Er moest een extra luifel voor de tent komen. Ik vond het onzin, stom ding, ziet er belachelijk uit en ik zag het nut niet. Maar hé, het ding is niet te duur en zit in een vrij kleine tas, die kan makkelijk mee ook met de Dyane. Dus vooruit, wij kopen een luifel en gaan hem in Nederland uitproberen.

De traditie vereist met Hemelvaart (of Pinksteren) te kamperen met de vrienden. De weersvoorspellingen zijn schrikbarend maar we gaan het wel zien. De zon schijnt in Middenmeer, maar ik hou mijn hart vast wat ons in Brabant allemaal te wachten staat. Na een vlotte snelwegrit is het nog een stukje krauten door het Brabantse land. Smalle weggetjes, weidse landerijen, het ziet kalm uit. Schijn in Schijndel: de camping blijkt aan de grote doorgaande weg te liggen. Da’s nou jammer.

Op de camping wachten we in de auto een buitje af voor we de boel opzetten. De haringen kunnen we gemakkelijk in de grond duwen. Het gras zompt enorm, wat een hoop regen hebben ze hier gehad. De luifel opzetten is een vreselijk gepruts, we hopen het nu te snappen zodat het een volgende keer gemakkelijker gaat. Het “voorportaal” scheelt direct een hoop natte inloop. Ik geef het toe, misschien is het best praktisch. Wist ik veel.

De vrienden zijn er aan het eind van de middag, die zetten een stuk vlugger op. De bij de camping bestelde borrelbox wordt vervolgens onder gekeuvel een koppie kleiner gemaakt. In het zonnetje, de dreigende lucht drijft verder. Er zit een pannenkoekenrestaurant aan de overkant van de drukke weg, de keuze waar we zullen eten is niet zo ingewikkeld. Na het eten duiken we vroeg ons bed in, met het kacheltje en de elektrieke dekens aan.

Vrijdag is een niksnutterige dag. Oftewel vakantie. Lang uitgeslapen na een koude nacht. De zon staat op de tent, het lange gras glinstert groen van dauw en/of regen. We gaan een wisselvallige dag tegemoet, maar ontbijt met eitjes, allerhande lekkers en koffie hebben we in de zon terwijl de zwarte lucht langs ons heen drijft. Vooralsnog.

Na een wandelingetje met Ravi stappen we gevijven in de snoek om naar het fenomeen “de Wit in Schijndel” te gaan. Het parkeerterrein is zo groot als die van de Efteling en navenant druk. Bizar. Optimistisch duiken we in het kampeerwinkelgekkenhuis en dompelen ons onder in (te) dure en (te) grote tenten, vouwwagens en daktenten. Tentzakken van 60-65 kilo. Ik zie de Dyane al door z’n wieltjes zakken, hilarisch.

Maar we vinden ook fleecedekens (mijn elektrische deken heeft de geest gegeven) en een miniatuur Dyaantje. Gijs ook blij. Blijkt de nutteloze dag toch zin te hebben. We neuzen tussen lange paden vol allerhande onnodige en vast handige accessoires. Als de buien overgedreven zijn gaan we verder: er moet geboodschapt worden en een ijsje genuttigd voor we terugkeren naar de camping.

Na het borreluurtje wordt er serieus werk gemaakt van het eten. Veggie Tikka masala. Mafkezen. Hij die tot 4 jaar geleden geweigerd heeft óóit te gaan kamperen heeft zich ontpopt tot een ras-campeur. Hij wil kóken op de camping. Ach ja, koken is zijn hobby, maar om dat nou in de regen op de camping te willen doen? Het gaat mijn pet te boven. Pas bij het afwassen zal ik me wel nuttig gaan maken. Op twee tafels snijden, roeren en prutsen drie koks onder de luifel terwijl er een vette bui overkomt. Ik blijf veilig bij het kacheltje zitten, dan loop ik niemand in de weg. Koken. Nooit mijn hobby geweest en op de camping al helemaal niet. Maar zo, onder de luifel is het heel gezellig en het eten is heerlijk. En die afwas? Zo gepiept.

Na de afwas zeggen we welterusten en kruipen ieder in ons eigen tent. Het is bar koud geworden. Vannacht heb ik een extra, extra deken.

’s Nachts is het 3 graden zag ik op het thermometertje op tafel onder de luifel. Zo handig die luifel! Een royaal ontbijt, nu met pannenkoeken. Zelfs na twee dagen kletsen we nog steeds 5 kwartier in een uur. Na drie bakken thee en twee keer koffie lopen we een rondje met de hond. Stuiten op een boerderij met een paar geinige Dafjes. Hierna is het tijd voor de lunch, wederom veel te uitgebreid. We worden hier vetgemest.

’s Middags krijgen we een rondleiding langs de kruidentuinen en druivenpercelen voordat de wijnproeverij begint. Ravi mag niet mee, Gijs blijft met hem bij de tent.

Bij de inleiding op het terras worden er uit het kruidenperk blaadjes en takjes rondgedeeld die we moeten ruiken en proeven en dan raden wat voor plantje het is. Aan mij heeft-ie een slechte. De eerste drie, citroenverbena, citroenmelisse en munt, verpesten mijn reukvermogen voor de rest van de middag. Citroen en munt STINKEN (postcovid)!

De kruidenperken zijn geen nette vierkanten met de kruiden op een rijtje maar cirkels en slingers en álles staat rammelend door elkaar. De eigenaresse, Myriam, is herborist en weet precies wat je waarvoor kunt gebruiken en welke kruiden nuttig zijn voor elkaar in de tuin. Vandaar een paradijs voor bijen, vlinders en vogels. Myriam maakt hiervan theeën, siropen, azijnen, muggenspray en zo meer. In het eerste kruidenperk bij de receptie staan zeven kaarsrechte ginkgo’s. Het hele domein is omgeven door een verscheidenheid van loof- en naaldbomen, ook weer goed voor beschutting, bestuiving etc.

Verder lopend over de graspaden vol klavers, paardenbloemen en andere “onkruiden” komen we bij de eerste wijnranken, 15 verschillende rassen. Hier krijgen we uitleg over de bodemgesteldheid, de druivenrassen, de snoeiwijzen… ik ben de draad na een halfuurtje echt wel kwijt en ik krijg het koud. Goddank is het de hele tijd droog.

Verderop komen we bij een Wilgenbosje met daarin een soort heksenkring, een beschutte cirkel met boomstamkrukken als zitplaats plus eentje in het midden, onder meer gebruikt voor meditatie-sessies. Daar tegenover is het druivenlabyrint, in de lay out van het labyrint van de kathedraal van Chartres. De term “labyrintwijn” zet zich in mijn brein vast, dat moet lekkere wijn zijn. Wij gaan het labyrint niet in, dat is een individuele aangelegenheid (zie de website). Er volgt nog veel meer informatie, ik begin nu echt in te kakken. We zijn al anderhalf uur verder en ik heb nog geen wijn gezien. Gijs appt al waar we blijven.

Binnen staat alles klaar voor de proeverij. Wijnboer Geert is enthousiast en trots op zijn bedrijf, hij vertelt er vol humor over. Soms een beetje té, alsof hij een one man show weggeeft. Ach, ik lach er maar om, het vette Brabantse accent is vanzelf al grappig.

Bij het ruiken van de wijnen krijg ik kortsluiting. Werkelijk alles, áls ik al iets ruik, ruikt naar citroen. Bah. De wijn doet mijn mond samentrekken zo zuur. Is dit nou labyrintwijn? Ik blijk de enige te zijn in de hele groep met deze reactie. Pas de derde witte (de eerste twee heb ik weggegoten wat nix voor mij is, dus dat zegt iets) vind ik wel aardig. Dat blijkt appelwijn te zijn. We worden genept waar we bij staan.

De rode wijnen kunnen me evenmin bekoren, het bakje raakt vol van mijn restjes. De laatste wijn lijkt bruinig als hij uit de fles geschonken wordt. Mensen vinden de kleur naar sherry neigen. Ik heb geen idee maar dit is letterlijk de éérste wijn waar ik íets ruik. Iets zoetigs als pruimen of rozijnen. Hoe de wijn smaakt? Deze vind ik wel lekker, iets voor bij een chocoladetoetje ofzo. De aap komt uit de mouw: de wijn is gemaakt van de appelbes en zwarte bes plus nog wat andere fruitsoorten. De ondertitel op het etiket zegt “hij is bes lekker”. Dat verklaart een hoop.

Precies om 6 uur rollen we weer naar buiten, 3,5 uur later. Eten doen we voor het gemak weer aan de overkant. Voor het éérst in mijn leven krijg ik mijn kaas-gemberpannenkoek helemaal op, ik zit dan ook bommetjevol. Kacheltje aan en uitbuiken. Tot morgen!

Dreigende wisselvalligheden. Toch buiten ontbijten, laatste eitjes en restjes appel- en notenbrood opmaken. Gezellig. Nog steeds niet uitgebabbeld. De luifel is wederom ideaal: karretje eronder en droog inpakken. Tent en luifel opbreken is dan nog een makkie, ze zijn zo goed als droog. Tegen het middaguur nemen we met dikke knuffels afscheid. De tijd gaat altijd te snel, die paar dagen zijn zo voorbij. Tot gauw!

Op de snelweg aan de andere kant is de grijzeduivenuittocht zuidwaarts begonnen, elke 3e auto is een camper of trekt een caravan. Bij Hoorn verwelkomt een gigahoosbui ons in West-Friesland. Lekker dan. In de thuispolder is het weer droog en licht. Die gekke maar toch o zo handige luifel hangen we vijf minuten over de waslijn. Klaar voor de junivakantie!