Er was eens… een boot. Een catamaran om precies te zijn, van oom en tante die gek waren op reizen, zeilen en Scandinavië. Die catamaran voer onder de naam Akka. Alle neven en nichten zijn weleens een end met hen wezen varen, IJsselmeer, Waddenzee, Noordzee. Alleen ik, de jongste, viel buiten de boot.
Er was eens… een boek. Ja, echt, voordat er een tekenfilmserie van gemaakt werd, was er een boek. Wij hadden dat boek. “Niels Holgerssons wonderbare reis” geschreven door Selma Lagerlöf, bijna verplichte literatuur in de vorm van voor-het-slapen-gaan-voorlees boek met schitterende platen van Anton Pieck. Ik ben tegenwoordig de hoeder van dat boek, ik heb het geërfd.
En nu is er… een autootje. Een Acadiane Mixta, om precies te zijn. Dat verhaal is jullie bekend. Maar hoe zullen we het blauwe blikken vrachtwagentje noemen? Het is de eerste van onze auto’s die ik een naam wil geven. Een echte naam. De naam van de boot en uit het boek, Akka, is altijd blijven hangen in mijn achterhoofd. Akka van Kebnekaise, leidster van een vlucht wilde ganzen die een tocht onderneemt naar Lapland waar Maarten de tamme witte ganzerik en Niels Holgersson, op zoek naar vrijheid bij aansluiten.
Dat idee, op zoek naar vrijheid, past nou precies bij het gevoel dat ik in mijn Acaatje heb. Daarbij is het sprongetje van Aca naar Akka niet zo groot; een 2CV is een eend; een Dyane wordt vaak de zwaan genoemd dus waarom zou mijn Acadiane dan geen gans kunnen zijn? De naam was snel gekozen. Nu nog de belettering.
Nadat ik vorig najaar de pompeblaêdjes van de zijkanten afgepeuterd had, begon ik te schetsen. Haha, tekenen, schetsen, dat kan ik helemaal niet. Met behulp van sjablonen van internet fabriekte ik een soort opvliegende gans met riethalmen, want ja we zitten nou eenmaal in de polder, omhuld door een enso, een open cirkel**. Tenslotte had ik een word-document met een plaatje. Ik vond een lettertype dat lijkt op mijn eigen handschriften daarna moest dat geheel gespiegeld worden voor de andere kant maar de letters niet, afijn je begrijpt, ik ben lekker een poosje aan het fröbelen geweest.
Aangezien ik ’t Letteratelier op facebook volg, heb ik daar op 31 oktober vorig jaar een mail heen gestuurd. “Jongens, hierbij een pdfje van mijn geknutsel, kunnen jullie hier iets netters van maken voor stickers voor mijn Aca.” Niet geschoten altijd mis, nietwaar? Onmiddellijk volgde er een autoreply: “Wegens enorme drukte duurt het langer dan gebruikelijk voor we uw mail kunnen beantwoorden.”
Oudjaar ging, nieuwjaar kwam, de eerste ritten werden alweer gereden en toen ik het niet meer verwachtte ontving ik in mei ineens een mailtje. Ik had de hoop al bijna opgegeven. “Kijk, dit hebben we ervan gemaakt, is dat ongeveer wat de bedoeling is?”.
Na een paar mailtjes over en weer hebben we gebeld om details te bespreken. “Mag ik wat vragen? Is dit de Aca van Tien?” Ik grinnikte, “waren die pompeblaêdjes van jullie?” Inderdaad, die hadden zij verzorgd. Zodoende was het formaat voorhanden en konden we snel tot een afspraak komen. Opsturen of langskomen? Ik besloot stoer zelf naar Blaricum te rijden, dan kon ik bij zuslief in Hilversum lunchen. Een datum geprikt, het plan stond.
Nu de praktijk. Om eerlijk te zijn zie ik als een berg op tegen een uur lang snelweg razen met het herriebakkie en daarbij zijn de weersvoorspellingen ook nog eens abominabel. In Middenmeer stormt het en zodra ik bij Medemblik ben, gaat boven de kraan wagenwijd open. Mijn ruitenwissertjes kunnen de zondvloed amper van de voorruit bezemen. Die stortbui inclusief wat hagel duurt met tussenpoosjes ongeveer tot de Zeeburgertunnel. Wat een kabaal. Achter een vrachtwagen blijven hangen bij forse tegenwind is geen succes, het bakkie waggelt van links naar rechts. Gas geven en erlangs scheuren is het devies. Zo knor ik met gemiddeld 100km/u door tot afslag Blaricum/Huizen. Als je een constante snelheid houdt, is het lawaai te doen. Ik had op anderhalf uur gerekend wat uiteindelijk iets meer dan een uur wordt.
Johan en zijn partner Edo ontvangen me allerhartelijkst. In hun hal staat een knalblauwe HY bus gepropt tussen allerlei dozen en rollen. Leuk, we hebben hier te maken met regelrechte Citro-fans. Edo moet op locatie in Amsterdam aan het werk en Johan gaat aan de slag met mijn stickers. Ik heb amper tijd om een foto te maken of ze zitten er al op. Johan en ik doen in het kantoor een kopje koffie. Kan ik van bovenaf mooi een fotootje schieten. Johan vertelt over hun Citriën-verzameling: pak ‘em beet 3 eenden, een bestel-eend, een mehari en 1 of 2 HY’s. Altijd wat te kletsen met gelijkgestemden en leuk om complimenten over mijn houtje-touwtje ontwerp te krijgen.
Ik vertrek naar Hilversum en word daar zoals gebruikelijk verschrikkelijk verwend met eigengemaakte soep, brood van de Franse Bakker en deftige chocolaatjes toe. De terugreis start wederom met een gigantische hoosbui. Hiervandaan ken ik de weg en heb nu wind mee.
En thuis maak ik trots een paar foto’s van mijn stralende Akka op de oprit.








*) Niels Holgerssons wonderbare reis, © 1906-1907 Selma Lagerlöf
**) Wat symboliseert de Ensō?
Verlichting en Leegte: Het staat voor het universum, de oneindigheid en de staat van ‘geen geest’ (volledige leegte en vrijheid).
Imperfectie en Acceptatie: Een Ensō wordt vaak bewust niet perfect gesloten getekend. Dit symboliseert de schoonheid van onvolmaaktheid (wabi-sabi), acceptatie van het moment en de cyclus van het leven.
Persoonlijke Groei: Een open cirkel geeft ruimte voor beweging, ontwikkeling en openheid.
Bron: wikipedia