Elke dag een kwatrijn. Een zandkasteel.


Voor mijn raam hangt ondersteboven
een specht de vetbollen leeg te roven.
Hij vreet zijn rode buik gulzig rond,
pech voor de spreeuw die na hem komt.

31-01


Zo’n keuken wordt na verloop van tijd
best wel smerig, vies en vuil en jakkie.
Schrobben moet ik, als een keukenmeid,
het lijkt zo simpel, maar ‘t is echt geen makkie.

30-01


Met mijn vriendin naar de grote stad:
zomaar shoppen voor dit en voor dat,
uitgebreid kletsen bij koffie en thee…
Deze dag pikken we mooi maar weer mee!

29-01


De zon schijnt, hoera een feest!
Verdreven zijn de donkere gedachten,
op slag lijkt het leven je toe te lachen.
Zo licht is het lang niet meer geweest.

28-01


Een winterkoninkje op een kale tak,
een koolmees zingt zijn flirtend jubellied.
Zomaar loop ik hier, op mijn kalme gemak
tussen het moois dat deze dag mij biedt.

27-01


Zandkastelen, fantasieën van een kind,
weggespoeld door grote golven werk’lijkheid;
als luchtkastelen, gevangen in de wind,
vervagen zij op de golven van de tijd.

26-01


De tekenstift aller tijden
groeft lijnen in ‘n vertrouwd gezicht.
Sporen van geluk en lijden
als regels in een oud gedicht.

25-01


Klein wordt de wereld, wazig de straat,
niet meer te zien wie of daar nu gaat;
de bomen vervagen, de huizen, de gevels,
gedempte geluiden in potdichte nevel.

24-01


Best moeilijk, een idee verzinnen
voor alweer een nieuw kwatrijn.
Waar zal ik nu eens mee beginnen?
Mag het ook wat onzin zijn?

23-01


Mijn uitgelaten maffe hond
blaft en kwispelt in het rond,
zoals hij graaft en speelt en rent
kent hij geluk in het moment.

22-01


Samen lopen we, de hond en ik,
de specht hamert, ijzelregen tikt.
In de winter in de mist,
wordt mijn wazig hoofd gewist.

21-01


Project schoolkrant

Een handvol meiden iets laten schrijven,
is bepaald geen sinecure.
Ze rebbelen als ouwe wijven,
maar schrijven? Dat kan wel even duren!

20-01


Hoog aan het donkerblauw
hangt -ijzig wit van morgenkou-
glashelder een splinter maan
mijlenver bij ons vandaan.

19-01


Witte hagel op de daken,
wit Is ook de straat.
De gouden zon komt op,
laat de wereld stralen.

18-01


Ik ben die winter meer dan zat,
ik regen elke dag weer nat.
Was de lucht maar blauw en scheen de zon…
Ik wou dat de zomer eens begon!

17-01


Deze maandag, zeggen ze, is ‘blue’
de dagen zijn donker, je bent almaar moe.
“Gelukkig,” zoals mijn moeder altijd zei:
“ook donkere dagen gaan voorbij.”

16-01


Op zekere leeftijd zit men niet meer
achter geraniums zoals weleer,
nee, voor het raam staan nu orchideeën
in zachte pasteltinten voor de sfeer.

15-01


Ook al is het lijstje niet zo lang
en hou ik me vrees’lijk in bedwang,
elke week is het weer bar.
Zóveel boodschappen in de kar!

14-01


Vrijdag de dertiende, dag van de rampspoed:
de thee is te heet, je glijdt uit op de stoep,
je jas is stuk en het regent bovendien…
zo’n dag als vandaag is behoorlijk afzien.

13-01


Campingmijmering in drie kwatrijnen.

Hoor de vogels toch eens kwetteren,
buiten ruikt het stil en fris.
Daar begint het al te spetteren
tot er geen vogel meer te horen is.

De regen klatert op het zand,
vormt snelstromend geultjes vol met water.
J
e schrikt, een flits met zilv’ren rand!
Geruststellend volgt gerommel even later.

Een schouwspel in de verte, hoog in de lucht
bliksemflitsen en kalm gedonder,
een beetje wind, slechts een lichte zucht…
simpel leven, zo heel bijzonder.

12-01


Als een wasbord ratelt en ritselt het riet
langs oude slingerende polderslootjes.
Terwijl ik van de zon geniet,
loopt de hond zich korte pootjes!

11-01


Nog warm uit de droger ligt de was
in de mand klaar om te worden gevouwen
en als het braafste meisje uit de klas
steek ik de handen uit de mouwen.

10-01


Laten we gaan spelen! Kastelen
bouwen met woorden zoals met zand.
Op de hoeken van het vierkant,
zetten we torens met kantelen.

09-01


Het jaar is alweer (ruim) een week oud
de voornemens haast vergeten en koud.
Een beetje minder dit, dat een beetje meer
ach, dat zien we volgend jaar wel weer…

08-01


Weer een reiger, nu voor ons op de stoep
zijn snavel gericht op een vijvertje vol snoep.
Tot we vlakbij zijn blijft hij stokstijf staan.
Dan wiekt hij weg, geeft hond en mij ruim baan.

07-01


Zijn instinct overblubberd door hormonen
drijft hem van graspol naar molshoop.
Je leest dit nu zo heel gewoon
maar hij drijft ons tot wanhoop!

06-01


Aan de rand van de vijver,
(ik kijk mijn ogen uit!)
staat een levensgrote reiger
op zoek naar kikkerbuit.

05-01


Eindelijk geborsteld van kop tot staart,
het beest heeft zo waanzinnig veel haar!
Eindelijk geborsteld van oren tot kont.
In de prullenbak lig een halve hond.

04-01


Een sintgedicht is zo gemaakt
maar echt iets schrijven dat je raakt,
in vier regels, ritmisch en op rijm,
blijkt veel moeilijker te zijn.

03-01


Het nieuwe jaar begin ik met frisse moed,
aan (goede) voornemens geen gebrek.
Elke dag een kwatrijn, ik lijk wel gek!
Eerst de eerste, en verder… voet voor voet.

02-01


Voor het eerst sinds jaren weer veel vuurwerk:
flitsen, knallen, veel kabaal!
Maar mijn hondje, hij is zo sterk,
hij negeert het allemaal.

01-02


%d bloggers liken dit: