Half april, een zonnige waaibomendag. Als dit zo blijft hebben we morgen mazzel met de 2CVclub-rit in Limburg. Gijs heeft een grappige B&B in de buurt geboekt. Daar kunnen we vanaf 4 uur terecht, ruimschoots tijd om eerst bij redactie-collega Els een bakkie te doen. En met dat plan gaan we op pad.
Bij Els aangekomen worden we gastvrij ontvangen in een heerlijke woonboerderij die aan allerlei verbouwingsperikelen onderhevig is. Wat een ruimte! Hoewel het fris is, drinken we in de tuin thee en kletsen we 5 kwartier in een uur. We bewonderen uiteraard haar nieuwe Aca-aanwinst. Geen foto’s gemaakt stom genoeg. Buiten naast het huis doen we wel een fotosessie bij de Citroëns op de oprit.



Tegen vieren zwaaien we vrolijk “tot morgen!” Binnendoor crossen we naar Ospel. Ik zie onderweg topzwaar bloeiende prunussen, uitgebloeide magnolia’s en paarse seringen die aarzelend beginnen open te komen. Bij B&B De Turfstaeker aangekomen blijkt dat we gewoon binnen hadden kunnen lopen. Ja, weten wij veel, we zijn onpersoonlijke Ibissen en Novotels gewend… We krijgen koffie, thee en een dikke plak verse cake toegestopt en praten wat met de twee andere gasten. Een halfuurtje later deponeren we alle spullen in de ruime kamer. Een privé tegelterrasje kijkt uit op een groot weiland met een vijver waar een husseltje loopeenden rondkwaken. Langharige geiten met vier jonkies kuieren er rustig tussendoor, kijken zelfs niet op of om als er twee lompe pony’s langs komen denderen.



Op weg naar het restaurant, Peerkesbosch, verbaas ik me over de vele hypermoderne, om niet te zeggen M. Hulot futuristische villa’s. Van boerderettes tot walgelijke nep-kasteeltjes, het cliché “hoe meer poen hoe minder smaak” lijkt maar al te vaak van toepassing. Passeren in Nederweert een nieuwbouwwijk met absurd grote huizen op ieniemienie kavels, mannetje aan mannetje. Welke architect dit verzonnen heeft, hij mag terug naar de tekentafel. De volgende morgen maak ik er foto’s van ter bewijs.
Via een onverhard zandpad komen we bij het bosrestaurant. We schuiven aan ons gereserveerde tafeltje in de hoek, Ravi aan de voeten. Het restaurant zit goed vol, wat voor de Indiër geldt, geldt ook hier: als de locals er eten, is het goed eten. De gigantische burratasalade krijg ik voor driekwart op. De gekarameliseerde perzik en geroosterde walnoten snoep ik er nog tussenuit en dan zit ik bommetje vol.


We lopen een stuk naar de bosrand, langs de alpaca’s en de walibi’s, de kippen en de paarden. Het grote terras zal ’s zomers stampvol zitten, nu is het te koud.



In de schemering tuffen we terug. Op ons kamerke is het stil. Welterusten.
De volgende morgen staat er een prima ontbijt met een grote pot thee, verse jus, eitjes, afbakbroodjes en zelfs een gekookt eitje voor de hond klaar. We hebben tijd zat voor we kallum-an naar Stramproy vertrekken.
Bij het startpunt is een grote parkeerplaats opengesteld voor de eenden. Buiten is de wind koud, bibberend schiet ik wat willekeurige plaatjes. Het kleine kroegje kan de vraag naar koffie amper aan, de wachttijd loopt op aangezien elk kopje koffie per stuk klaargemaakt wordt in de keuken. Lekkere koffie, dat wel. Na het praatje kunnen we eindelijk op pad. Met alleen een papieren routebeschrijving, oei. Met een stuk of wat spontane aanwaaiers meegerekend zijn we met meer dan 60 auto’s.









We zitten in de voorhoede-colonne. “Follow the leader”, dan kom je er wel. Tot Peer zitten we continue achter dezelfde Charleston. We scheuren van het ene onverharde pad naar het volgende, geweldig stoffig maar leuk. Met die boerenlandpaadjes is het logisch dat de Tomtom daar geen GPX route van kon maken, volgens dat schermpje rijden we door het grote niets.
In Peer stopt de meute bij Poire et Provence. De hele winkelstraat en verder is volgepakt met 2CV’s tot een kleurrijk feestje. Poire et Provence zelf is een curiosa en tuttemezooi souvenirwinkeltje zoals overal in Zuid-Frankrijk, heerlijk om in rond te snuffelen. Bij Léonidas ertegenover krijgen we een bolletje ijs.















Hierna zoeken we het dichtstbijzijnde tankstation. Tank en reservetankje volgooien, duurder dan vorige maand scheelt het toch nog steeds twee kwartjes de liter met de pomp in Middenmeer. Bij de kerk in Peer hervatten we de routebeschrijving. In ons uppie, dus ik moet aan de bak als navigator. En meeschrijven. En fotograferen. En op de weg letten. En op het papier letten. Leve de reispillen.
Vrij snel na de bebouwing ziet Gijs een bankje dat we gelijk bezetten. Tijd voor koffie en een broodje. Als ik net een hap genomen heb, stopt er een stel clubgenoten. Ze vissen stoeltjes uit de kofferbak en komen er gezellig bij zitten lunchen. Gaandeweg komen er steeds plukjes eenden langs toeteren, ik krijg een lamme arm van het terugzwaaien.
Brood op, koffie op: we gaan door! Een tankstation wordt overvallen door de halve club, blij dat wij dat al gedaan hadden. In België is overigens net als in Weert weinig te merken van enige economische crisis als we afgaan op de vele nieuwbouwvilla’s en bouwprojecten. Na een paar kilometer duiken we gelukkig weer de zandpaden op. Het is te koud om met open dak te rijden, de foto’s door de voorruit worden al stoffiger.





Vlak vóór de laatste rotonde, op 100 meter van het eindpunt klappen er twee 2CV’s op elkaar. De weg wordt ineens versperd door een zwerm eenden. We kunnen niet goed zien wat er nou aan de hand is, dat wordt pas duidelijk als we erlangs kunnen schuifelen. Beide wagens hebben veel schade. Wat een naar einde voor de eigenaars, en dat na zo’n gave tocht!
Bij het maffe cafeetje zeggen we wat mensen gedag en zetten koers naar huis. Het hoost van de lucht, de hele terugweg. Als het verzamelde stof tijdens de rit vandaag spoelt in vuile stroompjes van de ruitenwissers af. Op de Veluwe knoertharde wind pal schuin tegen. De auto stuitert alle kanten op.
Na ruim 3 uur snelwegrumoer zijn we eindelijk thuis. We zijn kapot. Volgende keer Limburg: twee overnachtingen boeken!