Wat jullie nog niet weten is dat ik praktisch gediplomeerd hulp in de huishouding ben, oftewel h in de hh. Van nature ben ik nou eenmaal heel behulpzaam. Geloof je me niet?

Oké, die stofzuiger vind ik een onzalige uitvinding. Die lawaaierige machine met een slang en een snoer waar ik niet in mag happen, dat apparaat dat van die rare bewegingen maakt waar ik niet op bedacht ben…. Ze kan beter gewoon dweilen. Daar kan ik wel mee helpen, dan trek ik de dweil gewoon waar ik hem hebben wil, hoeft Zij niets voor te doen. Samenwerken noemen we dat.

Als Ze de was gaat vouwen, zet ik bij het straktrekken van de lakens een tandje bij, raap gevallen sokken op en schud de handdoeken los. Boven mijn hoofd bungelt ineens een broekspijp, die moet ik even terechtwijzen. Als alles gevouwen in de mand ligt, haal ik het er weer uit. Het kan vast nog netter.

Voor mijn Beveiligerscertificaat ben ik in opleiding. Zo leer ik bijvoorbeeld hoe ik de boodschappen in het winkelkarretje moet bewaken; buiten zou ik hard moeten trainen in het wegjagen van katten en kraaien maar die zijn niet interessant; en thuis heb ik samen met mijn vriend de deurstopper dagdienst als drempelwachter. Eén oor gericht op het huisspook, de krakende tussendeur, het andere oor gespitst op de koelkastdeur. Op den duur is het zelfs de bedoeling dat ik indringers in de gordijnen jaag maar daar moet ik nog flink op studeren. Ik vind iedereen namelijk even lief.

Buren-Hulp hoort ook tot mijn takenpakket. De buurkinderen zijn het binnen-zitten zat. Ze komen braaf aanbellen of ze als-je-blieieieft met me mogen spelen. In de tuin mat ik mijn kameraadjes helemaal af, werp ze omver en klim over ze heen. Als zij me uitlaten doen we wedstrijdjes wie het eerst bij het bankje is. Sjonge, wat kunnen die hard rennen! Ik speel een beetje vals door aan de riem voor en achter ze langs en tussen de benen door te sjezen. Moeten ze subiet een noodstop maken. Geweldig spelletje.

Naast dat alles ben ik een alles-inzetbare Zorg-Hulp. Hoe erg ze ook in de stress schieten wanneer ik iets sloop of mijn kont in het zand zet, ze moeten bijna altijd om me lachen. Dat verlaagt hun bloeddruk. Zelfs als ik lekker lig te slapen liggen ze in een deuk. Ja, dat ‘ha in de haha’ mag je gerust letterlijk nemen.

Zo gezond, een hond!


Categorieën:Ravi

Blijkbaar staat ons iets fijns te wachten op deze zonnige vrijdag, zo enthousiast als ze zijn wanneer we op een vrijwel verlaten parkeerterrein uit de auto stappen. Aan de riem, braaf naast lopen. Netjes stilzitten en dan pas oversteken. Jaja, ik heb al een boel geleerd. 

Komen we bij een grote berg, moet ik he-le-maal naar boven sjouwen. Dat is best zwaar voor mijn korte pootjes kan ik je vertellen. Er is enorm veel te ruiken hier: struiken, gras, meeuwenpoep, miljoenen hondjes, andere beesten, mensen… teveel om in het langslopen te determineren. Eenmaal boven, moeten we weer naar beneden. Dat schijnt een natuurwet te zijn. Geen idee wat dat betekent. Ik hobbel met ze mee want ik vermoed een spannend avontuur in de verte. Er komt steeds meer zand onder mijn voeten. En moet je horen: geraas, gekrijs, geblaf, geritsel en dat allemaal tegelijk. 

Dat mijn voeten wegzakken in dat zand is blijkbaar de bedoeling. Ze vinden het grappig. Ik niet zo. Zoveel zand, ik ga hier niet aan gravengraven beginnen. Geef mij dat hardere zand verderop maar. Daar liggen lekker veel schelpen die ik kan uitlikken. En zeewier waar ik mee kan stoeien en troep waar ik op kan knagen. Als ze het afpakken, zoek ik gewoon iets nieuws, er ligt genoeg. De uitgestrekte vlakte is zo groot dat ik er los mag lopen. Wat een feest! Ik kom heus wel terug rennen als ik geroepen word, wees niet bang. 

We lopen dichter naar de ruisende golven toe. De meeuwen aan de waterkant schreeuwen omdat ze gestoord worden bij hun lunch. Dat zou ik ook niet pikken. Het water schijnt ‘zout’ te zijn. Geen idee wat zout is, ik kan het niet proeven. Ik vind die natte, schuimende, onberekenbare bende in elk geval waardeloos. Mij doe je er geen lol mee. 

Die grote deuken in het zand zijn vast van die torenhoge beesten die ik in de verte hoor aankomen. Kataplof, kataplof, kataplof, drie pikzwarte knollen denderen met een rotvaart op ons af. Wat hebben die nou aan hun kont hangen? Een tweewielig karretje met een mens erin. Hard dat ze gaan, joh! Klopperdieklop, klopperdieklop, klopperdieklop en ze zijn voorbij. Wauw, dat was gaaf.

Jammer dat ik kleurenblind ben, het blauw van de azuren lucht en het zilver van de zee schijnen prachtig te zijn. Tegen de zon in lopen we terug. De warmte in mijn gezicht voelt als een zalige verwenmassage met licht. 

Het probleem zit hem natuurlijk in de staart. Nee, niet mijn staart, ik bedoel het laatste eind lopen. Diezelfde natuurwet. We zijn naar beneden gegaan, dus moeten we nu naar boven. Sjokkerdesjok. Poeh, ik ben er moe van. Even zitten hoor. Ja, je kan sjorren wat je wil maar wat er op zijn kont zit, loopt echt niet netjes mee. Zo gaan die dingen. Stukjes bij beetjes en voorzien van de nodige snoepjes lokken ze me mee en draaien we de bocht om naar beneden. Ik ruik de auto al.

Ze hebben, heel slim, zelfs mijn waterbak meegenomen. Fijn, ik lust wel een slokje. Voor de vorm sputter ik daarna wat tegen als ze me in de auto zetten maar ik geloof niet dat ze er erg van onder de indruk zijn. Ik rol me bekaf bovenop mijn konijn. Morgen wil ik hier weer naar toe, maar laat me nou een poosje slapen alsjeblieft.

Op facebook kunnen haar facebookvriendjes filmpjes van mijn capriolen bekijken. In album Ravi staat er ook eentje van een klein hondje op een groot strand. Dat hondje ben ik dus.


Categorieën:Ravi

Dat was me een onrustig nachtje! Die wind die het glas in de sponningen deed rammelen, die boze wolven die door de schoorsteen loeiden terwijl de regenbuien tegen de ramen kletterden… wat een herrie om het huis, wat een kabaal!

Eindelijk wordt het weer licht. Als ik wakker word, moet ik natuurlijk erg nodig plassen. Hij zet me al bibberend op het gras waar ik mijn behoefte kan doen. Ik knal bijna zijwaarts tegen het tuinhekje aan, bladeren fladderen om mijn oren en de kraaien krijsen op de orkaan. Gauw-gauw weer naar binnen.

Ze zegt: ‘Kom, we gaan lopen, kop in de wind, lekker uitwaaien’. Het is maar wat je lekker noemt. Ik zie geen bal met mijn haar voor mijn ogen, mijn oren wapperen alle kanten op en mijn neus krijgt een wirwar van vliegende luchtjes te verduren. Het zand van de stratenmakers scrubt mijn zijdezachte biotex-vacht. Zij krijgt een ruk van de riem als ik van de stoep af waai. Hoe kan ik nou netjes ‘naast’ lopen? Zij ligt in een deuk en vindt het allemaal reuze grappig. Dat is het ook wel een beetje maar we worden er wel koud van.

Thuis plof ik uitgeput in mijn bed, even bijkomen en relaxen hoor. Haar voeten warmen op voor de open haard. Vreselijk vermoeiend, zo’n storm.


Categorieën:Ravi

Van socialiseren, zoals ze dat zo mooi noemen, kwam natuurlijk niets terecht toen ze in isolatie moesten. Zij niet naar buiten, ik ook niet. Ja, ik werd de tuin in gebonjourd als ik luid genoeg liet merken dat ik écht, heus moest plassen, maar verder kwamen we nergens en zagen we niemand. 

Wandelen moest ik aan de riem door de tuin. Na drie rondjes waren ze al moe. Ik nog lang niet. De zon scheen. Zij gingen in een stoel zitten uithijgen en ik mocht gravengravengraven. Gravi. Lekker met zwarte moddersokken en klei in mijn snor. Slakken eten tot ze werden afgepakt. Kon ik mooi een nieuwe slak gaan zoeken, er waren er genoeg.

Na een eeuwigheid werden ze vrij gelaten, zodat we de straat weer op mochten. Keten met de buurkinderen, snuffelen aan de buurhonden en het gemeentegras aan een uitgebreid bodemonderzoek onderwerpen. Hèhè, eindelijk. We zijn er weer.

Voorzichtig gaat Hij in de tuin aan het werk. Ik haal alle bollen voor Hem naar boven. Hoeft Hij niets voor te doen. Takken sleep ik gauw weg want in de vuilnisbak gooien is zonde. Samen in de tuin werken. Zij wil filmen hoe goed ik dat doe. Daar wordt Ze duizelig van, ik ren namelijk sneller dan Zij kan draaien. Lekker graven, lekker draven.

We zijn zelfs weer naar school geweest. Natuurlijk heeft Ze een hoop lessen gemist, dus ík moet mijn beste voetje voorzetten:
‘Naast’ lopen is een makkie. Vervolgens mag ik niet naar de andere hond omkijken, simpel. Ik weet namelijk waar de brokken te halen zijn, en dat is bij Haar. Die hond heeft niets.
‘Af’? Moet ik gaan liggen in dat natte gras? Dank je de koekoek. Dat komt wel een andere keer.
Er is iets wat ze ‘aandacht’ noemen. Wat ze daarmee willen is me niet helemaal duidelijk. Haar ook niet.
‘Blijf’ -als ik moet blijven zitten- lijkt niet zo moeilijk maar er is zóveel afleiding! Meeuwen krijsen boven mijn hoofd. Een auto komt langs. Daar, een fietser met een grote hond. Pas als die allemaal voorbij zijn kan ik weer op Haar letten. Waar waren we? Oja. Blijf.
Op ‘Ravi, hier!’ reageer ik direct: jiehaaaa snoepies!
Verder weet ik wat ze bedoelen met ‘los’. Dan verwachten ze dat ik alles uit mijn mond laat vallen en aan Haar geef. Geen probleem, dan hap ik wel in Haar hand. Dat je het even weet. Dat schijnt niet te mogen. Word ik een poos genegeerd. Saai. Volgende keer toch maar braaf doen, dan gooit ze die stok/die bal/dat speeltje/dat trektouw nog een keer weg en mag ik terug racen om het op te halen. Dat kunnen we lang volhouden, ik een beetje langer dan Zij.

Tjee, wat een boel kunstjes hebben we al moeten leren. Die moeten we de komende weken wel goed blijven oefenen anders is Zij ze weer zo vergeten. Ik hoop dat Haar geduld net zo groot is als de tuin.

 

Kom nou speeeeelen!

Spelen in de tuin en met mijn baggerpootjes terug onder de tafel kruipen.

Na een zware dag is het goed rusten.


Categorieën:Ravi

Een jaar lang waren we bang gemaakt, een jaar lang glipten we overal tussendoor, een jaar lang waren we eraan ontsnapt. We wisten dat het virus de laatste maanden in het dorp en de straat vreselijk tekeer ging. En nog waanden we ons veilig en dachten overal aan te kunnen ontkomen. Tot we, precies een jaar na de eerste Nederlandse melding, allebei dan eindelijk toch klos waren. Ingehaald door het coronavirus.

Je weet niet wat je overkomt.

Afgezien van het beroerd voelen, wordt je ook nog het hemd van je lijf gevraagd door de GGD en krijg je een waslijst aan maatregelen opgedragen. Je huis aanpassen, wassen draaien, alles constant achter je schoonmaken. Met je zieke lijf en een hoofd vol watten moet je ineens aan duizend dingen gaan denken en met je zwabberende benen je huis doordweilen. Zie je het voor je?

Tel daarbij het schuldgevoel, de verantwoordelijkheid voor iedereen die je vlak voor je klachten nog gezien hebt. Zou je iemand hebben besmet, hoe onwaarschijnlijk dat ook is? Die zorgen drukken haast nog zwaarder op je gemoed dan het virus zelf. Het psychologische effect, je voelt je een halve crimineel.

Op het moment dat je denkt: ‘het gaat wel weer, laat ik eens gaan stofzuigen’ kun je beter in een hoekje gaan zitten en niets doen, want je bekoopt het direct met een koortsaanval of duizeling. Wanneer je je zit af te vragen wat ze bedoelen met smaak- en reukverlies hoef je maar rustig af te wachten tot je een smerig chemisch luchtje in je neus krijgt, waarna je vervolgens helemaal niets meer ruikt. Dat dus. Dat is Corona in milde variant. Zoiets als een stevige griep? Vergeet het maar. Het lijkt er in de verste verte niet op.

Na een week belt dan de GGD weer, of je je al wat beter voelt. Grapjas.

Gelukkig waren we samen ziek en zaten we samen in quarantaine. Gelukkig konden wij in de tuin in de zon zitten terwijl Ravi zichzelf uitliet. Gelukkig sliep Ravi nog heel veel zodat wij ook konden slapen.

Schreef ik in december iets over Golven, over dingen die buiten jou om met jou gebeuren, dingen die je dan maar moet laten gebeuren. Ook nu konden we simpelweg niet méér doen dan meedrijven met de golven. Twee weken later kwamen we weer aan land.

Shakespeare zei het al: all’s well that ends well.


Kopfoto: Asterix en de race door de laars ©  2017, uitgeverij Albert Rene Editions

Zoals aangekondigd gingen Zij en ik op cursus. Puppytraining. Dat was in deze bijzondere tijden makkelijker gezegd dan gedaan. Drie goed aangeschreven kynologenclubs werden gebeld en gemaild, zonder reactie. Toen één van hen na twee weken eindelijk contact opnam, waren de -overigens legitieme- smoesjes de lockdown, geen groepslessen, wachtlijsten vanwege alle coronapuppy’s en zo verder.

Dat is allemaal leuk en aardig, maar training schijnt nodig te zijn. Voor mij echt niet. Ik ben de baas namelijk en doe precies wat ik wil en Zij doet ook wat ik wil. Prima geregeld toch? Zij heeft echter het idee dat Zij de baas is en ik getraind moet worden. Zucht. Onzekere mensen…. zwaar vermoeiend allemaal.

Er werd stug verder gezocht en gevonden. Er kwam een plekje vrij bij een groepscursus, of eigenlijk een duo-les bij Hondenschool Hond & Mens. Via heel smalle dijkjes ergens achter Schagen kwamen we bij de trainingslocatie. Zenuwachtig als Ze was, schoot Ze direct in de sociale stand, ging zich voorstellen en kletsen. Hallo, en ik dan? Miauwen en zielig kijken werkt altijd, alle aandacht was ineens op mij, die allerschattigste witte pluizenbol, gericht.

Het andere hondje mocht dan twee weken ouder zijn, qua omvang was het geen partij voor deze stoere vent. Uitsloven joh, dat beest. Keurig meelopen, braaf gaan zitten, niet springen. ‘Dat kan Ravi vast allemaal niet’, ik hoorde het Haar denken. Natuurlijk kan ik dat allemaal heus wel, ik heb er simpelweg geen zin in. Jij hebt snoepjes in je handen, dus die geef je aan mij zonder dat ik daar netjes voor hoef te gaan zitten of te lopen.

Hm, zo scheen het dit keer toch niet te werken. Ik moest helemaal gaan luisteren, wat een gekkigheid. Mij eerst lekker maken met een snoepje, dan dat snoepje heel snel wegnemen en een lege hand tonen. En dat allemaal omdat ik moet leren wat het woord ‘nee’ betekent. Ik vind het een nogal kromme gedachtegang. Echt mens die honds denkt, lekker ingewikkeld. Na een paar keer oefenen gaf ik maar toe, om van het gezeur af te zijn.

Meelopen leek stukken makkelijker. Alsof Ze een paard een wortel voorhield, zo liep Ze kromgebogen een snoepje voor mijn neus te houden terwijl we ook nog moesten lopen zonder over elkaar te struikelen. Zo simpel was het dus niet, maar Zij deed haar best en ik kreeg snoepjes.

Ze heeft een heel boekwerk meegekregen waar alle oefeningen en theorieën in beschreven staan. Dat moeten ze bestuderen. Via de computer krijgen ze een theorieles. Zie je wel: de training is vooral voor de mensen. Na tien lessen moeten we examen doen. Ik ben benieuwd of Ze dan alles geleerd heeft én of ik dan zin heb om te doen wat Ze vraagt.

We gaan het zien, oftewel: on verra!


Categorieën:Ravi

Een poosje terug lag er ineens een berg wit spul in de tuin. Nou, dat was lachen! Ik kon eindelijk mijn speurneus gebruiken en neusballen met koude witte bolletjes. Springen met alle vier mijn ijsbeervoeten in de lucht en dan neerploffen in de sneeuw, rondjes rennen achter mijn zowat bevroren staart aan en ijsgekoelde keutels draaien. Zij wilde me uitlaten en gleed bijna uit op de ijsvloer. Hoewel ik scherpe nageltjes, spikes, aan mijn voeten heb, glibberde ook ik af en toe als Bambi op het ijs. Geweldige tijd.

Jammer dat het nu weg is. Hoewel dat ook zijn voordelen heeft. Nu kan ik het gazon lostrekken en wroeten in de modder. En Zij binnen maar in de weer met handdoeken, boenen en dweilen. Dan sta ik tien minuten later weer te jammeren voor de tuindeur, hop weer naar buiten, lekker vies worden en naar binnen denderen zonder voeten vegen. Zo blijft Ze lekker bezig.

Samen stofzuigen, dat is niet mijn favorietste hobby. Wat maakt dat ding een herrie. De kruimeldief is minstens net zo erg. In het begin kon ik dan nog veilig weggedoken onder de olifant schuilen, maar die is gekrompen. Pianospelen samen is veel leuker, fijn op de bewegende voeten op de pedalen liggen en een soort van muziek uit die kast horen. Die piano mag wel eens gestemd worden en Zij kan wel wat lessen gebruiken, maar dat mag de pret niet drukken.

Ze moeten altijd om me lachen, ik ben dan ook heel grappig. Ik kan heel zielig kijken terwijl er niets aan de hand is. Gewoon neppen, kijken of ze erin trappen. Wat bijna altijd lukt. Heel hard rennen vind ik geweldig, of flaneren met zwoel wiegende heupen. Weet je hoe ze dat durven te noemen? Een waggelgatje, een schommelkontje. De brutaliteit! En als ik uitgedaagd word door mijn staart draai ik rondjes tot ik een halve salto maak en keihard op mijn kop terecht kom. Of ik lig te maffen op mijn kussen en rol er prompt van af. Vinden ze grappig. Ik wat minder. Ze noemen me niet voor niets een clownshondje. Vrolijk met een droevig bestaan.

Nee serieus, ik heb echt een heel zwaar leven. Als ik mijn eten opgeschrokt heb (altijd veel te weinig), zijn er niet nog meer bakken om te plunderen. De eerste dagen ging ik daar wel naar op zoek, maar helaas. Geen hondenfamilie, dus ook geen extra hondenvoerbakken. ‘Ik heb het honger’, zoals een van hun kinderen vroeger altijd verkondigde. Ik heb het honger, altijd.

Aan de andere kant… Mag ik op koude avonden languit voor de open haard liggen snurken. Hoef ik mijn kussen, mijn mandje en mijn bench niet te delen. Heb ik in de auto, zelfs in de Dyane, mijn eigen mandje, een troon speciaal voor mij.

Ach, zo zwaar is dat leven eigenlijk helemaal niet. Kijk maar.


Categorieën:Ravi

Drie weken ben ik nu bij mijn nieuwe gezin thuis. Zij hebben mij Ravi genoemd, dat is Sanskriet voor ‘Zon’. Zon hebben ze immers nooit genoeg en met mij haalden ze een zonnetje in huis. Mijn doopnaam, of stamboeknaam (haha, alsof je het over koeien hebt) is voluit Rum of Cotton’s Queen, zoon van Amber van de Lotnins (Skye) en Neptun the Sweetest Coton (Nigel). Een hele waffel vol. En zeg nou zelf, Rum heeft toch een wat alcoholische bijsmaak? Vandaar Ravi, dat spreekt voor zich.

Na drie weken is luisteren naar mijn nieuwe naam jammer genoeg nog steeds niet mijn sterkste kant. Ja, als er eten in de buurt is, of ze me met snoepjes lokken. Dan wil ik wel luisteren. Maar dat is meer mijn neus die zegt dat er iets van me verwacht wordt dan mijn oren.

Ik moet nog heel veel slapen. In het begin deed ik dat ’s nachts lekker in mijn hok naast Haar bed. De eerste nacht miste ik mijn mama, tante en broer en zus wel, in mijn nieuwe nest. Maar als ik piepte stak Zij dan haar vingers door de tralies en werd ik in slaap gesust. Daarna verhuisde mijn bench naar de andere kant van de kamer en weer wat later naar de overloop. Omdat dat allemaal zo goed ging werd besloten dat ik beneden moest slapen, ik denk omdat ze mijn bed niet meer wilden versjouwen. Dat was elke avond en ochtend namelijk een heel gedoe. Haha, dat hebben ze geweten.

Zetten ze me in de gang, vlak naast de keuken. Sufferds. Was ik net in slaap, begon er een machine met hels kabaal af te wassen. Dus Hij naar beneden, machine uitzetten, mij gerust stellen en even buiten zetten want van schrik moest ik natuurlijk plassen. De volgende avond bleef mijn bed dan ook gewoon op z’n plek in de woonkamer staan. Camera voor mijn snufferd en deuren open zodat ze me konden horen. Inmiddels ben ik al wel een beetje gewend aan al die gekke geluiden van de straat, van de buren, van de vloer boven.

Al twee keer ben ik bij de dierenarts geweest. De eerste keer wilden ze mijn tenen tellen en onderzoeken of ik wel een echte kerel was. Nou, dat ben ik heus. Om te controleren of ik nog genoeg weerstand had voor enge hondenziektes moesten ze mijn bloed hebben. Gelaten onderging ik het aderlaten. Er lagen snoepjes in de hand van de assistente, dan wil ik wel braaf zijn. Later bleek dat ik niet genoeg antistoffen van mama meer had, vandaar dat ik moest terugkomen om ingeënt te worden. Ook een makkie. Omkopen werkt, ik zweer het je.

Straks gaan we op puppycursus. Ik denk alleen dat het vooral lessen voor Haar zijn, want ik heb geen les nodig. Zij moet Honds leren spreken, Zij is degene die dingen moet leren zodat Zij het mij kan leren. Ze zal heel veel hondensnoepjes nodig gaan hebben!


Categorieën:Ravi

Op 8 januari, twee weken na het eerste bezoek, gaan we weer naar Houten. De vijf oudste pups, de kleinen van Maan, worden dezer dagen allemaal door hun nieuwe verzorgers opgehaald. Het Katoenen huishouden raakt al wat leger.

Gijs krijgt Muck, het kleinste reutje op schoot, ik het grootste, Rum. Als ik later de foto’s en filmpjes naar de kinderen stuur, stemmen ze unaniem voor ‘de mijne’. Wij laten de keuze echter aan Serena, die observeert het stel tenslotte de hele dag en kan daardoor het best inschatten welk hondje het best bij de volgende eigenaar gaat passen. Voor ons blijft het nog even spannend.

De tijd schrijdt voort. Er moet nog veel gebeuren voordat we ons hondebeest thuis kunnen ontvangen. De jongste zoon moet verhuisd worden, onze parketvloer wordt geschuurd en gelakt en daarna moet de woonkamer puppyproof gemaakt worden. Dat wil zeggen: alle overbodige tuttemerul veilig stellen, alle kabels wegwerken, stopcontacten veilig maken. Alsof je een huis voorbereidt op de komst van een kruipende peuter.

Internet wordt afgeschuimd op hondenspullen. Een bench met toebehoren, water- en voerbak, leuke speeltjes, een halsbandje, een riem, een autozitje en een tas om hem in te stoppen als we boodschappen gaan doen. Ook dit voelt als het inrichten van een babykamer. Natuurlijk overdrijven we schromelijk, zoveel spullen hebben we eigenlijk niet nodig. Maar het is zo leuk, shoppen voor de toekomstige spruit…

In die dagen krijgen we een telefoontje. Serena en Jurgen zijn tot de conclusie gekomen dat Rum Ravi zal worden. De kinderen hadden gelijk, zoals altijd. We zullen er een hoop plezier mee beleven: Ravi is veruit de grootste vreetzak, de ondernemendste en dus ondeugendste, actiefste doerak van het stel. We gaan wat meemaken wordt ons voorspeld. Het kan ons niet afschrikken.

Omdat Ravi zo ver voorloopt op de rest, mogen we hem bij het volgende bezoek op 30 januari al gelijk meenemen. Superspannend vind ik het. Bij de koffie krijgen we een bijzonder uitgebreide voorlichting over de verzorging van Ravi. Van het voer-  tot uitlaatschema, van de vachtverzorging tot de inentingen, van zindelijkheid tot bench-training, van stamboom tot chipnummer. Het is echt teveel informatie, ik ga dat nooit allemaal onthouden. Daarvoor krijgen we ‘de bijbel’ mee. Een dik handboek dat met elke pup meegaat naar zijn nieuwe thuis. Hier staat werkelijk álles nogmaals in, zodat ik het altijd op kan zoeken.

Na een paar uur praten nemen we Ravi met ons mee. Serena en Jurgen knuffelen hem nog een keertje, voorlopig voor het laatst. Dat we elkaar weer zullen ontmoeten, staat bij voorbaat al vast. Doeg, tot weerziens!


© kopfoto: Of Cotton’s Queen

 

Categorieën:Ravi

Als we na twee weken bij de puppy’s mogen komen kijken, ligt een ontstoken blindedarm dwars. Daar ben ik zomaar een week zoet mee en daarna ben ik geen stuiver meer waard. Het bezoek aan de hondjes moet uitgesteld worden.

De kerstverrassing voor de kinderen is daarentegen zeer geslaagd. Huilen van het lachen, lachen om het huilen. “Krijgen jullie nou eindelijk een puppy?”

Na de kerstdagen gaan we op kraamvisite. De vijf kinderen van Maan (Bronze, Silver, Gold, Pearl en Diamond) lopen ruim drie weken voor op de kleintjes van Skye (Jura, Muck en Rum, genoemd naar Schotse eilanden). Maan is de dochter van Skye. Hun pups hebben echter alle acht dezelfde vader. Het zijn neefjes, nichtjes, halfbroers en -zussen tegelijk. Snap je het nog? In de hondenwereld is dit heel normaal.

Ondanks mijn gammele toestand genieten we van de tien honden. De 101 Dalmatiërs in zakformaat. Een vrolijke beestenboel.

Met zijn tienen worden ze verzorgd door Serena en Jurgen. Met eindeloos geduld en heel veel liefde worden ze begeleid bij het groter groeien. Amper drie weken oud stelen de kleinsten al voer uit de bakjes van de grotere. Niks geen pap of stomme brokjes, maar gewoon echt vlees. En tussendoor zijn de moeders inwisselbaar om bij te drinken.

We blijven veel te lang plakken, moeten dan toch echt de terugreis weer aanvaarden. Als ik de foto’s toegestuurd krijg die Serena van ons gemaakt heeft, zie ik een middelbaar stel totaal verliefd naar een paar wriemelende frutsels staren. Het wachten tot we er eentje mee naar huis mogen nemen duurt lang…


© kopfoto: Of Cotton’s Queen

Categorieën:Ravi