Heel Nederland is een quilt van polders, een lappendeken gemaakt van aan elkaar genaaide lapjes drooggemalen grond. Dit weekend toeren we van de Wieringermeerpolder (1932) naar de Ooijpolder (ca 1400-1580) en door de Noordoostpolder (1942) en Flevopolder (1957-1968) terug naar de Wieringermeer. Vandaar de titel: Polderweekend.

Zowel de Dyane Vereniging Nederland (DVN) als de 2CV Club Nederland heeft een tocht uitgezet. De één op zaterdag en de andere op zondag zodat we ze allebei kunnen doen. We hebben het ons bekende, midden in het bos gelegen, Bilderberg-hotel in Beekbergen geboekt voor twee nachten. Weersverwachting: huilen met de plu op. We gaan het wel zien, Ravi heeft er in elk geval zin in.

Via de N247 naar Amsterdam, A10, A1 en bij Bussum van de snelweg af. Soest-Amersfoort-Leusden-Woudenberg-Scherpenzeel. We passeren zelfs Ederveen waar het clubhonk van de 2CV Club zich bevindt. We zijn al dik twee uur onderweg, een “op-en-neertje naar het magazijn” is voor ons niet zo vanzelfsprekend. Verder via Ede naar Wolfheze. Aan de meivakantiefiles, op de wegen die we oversteken, te zien is deze kronkelroute zelfs sneller dan de rechtstreekse snelweg-weg.

Tegen vijven melden we in ons bij het hotel. Mooi zolderkamertje. Spullen wegzetten en de benen strekken. We lopen uit het hotel direct het bos in. Ravi mag fijn los rennen. Gelukkig is het bos vrij droog op wat grote plassen na. We dwalen tussen de oeroude grafheuvels, de dennen, over geitenpaadjes op de hei. De zon tovert kleurenprisma’s in de wolken. Ravi dendert als Jolly Jumper -KataKlop! KataKlop!- de heuvels op en af. Hij slalomt door een drooggevallen slootbedding als een volleerd skater van de ene oever naar de andere. Als hij een grote modderpoel nadert, roep ik: “Rávi! Kijk-es! Kóóóm op!”. Vanuit de verte spurt hij met zijn vierwielaandrijving terug naar ons. Ja, dat snoepje heb je verdiend knapperd!

In Wolfheze, bij restaurant De Tijd, dineren we in de zon met pannenkoeken. Ik heb er eentje met brie, peer en veel te veel noten. Lekker maar veel te machtig. Terug bij het hotel moeten we de laatste meters ineens rénnen, het onweer barst met grote hagelstenen los. Ze roffelen op de dakkapel, begeleid door flitslichten. Wij zitten hoog en droog, knus alsof we in de tent zitten. Ravi, bekaf van de oerwoud avonturen, slaapt.

Na regen komt zonneschijn! Wat een waar cliché. Na het ontbijt lopen we opnieuw. Gisteravond heeft het gespóeld van de regen, goed te zien aan de stroomgeulen die ternauwernood opgedroogd zijn. Het weer ziet er -so far- veelbelovend uit als we naar het startpunt van de Dyanetocht rijden.

In Berg en Dal worden we ontvangen met koffie en drie soorten taart. Buiten in de zon genieten we ervan. Bij het uitdelen van de papieren routebeschrijvingen hoor ik aan het tafeltje achter me zeggen: “Wij zijn twee auto’s.” Dat klinkt maf als je erbij nadenkt.

Tegen half 12 vertrekken we, met het dak half open. We zien een rijtje chique gerestaureerde herenhuizen uit 1910-1920 (dat zeggen de jaartallen in jugendstil-letters erop tenminste), allemaal even strak in de schmink. Koetelen door Beek met zijn gewichtige notariswoningen. We passeren het Hollandsch-Duitsch Gemaal. Komen langs 200 jaar oude boerenhoeves met bijbehorende parfums. Watertjes. Koeien. Koolzaadvelden. Wandelaars. Fietsers. En een hele rij eenden. Excuus, Dyanes en Acadianes. De zon schijnt, iedereen is blij.

De routebeschrijving hebben we op papier en als GPX bestand voor de Tomtom. Mijn Polarsteps houdt alles keurig bij zodat we iedere slinger, elk dijkje en zandweggetje kunnen nazien. Ik maak veel foto’s en film uit het open dak, ik heb geen tijd om mee te schrijven.

We rijden Duitsland in. Daar is Dingdung. De naam is té leuk om geen foto van te scoren, helaas ben ik steeds te laat voor de wegwijzers. Dan maar eentje van de Tomtom. We rijden Duitsland uit. En dat herhalen we een paar keer, we volgen de grens. In de beschrijving is ook een aantal lunchgelegenheden opgenomen, maar wij picknicken liever met onze eigen broodjes en koffie uit de kofferbak. Er komt meer bewolking, we duimen dat we de buien voorblijven. Bij het laatste kopje thee op een picknickbank in de bocht naar Klein America doen we het dak dicht voor drie spetters regen. Nu zijn we in het landingsgebied van de parachutisten van Operatie Market Garden in 1944. In het veld staat een nagebouwd skelet van een Waco Glider verdekt opgesteld. Twee mederijders zien kans ernaast te parkeren, zien we op facebook*. Dat zandweggetje ernaartoe hebben wij gemist.

Over de steil-glooiende Zevenheuvelenweg, keren we terug naar het startpunt waar we op het terras plaatsnemen voor de nazit. De ober: “Nee, ik heb geen thee.” Na de bestelling van de anderen te hebben opgenomen: “Nou, vooruit.” “Heb je Earl Grey?” Blijkbaar verstaat hij mijn uitspraak niet. “Nee, Urrul heb ik niet. Wel Euhl.” De beste man is een sprekende imitatie van Paul de Leeuw, we lachen ons suf. Heerlijk. Waar blijf je als je niet om jezelf kunt lachen? Bij het afscheid is het “dag mevrouw Urrul”. Ik grinnik nog lang na, wat een mafkees.

De terugweg naar ons hotel rijden we helaas in de regen, want ja, na zonneschijn komt geheid de regen.

Om half 8 gaat de wekker, we schrikken ervan. Laarzen aan en struinen! Ravi zegt elke hond vriendelijk gedag en dartelt vervolgens weer met ons mee. Die vrijheid gaan we thuis missen. In de lobby nemen we twee koffie mee die we boven opdrinken terwijl Gijs Ravi droger/schoner rost met de daarvoor bestemde hotelhanddoek. Bij het uitchecken hoor ik voor de zoveelste keer “Wat een suuuuperschattige hond hebt u!” Ik kan niet anders dan ze waarschuwen dat de hondenhanddoek suuuperzwart is geworden….

Jas uit, zonnebril op en we zijn weg. Na de brug over de IJssel komen we in de polder en zoals je weet waait het in de 20e-eeuwse polders áltijd. Hard….

Vertrekpunt vandaag is museum Schokland. Het parkeerterrein is al goed gevuld met 2CV’s. Nieuw arriverende campers hebben het moeilijk er tussendoor te manoeuvreren, rechtsomkeert. Er is voor hen geen plaats meer, jammer joh. Er zijn 53 inschrijvingen: eenden, bestel-eenden, twee Dyanes, een Ami, een Burton, een Le Patron en zo nog wat afgeleiden. Binnen is het een (te) luidruchtige drukte, wij drinken onze koffie buiten in de zon op het terras.

In weerwil van de wind slaan we het dak wederom halfopen. Tussen de wolken schijnt de zon, dat is ons genoeg. Om een uur of twaalf vertrekt de sliert oldtimers in een wat rommelige volgorde uit alle uithoeken van het parkeerterrein.

De Tulpenfestivalroute waar de club zich gemakshalve van bedient is een totáál ander soort rit dan gisteren. Dit is een wat commercieel “volg de bordjes”-geheel met veel 60-80 km wegen om van het ene perceel naar het andere te geraken. Geen enerverende kronkels, hellingen, zandweggetjes. Veel “vreemd volk” wat zich tussen de eenden mengt; de toeristen en dagjesmensen hebben allemaal dezelfde plattegrond met pijltjes. Ondanks dat alles genieten we volop, van het toeren, van de kleuren. Hoewel minder dan de helft van de bloemen in bloei staat, er bloeien bijna nog meer fruitbomen dan tulpen, zijn er genoeg plaatsen waar we een fotoshoot kunnen doen.

Om 1 uur zijn we de wind beu. We draaien een inrit in het Kuinderbos in waar we in de luwte en in alle rust kunnen lunchen. Op krachten gekomen, zetten we de reis voort. Bij een pluktuin staat de halve club te kletsen, wij gaan ook even buurten. Na wat foto’s en een babbeltje scheuren we de Transat achterna. Voor een roze akker stoppen we voor een foto met de twee redactie-auto’s. We raken Harry kwijt bij een limonadekraampje waar ze geen oud ijzer willen hebben. Harry had het bordje niet goed gelezen… 😉

Dichtbij het eindpunt, bij een laatste leve-de-koningin-kleurig tulpenveld voorbij Tollebeek, doen we het dak dicht en zetten koers naar de A6-Lelystad-Enkhuizen-Middenmeer. Eenmaal op de dijk hebben we wind schuin mee en op de A7 helemaal. We redden de 100 km/u makkelijk. Tegenover het lelijke, verplichte, kotsgroen van de bedrijven op Agriport lichten de tulpen aan de overkant vrolijk roze-fuchsia-rood op. Als kleurrijke tegenhanger van het grauwe geld.


*) Die foto heb ik gejat van facebook © Herman ten Kate, de foto’s van ons in ons Dyaantje en de Zevenheuvelenweg zijn op dezelfde manier verkregen © Tien Heuvel.


%d bloggers liken dit: