Weg uit sleur en drukte, gewoon een paar dagen er helemaal tussenuit. Dat is het plan. Om nou voor een weekje naar Thailand te vliegen en daar dezelfde dingen te gaan bekijken die we al vaker gezien hebben, dat is teveel gedoe op niks af. We zoeken het iets dichter bij huis, dan kan de hond ook mee. Wel zo gezellig.

File-ontwijkend via Eindhoven rijden we Nederland uit. Na de koffie net over de grens in België gaat het dak open en het vest uit; de zon wordt weliswaar gesluierd door hoogvliegend Saharastof, de temperatuur is heerlijk. Het laatste uur tot onze bestemming zetten we de Tomtom op kronkelen door de Ardennen, we hebben tijd zat. Ineens dwalen we door een totaal ander landschap. Weides, bossen, dorpjes en tsja, daar word je plotsklaps een off-road pad ingestuurd. Leuk met de Dyane, de Snoek heeft er evenmin problemen mee.

Precies om 4 uur arriveren we in Six-Planes (70 inwoners) waar we worden verwelkomd door een oud dametje dat ons meeneemt de oprit naar het huisje op. La Petite Maison is precies wat het belooft: een knus-kneuterig natuurstenen huisje met een later aangebouwde vestibule zoals je dat vaak ziet in België en Frankrijk. De grote tuin is geheel voor ons, in die verre schuur ligt voldoende hout als we meer nodig hebben om te stoken. Het huisje is compact maar alles is er. Op zijn Belgisch aan elkaar geknoopt doch functioneel, tot de plastic bloemetjestafelkleden aan toe. Elke wand is voorzien van minimaal één of twee schilderijtjes, terwijl je, als je naar de voorste muur kijkt, een levend schilderij omlijst door een 80cm diep kozijn ziet. De stoelen buiten lonken. Omringd door vogels en stilte, proosten we op een paar dagen weg-zijn.

Op een prent aan de wand zie ik dat la Petite Maison 100 jaar geleden een schooltje was. Op de foto zien we de schoolmeester poseren met zijn 23 leerlingen voor het raam van wat nu de keuken is. Helaas zijn veel oude kenmerken, zoals de stenen raamomlijstingen verdwenen door isolatie- en moderniseringswoede. De robuust-eiken raamstijlen zijn lang zo mooi niet.

Het koelt snel af als de zon weg is. Het aansteken van het houtkacheltje is een uitdaging: de beloofde aanmaakblokjes en lucifers ontbreken. Gelukkig had Gijs die laatste thuis nog snel in het krat erbij gegooid. Hij weet met de láátste lucifer het vuurtje aan te krijgen.

De rest van de avond zitten we moe en rozig maar bar tevreden voor het kacheltje dat gezellig sputtert en vlamt. Ravi maft aan Gijs’ voeten.

We beginnen de dag met het verkennen van het slaperige dorp. Ergens zit een specht in zijn boom te beitelen. Honderden mussen, mezen, groenlingen en een blaffende hond in de verte versterken het geluid van de stilte.

Na de koffie in de tuin rijden we naar Alle, daar zit een boulangerie en een kleine supermarkt waar Gijs lucifers en aanmaakblokjes haalt. De Semois staat hoog. Overal langs de slingerweg passeren we watervalletjes en snelstromende greppeltjes, langs de rivier zijn veel gîtes en campings. In Alle staat de kerstversiering tussen de carnavalsconfetti.

We nemen een spannende route terug. Wanneer we op een wegkapelletje met gebrandschilderde glas-in-lood ramen stuiten, stappen we even uit. Het blijkt een grafmonument te zijn voor een verzetsstrijder in WO2. De klok heeft een mooie galm, we kunnen het niet laten om het touw een zwengel te geven.

We lunchen met de gekochte lekkernijen buiten. Langzaamaan wordt de zon weer stoffig. Ik hou het tot half 5 uit, dan gaan we naar binnen.

En ook zondags is het prachtig weer, waar hebben we het aan verdiend. We gaan voor de lunch naar Vresse, een pizzeria is open en we kunnen lekker buiten zitten. Een derde van mijn pizza wordt ingepakt, avondeten voor vanavond.

Uitbuikend lopen we naar de Semois. Op de grasvelden langs de oevers wordt volop gepicknickt. Na het rustieke stenen boogbruggetje volgt een asfaltwandelpad de rivier. Honderden soorten mosjes en felgroene varentjes hebben de stenen muurtjes langs het pad gekoloniseerd, overal sijpelt helder gedruppel. Om een rondje te maken is er ’s zomers als de rivier laag staat een brug, een soort vlot-/touwbrug waar vroeger de tabakstelers gebruik van maakten om van de ene akker naar de andere te kunnen lopen. Wij keren om en lopen dezelfde weg terug.

Wordt het al eentonig? Ochtendkoffie in de zon. Een dikke reuzenhommel zoemt om ons hoofd, verdwijnt af en toe tussen de warme leistenen van de muur en komt ergens anders weer naar buiten.

Suf genoeg ontdek ik nu pas de stapel folders en infoboekjes in de vestibule. Ik vind een makkelijke wandeling van 5,5 kilometer, de “Route de Maquis”, route van het verzet. Startpunt: de Millennium toren in Gedinne. Het pad is op veel plaatsen van een informatiebord voorzien. Hoe het verzet hier in 1944 georganiseerd was, wat de omstandigheden toen waren, etc. In die dagen was er natuurlijk geen keurig bewegwijzerd pad, slechts dicht bemost bos. Er is van alles te lezen wat ik niet doe. Ik onthoud het toch niet, ik maak er wel een foto van als het me interessant lijkt.

Het eerste deel van de tocht is een dalende asfaltweg door gekapt boslandschap met wijd uitzicht. Halverwege slaan we af, het bos in. Het steenslag-pad stijgt licht, in de greppels en geulen naast het pad gutst water. We zien een paar stammetjes als potloden geslepen rond een kreekje liggen, een beverdam heeft een vennetje gecreëerd (geen foto helaas). Het pad wordt al drassiger en als de plassen te groot zijn, tilt Gijs Ravi eroverheen. De arme hond gaat in de vertraging, het is best een end al met al.

Thuis is er thee op het terrasje. Elke middag voeren twee of drie buizerds een luchtshow op, geweldig gezicht.

Laatste dag. Omdat het vanmiddag schijnt te gaan hozen gaan we vroeg aan de wandel. Er is een wandeling (route 7, groene rechthoekje op de kaart bij de kerk) vanaf Six-Planes, 6 kilometer moet te doen zijn. Heuvel op, heuvel af, door de weilanden en bos, mest, modder en blub. De kerk in Gros-Fays heeft een oude façade en een lelijk-moderne zijkant. Blijkt afgebrand geweest te zijn en “economischer” herbouwd.

Die 6km zijn er 7,5, ruim 10.280 stappen, ik ben kapot. Koffie.

Gijs rijdt ff naar de super, ik doe niks meer behalve theedrinken. De lucht is nu helemaal dichtgetrokken, de regen laat niet lang op zich wachten. Gijs haalt een kruiwagen hout, de kachel gaat aan. Zo redden we wel de avond door.

Ik borstel Ravi in de vestibule, eerst nog begeleid door vogelkoren maar algauw worden die overstemd door het geroffel van de volgende bui. Net een tentdak, dat geratel op het plexiglas-golfplaten dak.

Het blijft op en af plenzen. Ravi verzet geen stap meer. Ik ook niet.

De laatste nacht slapen we altijd wat onrustig en zijn we er bijtijds uit. Anderhalf uur later zijn we klaar voor vertrek, inclusief het huisje aan kant gemaakt. Gijs zegt mevrouw gedag, inspectie gelooft ze wel. On y va. Il pleut.

Bij Thynes spotten we een picknickhutje. De thermosfles doet het niet goed, dus de koffie gieten we zo naar achteren. We staan droog maar bagger, wat is het koud!

We slingeren verder. Door de mistroostige voorruit maak ik geen foto’s hoewel er genoeg te zien is. Vakwerkboerderijtjes en kerkjes met leien daken glimmend van de nattigheid; wit en roze prunussen, knalgele forsythia’s en grote solitaire magnoliabomen vol in bloei. In elk zichzelf respecterend dorp ligt een stapel snoei- en afvalhout klaar om in het weekend voor Pasen te worden aangestoken. Borden waarin het “Grand Feu” wordt aangekondigd staan al van verre langs de weg. We krauten door weilanden, de modder spat tot op het dak bij de diepe plassen en vervolgens kriskras door bossen via een superspannend-steile afdaling  tot we uitkomen bij Yvoir aan de Maas. De rivier is hier heel breed en stroomt snel.

Genoeg gekronkeld. Na het tanken wordt Tom ingesteld op snelste route, nu wel via Brussel en Antwerpen. Op de snelweg is het zicht nagenoeg nihil. Wát een nattigheid! File bij Brussel, Antwerpen rijdt aardig door. Vooral laatste uur file, A8, A7. En thuis schijnt de zon.

á la prochaine!