Septembervakantie! Waar zullen we nu weer belanden? Op de zaterdag van vertrek staan we heel vroeg op; we hebben een lange rit voor de boeg. Buurvrouw zwaait ons voor het raam uit in haar blauwe ochtendjas. De lieverd heeft speciaal voor ons de wekker gezet.
Omdat werkzaamheden bij de tunnels oponthoud veroorzaken, rijden we dit keer dwars door Luik. “Volg de Hollanders” is hier het devies, want de borden en wegbewijzering zijn… nouja, Belgisch. We weten weer waarom we altijd de tunnels nemen.
Met het dak op de eerste stand karren we door. Het wordt warm in de auto en de zon prikt fel door de dikke sluiers heen, dus we pakken zelfs de hoedjes erbij. Met tegenwind maak ik op de tast, door het open dak, een foto van Le Soleil de Langres.
Na de meedogenloze zomer begint de herfst vroeg in Midden-Frankrijk. Bermen en velden zijn dor en kaal; bladeren dwarrelen in woeste windvlagen over de weg. In het eerste stuk van het Canal de Bourgogne kun je alleen nog pootjebaden. De Arroux bij Autun bestaat slechts uit een reeks modderpoelen. Naast ons “regent” het zonnestralen door de dikke, afwisselend donkere en lichte wolken.
Op Camping Les Deux Rivières in La-Celle-en-Morvan is het ongewoon rustig. Het wordt vroeg donker, dus zetten we rammedebam de boel op. Belachelijk hoeveel zóói we altijd meesjouwen — dat zeg ik letterlijk élke keer bij het opzetten en afbreken. Het is nog warm; we zweten ons een rotje. De lucht ziet er een beetje dreigend uit, dus voor de zekerheid gaat de capuchon er ook op. Om acht uur staat de boel en kunnen we eindelijk zitten, drinken en wat eten. Vroeg te bed, da’s zeker!





Bijkomdag
Nergens slaap ik lekkerder dan in de tent. We komen langzaam bij van de lange rit en voeren niets uit: wat tijdschriften lezen, de hond tevergeefs borstelen en een beetje lanterfanten. Al die buien in de buurt raken ons niet. De wind trekt aan, de lucht trekt dicht… en de wolken trekken verder, een andere kant op. Als het te kil wordt, zitten we prima onder de luifel. Daarna gaan we opnieuw vroeg slapen.



Spannende route
Ik noemde deze vakantie op Polarsteps “Kriskras door Frankrijk”, en dat maken we meteen waar met onze eerste zogenaamde spannende route richting het Lac des Settons. De weggetjes door het dampende bos glimmen nog van de eerder gevallen regen. Het dorre mos herademt: het vocht brengt voorzichtig wat kleur in het zachte palet. Grinnikend kijken we naar een kerstbomenkwekerij, waar op één veld de gekleurde “prijsflappertjes” al vrolijk in de boomtoppen wapperen. Terug in het bos liggen grote houtstapels strak in het gelid. Verderop langs de weg staat het robuuste skelet van een dode boom; wollige mosjes hebben er een ecologisch breikunstwerk van gemaakt.
Aan het eind van de middag lopen we een langere ronde met Ravi. Langs en over het watertje en dan slingeren door een buitenwijk van La Celle. In een keurig moestuintje zien we afrikaantjes tegen de mieren en kleurige zelfgemaakt budget-heksenhoedjes tegen de luizen. De tomaten en pepertjes hangen er mooi bij.










Rondje kriskras kronkelen
Na een koude nacht starten we rustig op. Aan het begin van de middag zetten we opnieuw een spannende route uit: eerst kriskras door Autun, waarna we van bovenaf genieten van het uitzicht over de stad en de kathedraal.
We kronkelen door de heuvels, kale weilanden en donkere bossen naar Luzy. Daar snuffel ik uitgebreid rond in het “leuke winkeltje” van een kunstenaarscollectief, dat zelfs tussen de middag open is. De rest van het dorp is uitgestorven. We lunchen bij de Bar de l’Église, tegenover de kerk, waar ik daarna nog even binnenkijk. Via Glux-en-Glenne rijden we tenslotte terug naar de camping.



















Autun
Terug naar de “grote stad”. In een van de smalle straatjes van Autun kijkt een lichtgroene eend ons via de ronde spiegel bij een garage met blije oogjes aan. Als we dichterbij komen, snappen we haar vreugde: ze is met bruiloftsversierselen getooid. Een pláátje, ook zonder bruidspaar.





Op het grote plein lunchen we met crêpes, of liever: galettes de sarrasin, een soort boekweittosti. Voldaan struinen we door de kleine straatjes, op zoek naar de ingang van de Cathédrale de Saint-Lazare. Hoewel ik niet katholiek ben, wil ik altijd wel een “karrekie” bezoeken. Dit is een karrekie in het kwadraat, zeg maar van het formaat Sint-Jan in Den Bosch. Voor we een deur vinden die opengaat, hebben we de hele kathedraal van buiten gezien, inclusief het hofje dat is gewijd aan Ghislebertus, de beeldhouwer die verantwoordelijk was voor de sculpturen in de kerk.
Diverse sites spreken elkaar tegen over de vraag aan welke Lazarus deze kathedraal is gewijd en wiens relieken er nu werkelijk worden bewaard. Pas op de Franse Wikipedia wordt het iets duidelijker: de kathedraal herbergt de relieken van Sint Lazarus van Aix, de eerste bisschop van Aix-en-Provence in de vijfde eeuw, maar sinds de twaalfde eeuw is Sint Lazarus, die door Jezus uit de dood werd opgewekt, de beschermheilige. Zoiets zal het wel zijn.
Op de muren en plafonds van de verschillende privékapelletjes zie ik veel schilderkunst. Waar het oude gebrandschilderde glas ooit is gesneuveld, kwam minder mooi, hardgekleurd modern glas-in-lood terug.
Op de pilaren zijn staties aangebracht, zodat je je eigen kruisweg kunt lopen. Op de plattegrond tel ik veertien pilaren, dus het zullen ook veertien plaquettes zijn. Ik heb de route niet gevolgd. Pas aan het eind kiekt ik “statio 1”; blijkbaar liep ik in tegengestelde richting. Wee mij.



























Als ik naar buiten kom, staat het toeristentreintje te wachten. Die slaan we over.
We rijden iets verder naar de rand van de stad, naar het Théatre Romain, een Romeins amfitheater. Het was in Romeinse tijden drie keer zo groot en hoog, alleen de onderste “kuil” is bewaard gebleven en door archeologen opgegraven. Ik klauter naar beneden zodat Gijs mijn one minute of fame op het podium kan vastleggen.
Op de terugweg maken we een slingertje door de Porte d’Arroux, een van de overgebleven Romeinse stadsmuurpoorten. Schitterende dag zo!











La Boulaye – Paldenshangpa
De Morvan heeft zowat alles. Na de katholieke kathedraal en de Romeinen van gisteren gaan we vanmorgen door het beige landschap naar het boeddhistische centrum in La Boulaye. Ik herinnerde me de ginkgo’s die we in 2020 zagen; de kleine jonge boompjes zijn totaal verschroeid, maar theoretisch zouden deze levensbomen het volgend jaar gewoon weer moeten doen. Bij de grote stupa staan twee volwassen bomen nog wel in groen blad.
We lopen buitenom; met de hond mogen we natuurlijk niet naar binnen. Aan de bronzen gebedsmolens langs de korte zijde van de tempel brand ik mijn vingers. Het souvenirwinkeltje is tussen de middag helaas dicht…

























De rest van de middag doen we niet veel. We halen de luifel er alvast af en zodra de tent in de schaduw staat, pak ik de kratten in. Na het eten doen we nog een laatste rondje terwijl de zon gloeiend ondergaat. Morgen trekken we zuidwaarts!


Wordt vervolgd…