Ik heb het al eerder genoemd, in het nieuwjaarstukje van 2022. Op een basisschool in Monnickendam werk ik met een aantal kinderen uit groep 6, 7 en 8 aan de schoolkrant. Meestal meiden, een enkele keer jongens. Het worden er alleen steeds méér, iedereen lijkt wel “bij de schoolkrant” te willen. Geen wonder, orde houden is niet mijn sterkste kant dus er worden geregeld grenzen opgezocht. Vinden ze nou eenmaal leuk, soms komen ze ermee weg.

We zijn nu aan het vierde seizoen bezig, gemiddeld drie kranten per seizoen. Het kluppie dat ik nu onder mijn hoede heb draait productie als een malle, we gaan dit jaar zelfs vijf kranten halen. Ze werken warempel alvast vooruit voor de volgende editie als de huidige nog in het kopieerapparaat ligt.

De eerste groep in november 2021 heeft de naam van de krant bedacht welke in variaties met het logo van de school op de cover staat. De rest van de voorpagina wordt verder door één der kinderen ingevuld. Er wordt een voorwoord/inhoudsopgave gemaakt, een spelletjes- en/of moppenpagina, een interview, soms een enquête. Soms is er een rubriek Weetjes met over iets van het seizoen, een dier, het nieuwe schoolgebouw of wat we maar verzinnen.

Op de achterpagina probeer ik meestal een stripverhaal te krijgen. Er was een keer een geweldige cartoon over Sok-Sok en Kletskous, geschreven en getekend door twee jongens die niet voor- of achteruit te bewegen waren. Daar was ik dan weer trots op, dat ze tóch ondanks alle tegenzin iets gefabriceerd hadden.

Vooral verhalen, véél verhalen schrijven ze. Is ook het leukste onderdeel. Ik moet ervoor waken niet een hele krant met alléén maar verhalen te krijgen, dat is soms wel lastig. Een kleine greep? Een spannend spookverhaal; een verhaal over een schatkaart; eentje over een uit de hand gelopen kerstfeest waarbij de kerstboom steeds van het dak van de auto viel; een magisch boek; een magisch paard; een magische pet; Aardt de uitvinder (inderdaad: met -dt, waarom weet niemand) en dan heb ik het nog niet gehad over het vervolgverhaal over een stel omaatjes dat met hun scootmobielen de buurt onveilig maakt. Bij de meeste verhalen worden plaatjes gezocht, getekend, geknipt en geplakt.

Het gekke is: zelf een boek lezen doen ze niet. Nou ja, op school, omdat het moet. Thuis hooguit de Donald Duck. Dan is het lastig een boekverslag in de krant te krijgen, dat leek mij nou leuk. Ik blijf hameren op spel- en schrijffouten en probeer de beginselen van een bladopmaak, marges en uitlijning bij te brengen. Ze zitten op school, moeten toch wat leren dacht ik.

In elk geval kan ik enorm genieten van, en me verbazen over, hun producties, hun verbeelding, hun inspiratie. Maar waarom die verwondering? Toen ik een jaar of 6 was schreef ik immers zelf een verhaal over een potlood? Wanneer ben ik die fantasie kwijtgeraakt?

Zoonlief componeerde in de brugklas op zijn beurt een verhaal over een dag dat hij van de trap af naar boven viel, uit het raam keek en zag dat het regende omdat de mollen laag vlogen. Zijn beginfrase “Het begon allemaal…” gebruik ik nog steeds regelmatig als de Van Gaalen variant op “Er was eens….”

Eerlijk, een goeie juf zal ik nooit worden, dat is ècht een VAK. Maar ik ben stiekem wel een beetje trots. Ik hoop dat deze kinderen hun verbeeldingskracht en creativiteit hun leven lang vasthouden!


Na een chaosweek waarin NIETS ging zoals ik wilde/gepland had, staan de kampeerspullen eindelijk ongeveer bij elkaar verzameld. Ondertussen zaten we in Noord-Holland in de tuin in de zon, terwijl Zuid-Limburg een bak regen over zich heen kreeg. Weersvoorspellingen voor het weekend waren navenant. Zaterdagochtend. Overstromingen in Limburg, campings ontruimd. Dat belooft wat. De appjes van iedereen (“weet je wel dat…” “zou je wel gaan…” etc.) wrijven wat extra zout in de wonde. We gáán en zien wel waar het schip strandt. Hoe hard het regent en wat we allemaal teveel of te weinig mee hebben, er is nu niets meer aan te doen. We zijn weg!

Bij Maarheeze stoppen we bij tankstation ’t Haasje om te lunchen en om 3 uur arriveren we op de camping waar Lauren en Vince* reeds geïnstalleerd staan. Luttele minuten later zitten we aan de bubbels. Proost. Op de vakantie!

In een half uurtje staat ook onze tent, ingericht en wel. Het begint te rommelen, de spetters stellen niet zoveel voor. Als het tenslotte echt pikdonker wordt, ga ik snel even naar de wc. Te laat… Keurig gepland door buienradar dondert -letterlijk- om kwart voor 5 de hemel naar beneden. Rennend en slippend op de terugweg ben in no time doorweekt. Emmers water worden een klein halfuur lang over de tent leeg gekiept.

We gaan eten in restaurant Bergzicht waar we in Vincents auto naartoe rijden. Wachten. Veel wachten. De twee vriendelijke tieners kunnen het gewoon niet bijbenen. We hebben het gezellig en komen de tijd wel door.

Terug op de camping begint het te schemeren. Bij ‘t vallen van de nacht roept achter gindse heuvel de koekoek zacht. Vleermuizen racen door de bomen. Welterusten.

De volgende morgen. Het dal dampt. In Vijlen luiden de eerste Pinksterklokken, de camping ontwaakt. De vogels tetteren in alle talen. Volgens mijn Birdnet app zitten er mussen, merels, vinken, zwartkopjes, winterkoninkjes. We horen van alles maar zien slechts flitsen van tak naar tak hupsen.

We vertrekken naar het startpunt van de tocht in Echt, waar we worden ontvangen met koffie en vlaai. Bijkletsen met Els, collega redactielid van de club. Achterin de zaak verstaan we niets van het welkomstpraatje, maar dat mag de pret niet drukken.

Dan gaan we op pad. In Duitsland stopt een meute eenden om te tanken, wij gaan er niet voor in de rij staan. We rijden van het meest westelijke stukje Duitsland terug naar het smalste deel van Nederland. Nederland op zijn smalst is 4,8 km breed. In Susteren stoppen we bij de Sint Amelbergabasiliek, de oudste basiliek van Nederland, waar je in het voorportaal een kaarsje kunt opsteken. Het is tenslotte Pinksteren. Verder is de kerk gesloten. Het is een aardig plein waar we in alle rust wat eten.

De eerste onverharde weg zou een blubberpad zijn, die slaat Tom alvast voor ons over. We passeren een boel kleurrijke terrasjes, bezienswaardigheden en kastelen waar we allemaal niet voor stoppen. Eigenlijk zijn wij maar saaie mensen. Je ziet aan de doffe foto’s dat we niet met open dak rijden. De voorruit is soms wat mistig.

Bijzondere straatnamen komen voorbij: Gebroekweg, Steenakkerwegske, Reutjesweg, Gestraatje, Oude Maasweg (niet te verwarren met de Oude Maasweg van de Amazing Stroopwafels -die bevindt zich in het Botlekgebied bij Rotterdam) en de mafste: Weg langs het Lateraalkanaal. Jawel, die hele mondvol.

Slingerend over de Maas hebben we telkens andere eenden voor ons. Een clubgenoot staat op een kruising te fotograferen. Wie kiekt wie? Hierna volgt een stukje onverharde weg, altijd leuk hotseklotsen. Rond 3en arriveren we -helemaal in ons uppie- bij ‘t eindpunt aan de Maas. Zijn we de eersten? Geen eend te zien. Rijdt iedereen door? Geen idee. Wij prakken ons Dyaantje langs de boulevard en zetten ons op het dichtstbijzijnde terras. Met zicht op koeltorens doen we thee, koffie en nóg een puntje vlaai voordat we campingwaards keren.

Alwaar ik direct gauw ga douchen. Na een graspauze heb ik overal kriebel en jeuk, ik moet goed op teken checken. Douchemuntje voor 5 minuten, aan 3 heb ik genoeg. Zo. Lekker schoon. Schone kleren, schone haren, nu eindelijk in het zonnetje uitsudderen. Dit is het betere werk.

Een paarhonderd meter bergopwaarts ligt Restaurant Buitenlust waar we naartoe kunnen lopen. Goed eten. Veel teveel. Ravi eet mee van Gijs’ forel en mijn komkommers. Genoeglijk kouten we de avond door. In de schemer rollen we de berg af. Nog één drankje voor het licht uitgaat.

Maandagmorgen. Zon komt door, het is een stuk warmer dan gisteren. We rekken de vakantie een beetje op het terras van de camping waarna we de weg afdalen naar IJsboer Wingbergerhoeve. Dan is het toch echt tijd om afscheid te nemen. Zij steken direct door naar boven, wij rollen het dak half op en dalen af naar België om daar te tanken.

Bij Visé vinden we een tank met de goede benzine. Ook het reservetankje wordt gevuld, het scheelt dik 40 cent per liter dus dat is de moeite. We vervolgen onze kronkelroute langs de Maas, ik ben de tel kwijtgeraakt hoe vaak we dit weekend de rivier zijn overgestoken.

Tom voert ons met een vreemde tour door niet zo pittoreske nieuwbouwwijken en nog minder schilderachtige industrieterreinen van Bilzen naar een grappig bankje aan een kabbelende beek. Koffie, eitje, broodje en snelste weg naar huis opzoeken.

Na een onvrijwillige dieseldouche door een BMW die bij het optrekken zijn brandstof recht in ons gezicht niest (we volgen zijn spoor al vele kilometers en evenzovele stoplichten lang) bereiken we Nederland. Het dieselspoor zit steevast voor ons. Verder. Steeds verder. Pas bij Veldhoven lijkt het spoor op te drogen en kijk, daar staat Petje-met-Peuk(!) op de vluchtstrook van een viaduct. We toeteren hem, met enig leedvermaak, goeiedag. Nog 200 km te gaan…

Laaaange rit. Boos weer boven Utrecht, een stortbui is net overgetrokken. En dan staat de file niet dáár, noch op de A7, maar bij de ingang van ons dorp waar blijkbaar een ongeluk op de rotonde is gebeurd. Rondje extra van de zaak en 5 minuten later ligt Ravi prinsheerlijk met een kluiffie op “zijn” bank!


*) namen op verzoek gefingeerd.

Hahaha, hoe dacht ik me nog met onze Dyane ertussen te kunnen wurmen op de taxatie-dag van 20 april bij de 2CV Club? Ik krijg vriendelijk antwoord op mijn mail, dat ik me daar direct voor moet melden als die online staat. Misschien maken we kans als we in het najaar met de taxatieronde mee willen. Maar: de taxateur komt eventueel ook aan huis, al krijgen we dan niet de clubkorting.

De stoute schoenen aangetrokken en ja, na wat combineren met adressen in Noord-Holland was Jan-Erik Plettenburg zo welwillend om naar de Noordkop af te reizen. We hebben drie auto’s voor hem in de aanbieding.

Vandaag is het zover. De rode eend met karakteristiek geel dak van Bertus, medeclublid uit het dorp, staat al te trappelen. Alle details worden bekeken en onder de loep gelegd. De 5e deur, vergrote achterklep, is een aanwinst. Dan mag de brug omhoog. Met een lampje wordt de onderkant geïnspecteerd, met een tooltje wordt het profiel van de banden gemeten. Secuur worden alle gegevens ingeklopt op de tablet.

Dyaantje is als volgende aan de beurt. De procedure wordt herhaald, poeren in de banden (reserve band is nog nieuw) en met een lampje om onmogelijke hoekjes gluren. De nieuwe veerpotten, nieuwe ventilatiebuizen en de nieuwe grote benzinetank worden waarderend bekeken.

Als de brug weer gedaald is en Dyaantje eraf gerold mag onze Snoek de troon betreden. Dat is wel een ander karretje, maar de procedure is niet heel anders. Lampie hier, prikken daar, koekeloeren onder de nieuwe 5 cm dikke vloerbedekking hoe de bodemplaat eruit ziet. Als de brug omhoog staat, worden er onder de bodem een paar rabberige plekken ontdekt die enige aandacht behoeven. Bij een spatbord ontbreekt een bout. Oeps. Het valt allemaal op te lossen.

We steken de straat over om thuis, bij een kopje koffie, de uitslagen te bespreken. Bertus’ eendje krijgt zijn verdiende hoge taxatiewaarde. Ook de Dyane is in waarde gestegen. Het vorige taxatierapport van de DS vonden wij altijd al aan de veel te hoge kant, vooral gezien alle klussen die Gijs eraan moest doen. De huidige waarde klinkt ons een stuk reëler in de oren, we zijn er blij mee.

Hartelijk nemen we afscheid van Jan-Erik. Het was een leerzame en gemoedelijke middag, zonder dat we er zelf 150 kilometer voor hoefden te rijden. Vlak voordat we naar Limburg afreizen voor de volgende rit is het fijn te weten dat onze auto in orde is!


 

Onder het mom van “doe ‘es gek” gaan we “vreemd” met een tocht van de 2CV Kitcar Club. Vertrek vanuit Zaandam, dus voor ons een “bijna-thuis” rit. Het is nog frisjes maar het belooft een mooie dag te worden.

Bij aankomst in Zaandam (1) staan grote kannen koffie en thee klaar met een keur aan gevulde- of roze koeken, stroopwafels en wat dies meer zij. Leutend en teutend mengen we ons tussen de mensen, een totaal andere groep liefhebbers dan we kennen.

Als de koffie op is worden we welkom geheten door Walter, de voorzitter van de 2CV-KCC. Arthur, de organisator van deze Dammentocht vertelt wat over de route. Andere sprekers krijgen de microfoon om diverse evenementen te promoten, Christ van de 2CV Club Nederland benoemt onze rit op 1e pinksterdag in Limburg. Onderwijl loop ik stiekem een rondje foto’s te maken. Zoveel kleuren en uitvoeringen van de “zelfbouwers”: Burtons, Lomaxen (low cost, max fun) en Le Patrons, ik kijk mijn ogen uit. Er zijn er geen twee hetzelfde!

Tijd voor vertrek. Linksom en rechtsom draaien de karretjes het terrein af tot we aan de straat in een lange stoet staan opgesteld. Wij eindigen met het dak halfopen ergens in de achterhoede in de lange rij. Kitcars, twee eenden en wij, de enige Dyane.

Daar gaan we! Langs de Zaans-groene huisjes en ’t Reght Huys van Westzaan. Het is 5 mei, overal hangt de vlag uit, overal stoppen mensen om onze optocht te filmen of te fotograferen. Kinderen zwaaien, wij toeteren terug. Het is tenslotte feest. Het moet ook een grappig gezicht en gehoor zijn, al die autootjes op basis van een 2CV, al die ronkende eendenmotortjes. Ze horen ons van verre aankomen.

Langs de watertoren en de Forbofabriek, Westknollendam (2) en Fort Marken-Binnen. De groep valt door de rotondes en stoplichten wat uiteen zodat op de Zuiddijk halt wordt gehouden om de rij weer compleet te krijgen. Een tegemoet komende club antieke brommers, Kreidlers, Zundapps, Puchs walmt evenzo vrolijk met de duimpjes omhoog langs.

Verder gaan we, in ganzen-/eendenmars. Hoe anders dan anders is het om in zo’n lange sliert te toeren, je kunt niet fout rijden. Erg leuk zo voor een keertje, hoewel op deze manier steeds dezelfde voorligger op de foto staat…

We passeren het Raadhuisje van Graft. Daarna over de Glob-, Meer-, Molen- Schermer-, Drechterlandse-, Huigen- en Oostdijk. Misschien ben ik er een paar vergeten, de Schermer bestaat tenslotte grotendeels uit dijken. Wij zitten op bekend terrein, de zuiderlingen onder ons in hun open karretjes zullen de harde wind, die voor ons heel gewoon is, wel vervloeken.

Bij Obdam (3) en Schardam (4) zijn we terug bij de Dammen. Bij de molen van Etersheim, luidkeels toegelachen door honderden kikkers, stoppen we. Onze inwendige mens is aan versterking toe maar de bediening kan het amper bijbenen. Geeft nix, we wachten op onze beurt en kletsen wat. De fietser die we net gepasseerd zijn en nu eveneens op zijn koffie staat te wachten is het met me eens: Noord-Holland heeft de prachtigste plekken… mits je in het Oude Land blijft.

Na de koffie, de praatjes en de nodige foto’s husselt de file een beetje en gaan we weer van start. Fort Edam is nummer (5). Dwars langs de haven van Monnickendam (6), zwaaiend naar de terrasjesmensen. En als er iemand pech heeft, staat de hele groep stil in de verzopen bermen van Waterland.

Na Uitdam (7) en Zunderdorp bereiken we al kronkelend via Oostzaan de buitenwijken van Amsterdam-Noord (8), om tenslotte, uitgewaaid en rozig, tegen half 5 bij het startpunt in Zaandam (1) te arriveren. Fantastische route, goed georganiseerd en een avontuur om eens in colonne te rijden. Graag tot een volgende keer!


Schrijven over iets waar je eigenlijk geen kaas van gegeten hebt, is nog zo makkelijk niet. Ik heb hierbij echt hulp van Gijs nodig, bij sommige foto’s heb ik geen idee waar ik naar zit te kijken. Dan volgen er termen als “iets verrots” of “dinges” en “huppelepup vat”. Het voorgaande verhaal is dan ook dankzij Gijs tot een enigszins logisch verslag geworden. Nu maar hopen dat dat dit keer ook lukt.

Want ja, na de DS is natuurlijk de Dyane aan de beurt. Het arme beessie heeft maanden in de garage staan wachten, ingebouwd tussen de oleanders, dozen kerstverlichting en oud papier. Na het zonsondergang-testrondje met de DS maken we de volgende dag een tochtje door Twisk om te kijken wat er ook alweer moest gebeuren. Oja, dat was het. De piepende en krakende vering.

Wanneer de auto op de brug staat wordt duidelijk waar het kreunen en steunen vandaan komt: de vering ziet er bijna vergaan uit. En zie dat maar eens los te krijgen! Met de beste wil van de wereld en veel brute kracht lukt het Gijs niet om de moeren van de veerbus los te krijgen. De tangen en sleutels die hij heeft (en dat zijn er heel veel en alles dubbel) zijn niet groot genoeg om goed grip te krijgen. Speuren op internet leert dat het benodigde gereedschap wel te koop is maar dan óf prijzig óf met een levertijd van twee weken. Daar hebben we niets aan.

Gelukkig hebben we een zoon die heel handig is met de freesmachine. Gijs klopt aan bij een plaatselijk mechanisatiebedrijf voor een stuk staal. Zoonlief tekent met een slim programma de sleutels en programmeert ze in de machine, et voilà: twee steeksleutels met de goede maat rollen eruit. Schuren, spuiten en ze lijken net echt. Indrukwekkend: sleutelen om te kunnen sleutelen, met dank aan zoonlief. Voor hij zich op de moer en veerbus gaat uitleven toont Gijs me nog even waar die sleutel nou voor nodig is zodat ik een béétje een idee krijg waar we het over hebben.

Nog steeds is er brute kracht nodig maar dan komen de veringen toch los. Als ze uit elkaar gehaald zijn en alle losse onderdelen op de werkbank liggen is pas goed te zien hoe slecht ze zijn. Hier is geen redden meer aan, hier moet geld gespendeerd worden. Het glanzende staal van de nieuwe veringen is echter geen gezicht. Weer gaat Gijs met de spuitbussen aan de slag, eerst in de glanzende grondlak, daarna matte eindlak.

Nog een dag sleutelen en de Dyane zit weer in elkaar. Dat vraagt om een rondje door de verzopen polder waar kelders onder zijn gelopen en de aardappels liggen te rotten. Het Lelygemaal heeft het zwaar.


December en januari zijn bij uitstek geschikte maanden om in een verwarmde garagebox aan je oldtimer te sleutelen. Tijdens onze vakantie in september zijn er wat punten op het to-do lijstje bijgekomen waar Gijs mee aan de slag wil en dat doet hij dan ook voortvarend.

Om te beginnen ontmantelt hij de hele motor. Bumper eraf, spatborden eraf en kijken wat we over houden. Vervolgens de ventilator en de radiator eraf. Alles onder de klep is zwart van het vet behalve het nieuwe stuurhuis dat als een vlag op een modderschuit afsteekt.

Het hydraulisch vat wordt in een aparte bak gezet om uit te druppen. Schoonmaken is onbegonnen werk, er zit niets anders op dan het hele ding kaal te schuren en opnieuw te spuiten. Hetzelfde geldt voor het luchtfilter en de radiator die eenzelfde behandeling ondergaan.

Hierna is het de beurt aan de binnenzijde van het motorcompartiment. Jaren vet en vuil zitten roestvast aangekoekt. Tijd voor drastische maatregelen: de hogedrukspuit gaat erop. Met hete stoom is Gijs een paar uur bezig om het plaatwerk schoon te spuiten waardoor het originele metaal weer zichtbaar wordt. Dan ziet het er nog steeds niet uit, dus ook hier: schuren en in de kleur spuiten.

De keienvanger heeft al heel wat te lijden gehad. Er zit zelfs een roestgat in waar door de buurman vakkundig een plaatje in gelast wordt. Ook het rooster waar de nummerplaat op vastzit wordt onder handen genomen nu de boel toch uit elkaar ligt. Alleen al in de grondverf toont het zoveel beter, eenmaal in de goudkleurige lak zie je niet meer dat er ooit roest of gaten in zaten. Zelfs de luchthoorns van de gekke toeter krijgen een opknapbeurtje. De hal is getransformeerd tot één grote verzameling los plaatwerk en onderdelen. Hoe Gijs die puzzel ooit weer in elkaar gezet krijgt? Hij draait er zijn hand al bijna niet meer voor om, zelfs niet voor zo’n ingewikkeld ding als de DS.

In mijn verhaal een-weekendje-doorpakken heb ik geschreven dat de ventilatiebuizen zijn vervangen. Dat was blijkbaar niet helemaal waar, het was er slechts één, met die foto van het verfrommelde exemplaar naast het houthok. Nu wordt dan ook de ventilatiebuis aan mijn kant vervangen. Het klopt wel dat die ventilator het iets minder goed deed: er komt een wintervoorraad eikeltjes en andere restjes van een muizennest uit gevallen. Foto ter bewijs, dit hadden we nooit kunnen verzinnen.

Tenslotte worden het zwartglanzende luchtfilter en het groene hydraulische vat van stickers met belettering voorzien. Het lijkt allemaal alsof het nieuw uit de fabriek komt. Het één na het ander wordt terug op zijn plek gezet. We kunnen weer op pad! Tevreden deinen we een testrondje de zonsondergang tegemoet.

Alleen van de veerbollen zijn we nog niet helemaal zeker. Op een bijzonder stormachtige dinsdagavond rijdt Gijs in heftige stortbuien naar het magazijn van de DS/ID Club in Tull en ’t Waal onder Utrecht om ze na te laten kijken. Zonder mankeren worden ze ter plekke vervangen voor nieuwe. Wel zo fijn als je daar zelf, zonder enige ervaring met die dingen, niet mee aan de gang hoeft.

Eind januari is al het werk gedaan. Na een laatste poetsbeurt glimt ze in de zon op de oprit. Wat een weelde toch.


Categorieën: ThuisTags:

Wat een gedoe. Twee dagen, één nachtje slechts, op pad. Eerste keer dit jaar, dus ik moet weer helemaal nadenken. Hoe pakken we de boel in, wat nemen we mee, voor ons, voor Ravi? Het lijkt of we voor één nachtje net zoveel meesjouwen als voor drie weken zomervakantie.

We laten de zwarte wolken rechts liggen. Zonnebril op en gaan. Tot Medemblik, dan heeft de bui ons ingehaald. Dat blijft de hele weg zo, regen en zon wisselen elkaar in hoog tempo af. Jantje lacht, Jantje huilt. De voorruit lekt. Dat is nieuw. Na het bord ‘Welkom in Gelderland’ zoveel bloesems! Wolken prunussen en magnolia’s met knotsen van bloemen in roze en wit steken soms fel af tegen donkergrijze luchten.

Bij het startpunt in Zutphen aangekomen worden we naar een achteraf hoekje gebonjourd. De Snoek mag zeker niet tussen de Eenden staan. Het erf begint aardig vol te lopen, het is direct gezellig. We ontvangen een goodiebag, een goedgevulde stevige linnen tas met een oranje 2CV erop. Al kletsend met oude en nieuwe kennissen doen we een rondje “eendje-bewonderen”. De antieke politie-Porsche is gaaf, maar valt meer uit de toon dan onze DS.

Na de welkomstwoorden namens Burton en namens de 2CV Club is het tijd om te starten. De colonne kachelt het terrein af, juist als de eerste hagelbui op de auto’s neerklettert. Dwars door Zutphen en over de IJssel volgen we de voorgangers zowel als Tomtom en de papieren routebeschrijving. Genoemde voorgangers hebben allemaal háást, dat zijn we niet zo gewend. De DS moet aanpoten om de boel bij te houden. Het Janus-weer blijft aanhouden. Zó zien we niets door de zon, zó verstaan we elkaar amper door de hagel op het dak. De bosrijke omgeving, waar we volgens de routebeschrijving van zullen genieten, verschuilt zich achter een regengordijn.

Keer op keer steken we het spoor over. Zijn hier zoveel spoorverbindingen of cirkelen we er gewoon langs? We zien mooie picknickplaatsen onderweg. Heel mooie, kletsnatte picknickplaatsen. Via een Frans aandoende haarspeldenweg door de Veluwe en de Posbank komen we in Arnhem. Nog steeds zit er een aardig konvooi achter elkaar al raken we elkaar bij de vele, véle stoplichten soms kwijt. We scheuren maar door, achter de meute aan. Na Arnhem sloffen we wederom wat kleine plaatsjes door. Kasteeltje hier, landgoed daar.

Na de Veerweg volgt, jawel, een veerpont. Altijd een leuk intermezzo, zo’n pontje. Als ik uitstap om wat foto’s te maken krijg ik de deur zowat niet open door de snijdende wind. Oeps, vasthouden! Daarna rijden we Wageningen binnen. Een stel eenden dat vóór ons de pont afreed komt ons tegemoet. Ehh, huh? Wij volgen stug Tomtom en dat gaat een hele tijd goed, ook zonder voorgangers. Tot ook wij de bietenbrug opgaan. De beschrijving vermeldt duidelijk een aantal keren in dikgedrukt rood DIRECT rechts te gaan of DIRECT links en dan over te steken… ware het niet dat Tom ons netjes op de doorgaande weg zet en niet op het bedoelde ventweggetje. Ik ben de draad compleet kwijt, Gijs redt het. Puur op zijn richtinggevoel pikken we verderop de route weer op. Tenslotte bij het clubhonk gearriveerd wacht ons de zon, warme thee en vrolijke mensen. Het worden er al snel meer. Her en der knopen we nog een praatje aan voor we het voor gezien houden.

Moe van de vele kilometers en het slingeren gaan we rechtstreeks naar het hotel in Oosterbeek. Voor het eten is het droog, we struinen direct het bos in. Ravi gaat helemaal los. Letterlijk. We eten in het pannenkoekrestaurant in Wolfheze, zo hebben we onze adresjes.

Het was -ondanks alle nattigheid- een leuke dag. Leuke route, leuke mensen en na afloop lekker kunnen struinen in het bos, lekker eten en straks lekker slapen.

Zondag doen we rustig an met een uitgebreid ontbijt. Als we bepakt en bezakt beneden komen stroomt het van de regen. Jammer, daar gaat onze geplande ochtendwandeling in het bos. Uit dat bos komt een groepje hardlopers aangerend. “Mógge!” “Goeiemorgen!” En FLATS. Daar lig ik, languit op de keiharde klinkers. G#@&*%!

Gisteren kon ik me ternauwernood staande houden toen ik in diezelfde kuil stapte, nu zwik ik bovenop de proviandtas, de chips tot kruimels verpletterend. Direct snellen de lopers naar me toe. Met twee man sterk word ik van de straat opgeraapt. Handen nog heel, broek nog heel, knie nog heel. Pfieuw. Linkerenkel doet zeer. Het loopt wel los, maar niet echt makkelijk. Achja. Geen vakantie is compleet zonder dat Ma op haar snuit valt.

Over de Veluwe zetten we koers naar dochterlief. Onder het genot van cappuccino en koek en met een koud kompres op mijn enkel kletsen we bij, horen we de wederzijdse vakantieperikelen. Dan rijden we de snelle route naar huis, we zijn uitgekronkeld. Thuis, thuis gaat de open haard aan. Nog een beetje vakantie.


 

Tijdens het wachten is er genoeg te doen. We laten nieuwe kozijnen maken in zowel badkamer als toilet. De glas-in-lood-ruiten worden in dubbel glas gezet. Gijs plaatst een warmwaterkraan in de garage en een water-ontkalkingsfilter in de waterleiding in de kelder.

In het nieuwe jaar komt het startschot: 19 februari beginnen we! Een week van gestress breekt aan. Gauw nog even dit en even snel dat. De tegels en andere spullen worden geleverd. De huur-douche wordt in de garage geïnstalleerd. Ik leg kleden en matten op de betonvloer tegen te koude voeten.

Maandagmorgen, half 8. De hel breekt los. Niet alleen gaat Ruben voortvarend aan de slag met slopen, lawaai en troep maken, ook gaan de glasvezelkabeltrekkers recht voor de deur aan de gang. Binnen en buiten is het een gejekker van jewelste. Ik vlucht naar de winkels en loop met de hond, die niet wil lopen. Als ik terugkom ligt het bad in de tuin, de douchewand staat naast het huis, de tegelmuurtjes langs het bad staan bij de vuilnisbakken. Hoe Ruben dat voor elkaar heeft gekregen, ik wil het niet weten. Hij heeft de overloop en trap afgeplakt, de vloerbedekking blijft aardig schoon.

De volgende dag komen de kabelaars de glasvezel doortrekken naar het huis, weer modder en herrie. Op zo’n dag komen natúúrlijk de glazenwassers langs die eigenlijk nergens goed bij kunnen want de hele straat staat vol geparkeerd met busjes van klusbedrijven en graafmachientjes van de kabeltrekkers. Zoetjes-an dreig ik hysterisch te worden. Gelukkig is Ruben met twee dagen klaar, ik krijg een paar dagen respijt.

Zaterdags rijden we met de grote aanhanger vol puin naar de stort. Met zijn tweeën kieperen we het bad in de container en nog voor we ons omgekeerd hebben komt er een happer die KLATS! BAM! op het bad ramt. In honderdduizend stukjes valt het polyester uiteen. Zo. Definitiever dan dit kon ik niet van dat bad afkomen. Als ik bezig ben de gipsen plafondplaten te verzamelen om in de juiste bak te mikken begint het keihard te regenen. De gipsplaten, die de hele week al buiten in de regen hebben gelegen, breken dwars doormidden op het moment dat ik ze optil. FLATS! Grinnikend raap ik de restantjes papier-maché uit de bagger, ik had het kunnen weten. Wat een bende.

Week 2, maandagmorgen half 8. Ding-dong. De tegelzetter. Hij gaat direct aan de slag. De tegels zijn vrij groot voor de kleine oppervlaktes, om alles symmetrisch uit te meten moet er veel gesneden worden. Regelmatig wordt me gevraagd: “Hoe wil je dit, en hoe zal ik dat…” Man hou óp! Hoe moet ik dat nou weten? Bij zowat alles is mijn reactie dan ook: “Doe gewoon wat jou goeddunkt!” Ik laat het los (om maar een cliché te gebruiken). Ik laat het gebeuren. Alles komt goed. Over twee weken is alles voorbij. Toch?

Na vier lange dagen zwoegen, meten, snijden, voegen is de tegelaar klaar met zijn klus. Het eind is in zicht.

Week 3. Maandags komt de stukadoor. Je ziet in een paar uur de boel opknappen. Dinsdag komen Ruben en zijn maat alles installeren. De douchewand, een glazen gevaarte dat een ton weegt brengen ze rap naar boven, de gigantische spiegel hangt in mum van tijd. Woensdagmorgen komt de kitter, schrik niet, om 7(!) uur. Ach, ik ben nou zo gewend aan vroeg opstaan dat dat halfuurtje niet meer uitmaakt. Om 8 uur is hij al klaar en dan ligt er een lange vrije dag voor me, de eerste 24 uur mag er toch niet gedoucht worden dus poetsen hoeft ook nog niet.

Maar kijk nou, hoe móói het is geworden!


Het begon allemaal op een maandagmorgen toen ik weer eens op mijn kop in het bad hing om het vermaledijde ding schoon te krijgen. Na 24 jaar werd dat meer en meer een zware opgave. Slijtage van de toplaag van het bad, de vergane kit-rand, de uitgeslagen voegen en de kraan en douche die zo langzamerhand compleet verkalkt waren maakten dat het nooit meer écht schoon-schoon werd. Deze maandag was ik het dusdanig zát, dat douchen ín- en schoonmaken ván het bad, dat ik per direct stappen wilde ondernemen om het kreng eruit te slopen.

foto’s uit het album, april 2000 toen we de oude badkamer lieten installeren

Natuurlijk liep het niet met zo’n vaart. We waren máánden verder toen we in augustus eindelijk een vrij weekend vonden om naar een badkamerzaak in Heerhugowaard te gaan. Daar werden we geconfronteerd met rijen en rijen wastafels, een wand vol verschillende douchekoppen, vijftig dezelfde kasten met verschillende kleuren, slechts enkele schappen met tegels en drie soorten douchewanden. Hoe moesten we hier in vredesnaam iets vinden wat precies naar onze zin was? Afijn, we hadden iets uitgezocht wat het, bij gebrek aan beter, dan misschien zou kunnen worden en lieten een tekening en offerte maken.

Thuisgekomen zinde het ons toch niet. Alles leuk en aardig, maar dan moesten we nog steeds zelf achter een loodgieter, tegelzetter, stukadoor en andere vaklui aan. Gijs dacht dat hij het eruit slopen zelf kon doen, waar ik het niet mee eens was. “We zijn geen 25 meer, besteed je schaarse vrije tijd liever aan leuke dingen” was mijn redenatie. Na wat gesteggel was hij het wel met me eens.

De eerste winkel (zie ook kopfoto)

Het weekend erop togen we op de bonnefooi naar Schagen, naar een grote zaak die ons door diverse mensen was aangeraden. We struinden van het ene toonkamertje naar het andere, trokken een stuk of wat tegeltableaus uit de rekken, vonden de meest geweldige natuurstenen wastafels. Om te watertanden, maar zó totaal niet praktisch. Door de diversiteit van de opstellingen kregen we een veel beter beeld van wat we nou eigenlijk voor ogen hadden in ons ieniemienie spaatje dan bij de vorige winkel.

Die wastafel, zo’n kraan, die douche. Dat waren de simpele keuzes. Mijn oog viel op een bijzondere tegelwand, een jungle tafereel met zeskantige tegels. “Gijs, kom eens, ik heb een gek idee.” Tot mijn verbazing was hij er direct voor te porren. De zandkleurige tegels die ik op gevoel aanwees, bleken perfect aan te sluiten bij de jungle-tegels. Nog zo’n gek idee was de zogeheten organisch gevormde, verwarmde spiegel mét verlichting. Yes yes, het begon ergens op te lijken. Óp naar de tekentafel.

De keuzes in de tweede winkel

De offerte beviel ons en nog vóórdat we naar Frankrijk gingen hebben we die getekend. Na onze vakantie zouden ze dan iemand sturen die een inschatting van het werk zou maken. Die iemand bleek Ruben te zijn. Liefhebber en restaurateur van Amerikaanse oldtimers, pick-ups en motoren. De klik was er gelijk, de offerte was schappelijk. Dóen!

En toen begon het lange wachten….

Wordt vervolgd….


Na maanden schrijfselstilte ga ik proberen het writer’s block te overwinnen. Er zijn twee restauratieprojecten die ik nog wil beschrijven, maar gezien mijn gebrek aan technisch inzicht heb ik Gijs nodig om de hiaten aan te vullen. Tenminste, dat was steeds het excuus om het voor me uit te schuiven. Om de drempel te slechten begin ik met een simpel avontuurtje, zomaar op de laatste zondag van februari.

Die morgen ontmoet ik tijdens mijn rondje met het hondje kennissen van de 2CV Club. We lopen een eindje samen op. Bertus vertelt dat zij ’s middags naar het Eendenmuseum willen, waarop ik enthousiast reageer: “Ha, goed idee, daar ben ik nooit geweest. Kijken of ik Gijs zo gek krijg.” en als ik het dan bij de koffie voorstel, is Gijs er direct voor te porren.

Via een kronkelroute rijden we in stijl met de DS naar Andijk. Meestal rijden we dit stuk andersom, waardoor de omgeving compleet nieuw lijkt. “Bekijk het eens van de andere kant” krijgt hier letterlijk betekenis.

Als we er aankomen schrik ik van het volle parkeerterrein. Oké, de toko is slechts één dag per maand open, maar dat het zó druk zou zijn had ik niet verwacht. Veel Duitse en Belgische nummerborden en alleen “gewone” auto’s. Saai. Wij vallen lekker op met onze limousine.

Het tientje entree is zó betaald, we duiken naar binnen. Rondje rechtsom en we zien wel wat we tegenkomen. Eend. Eend. Eend. Weer een eend. Logisch, in een “Eendenmuseum”. Ik hou echter (sorry) meer van afwijkende modellen. Daar zijn er gelukkig een heleboel van. Ik maak een boel foto’s want als ik uit mijn hoofd wil navertellen wát ik allemaal gezien heb, weet ik het niet meer.

Op de diverse clubs zijn er veel mensen die gemengde gevoelens hebben bij dit museum. Deels kan ik het met ze eens zijn: die auto’s moeten de weg op! Gewoon rijden met die oldtimers is veel leuker dan ze voor de eeuwigheid te bewaren. Aan de andere kant is dit domweg een leuke saaiezondagmiddag-besteding hier eens rond te scharrelen. Dyanes, Acadianes, een rijtje HY-tjes, wat mooie en wat aftandse Ami’s, een hele rij Sahara-eenden waar er slechts een paar honderd van gemaakt zijn waarvan er nu zo’n 15 nooit meer de weg op zullen gaan want tentoongesteld. Een stelletje DS-en, van “schuurvondst-staat” tot compleet gerestaureerd. De mooiste staat buiten op de parkeerplaats. De onze.

Ik ben wég van de Pieremachochels. Van die Cousin It autootjes uit de Adams Family, die overdwars opengaan. Ook van andere merken staan er zulke microkarretjes. Geweldig. Een Janus, een wagentje dat opent aan de voorkant en aan de achterkant en men zit rug-aan-rug. Fiatjes 600 keurig opgestapeld. Enkele Dafjes. Welgeteld één R4-tje. Eentje! Beetje jammer. Of juist niet, rijdt de rest nog? Het Dauphinetje ernaast is ook een dotje. Jammer dat juist bij al deze hoogst interessante wagentjes de bordjes met beschrijving ontbreken.

Antieke brommers en motoren, BX-en, GS-en, SMs… tsja, die boeien míj niet erg maar daar ben ik vast de enige in. Een levensgrote eend van Meccano, da’s nou grappig. Twee rijtjes glimmende eenden tegenover elkaar zorgen voor een kleurrijk palet. Een verlengde HY bus: je neemt er twee, hakt er van eentje de voorkant af en last de twee achterkanten aan elkaar. De meest onmogelijke fabricages hebben we gezien.

De enige die ik mis is mijns inziens de állerleukste: de dubbel-neuzige eend van de Pompiers die in gebruik was in de Var (FR) rond Draguignan en Le Lavandou. Onze oude vakantiestreek. Ik steel hierbij een plaatje van Nicolas Guy, volg: “La France en 2CV” op Facebook. Hij verzamelt ook eenden en aanverwanten… op papier welteverstaan. Citroëns die hij in levenden lijve tegenkomt in alle delen van Frankrijk, gefotografeerd in hun natuurlijke habitat en vaak in originele staat.

Onderstaand mijn kiekjes, veelal op breedbeeldformaat gemaakt vanwege manoeuvreer-gebrek. Sommige zijn daardoor wat vertekend, daar moet je gewoon niet op letten. Zo mooi als Nicholas Guy zal ik nooit kunnen fotograferen…* Geniet desalniettemin van mijn pogingen!

Ami’s

Oude bestel-eenden uit Frankrijk

Blauwblauw: Renault Dauphine en R4

Een vierruiter Dyane6 naast een paar andere oudjes

Glanzende DS-en

Een pracht van een heel vroege DS, 1e neus. Let op de knopjes op het dashboard!

Nog meer godinnen, opknappertjes

Pompstation en motorfietsen

Wegenwacht en wereldreiziger Dyane

De Pieremachochels!
Een stapeltje Fiatjes 600, een rode Scootacar,
een drietal Messerschmitts, een witte Heinkel Trojan,
twee blauwe BMW’s Isetta en een Piaggio bestellertje.

Een rijtje Sahara eenden met motor voor én achter; een 2CV Transat France 3; nog meer eenden….

Verlengde HY bus; heel konvooi HY’s

Traction Avants: vóór en ná restauratie

Janus met deur vóór en deur áchter, banken rug-aan-rug; Meccano-eend en zelfs Ford ontbreekt niet.

Brandweer-eend met aanhanger in Andijk; dubbelzijdige brandweer-eend bij La-Londes-les-Maures (Var) © Nicolas Guy

*) Ik wou dat ik er de tijd voor had! Heel Frankrijk afstruinen naar mooie oldtimers, de tijd nemen voor de goeie shots, ensceneringen en poses uitproberen, statieven en een goede camera mee… ik laat het maar aan anderen over…