis gebracht worden. Niet geheel meedogenloos, nee, welhaast barmhartig nam de storm beide levens zodat de één niet zonder de ander hoefde te leven.

Een kring naasten is verzameld bij het huis, een groot gat in hun midden. Samen overspannen ze de leegte. Het is stil.

Onbeschrijfelijk, onbegrijpelijk. Stil.

 

De storm? Hij woedt nog altijd voort.


Het ging allemaal zo goed. Zo’n kalmte waarop alles de goede richting op lijkt te stromen. Ondanks een lock down, ondanks onzekere tijden qua werk ontdekte je toch vooral lichtpuntjes als fonkelingen.

Je ging zeilen op die euforie, alles was nu eindelijk goed en dat zou zo blijven. Het risico lag echter allang op de loer. Al die tijd lag die hamer klaar om je uit koers te meppen. Je had het kunnen weten, je had het eerder meegemaakt. En toch hield je nergens rekening mee. De hamer mepte.

Je leeft je leven nu weer per dag. Men zegt: ‘vertrouw op de oceaan en surf op de golven’. Ik kan je vertellen: het water is diep en de stroming soms verraderlijk. Er is veel vertrouwen en moed voor nodig. Elke keer weer denk je dat je verzuipt, nu gaat het echt gebeuren. Elke keer komt dat gevoel over je. Terwijl je weet dat ook deze golf je uiteindelijk aan land zal brengen, ook dit gaat voorbij. Je weet het, ook dat heb je al zo vaak meegemaakt. En toch denk je deze keer weer dat het niet erger kan. Je gaat weer koppie-onder.

De volgende morgen word je wakker en komt de zon op. Alle kleuren rood en paars lossen vanuit het donker op in stralend blauw. Het uitzicht is helder. Op slag lijken je zorgen van gisteren, je angst en pijn verdwenen. De golf bracht je weer thuis.


 

Eind november. De zon laat het al weken afweten, de dagen zijn grijs en grauw ontkleurd. We vragen ons uiterst serieus af wáár in Nederland die zon dan wel schijnt. Steeds verschijnen er gezellige herfstfoto’s op facebook van Eend- en Dyanerijders die nog gauw een mooie laatste rit rijden voor hun dierbare voertuig voor drie maanden in winterslaap gaat. Indian Summer-beelden langs het water, een lage zon streelt een pracht Acadyane bij een kerktoren en voor die oerhollandse molen staat een glimmende Charleston. Wáár dan?

Onze Dyane staat al die tijd geduldig in de garage te wachten tot hij ook mag buitenspelen. Wijzelf zijn minder geduldig.

Het wordt december. Zaterdag zien we zowaar een strakblauwe hemel. De zon schijnt, we kunnen, we zullen, we gaan. Haha. Dat moet je natuurlijk nooit te hard zeggen. Wat is die witte troep op straat? De eerste nacht dat het een halve graad vriest is er onmiddellijk door bezetenen gestrooid. Willen we ons beessie aan die pekel blootstellen?

Ik pleit dat één rondje niet zoveel kwaad kan. De bietencampagne-bagger is erger. Ach, je hebt gelijk, laten we gaan.

Sleutel omdraaien. Geen reactie. Niks.

Een simpel loshangend draadje tussen accu en startmotor blijkt gemakkelijk weer aangesloten te worden. Nóg een keer proberen. Starten en rijden. Bij de eerste rotonde: hm, de remmen zijn sponzig. Rondje rotonde terug om ze thuis nogmaals te ontluchten. Een paar keer remmen en loslaten, alle lucht eruit en de leidingen goed doorsmeren. Nu moet het goed zijn.

Poging twee. Sleutel omdraaien. Geen reactie. Helemaal niks.

Nu is een ander stekkertje naar de startmotor kapot. Laat Gijs er nou nog een hebben liggen, het repareren is een kwartiertje werk. Wat beducht stappen we in.

Poging drie. Sleutel omdraaien, starten en lopen. Gewoon zoals het hoort, waar maakten we ons nou zo druk om. Driemaal is scheepsrecht toch?

De tomtom-spannende-route leidt ons langs de rechte polders en de Zuiderzeedijk naar Scharwoude en Schardam. Bij Etersheim staat een molen waar we pauzeren. Lunchtijd hebben we immers gemist door de valse starts.

Door naar Edam en Volendam, waar ouderwets zwarte Zwarte Pieten op nieuwerwetse bredebanden snorbrommers vrolijk naar ons wuiven. Ze kunnen geen helm op vanwege de veer op hun zwierige Pietenbaret. Humor in Holland. Dan volgen Katwoude, Monnickendam en Broek in Waterland. De zon houdt het voor gezien en gaat onder een dik donker wolkendekbed een dutje doen. Wolken in Waterland. Logisch.

Langs de andere kant van de Beemster rijden we weer naar het noorden. In het drukke Purmerend staan we voor een stoplicht te wachten. ‘Die zie je niet vaak, daar rijden er niet zoveel meer van in Nederland’ horen we een man zijn metgezel vertellen. Klopt, Dyaantjes zijn zeldzamer dan Eendjes. En wij horen bij de gelukkigen die er eentje hebben. Voldaan keren we huiswaarts.