Zei ik in het vorige verhaal niet dat de vervanging van het stuurhuis kon blijven liggen tot na de vakantie? Koud twee weken verder zit het ding er met één weekendje doorpakken in de DS. Vraag niet hoe het kan, Gijs flikt ‘t.

Er is moeilijk aan te komen, origineel al helemaal niet. Gereviseerde stuurhuizen worden mondjesmaat aangeboden, het is een ingewikkelde klus om zo’n ding zo goed als nieuw te maken. Citrotech, het bedrijf dat dit soort revisies doet, waarschuwt dat de wachtlijst tot zo’n twee jaar oploopt. Zodra er tien klaar zijn, gaan er acht naar de wachtenden en twee komen er op de website. “Goed de website in de gaten houden meneer!” is het advies. Aldus geschiedde. Een dag of wat later staan de apparaten op de website en weer een dag later hebben wij er al eentje in huis. Zo gaan die dingen bij ons.

Ik vind het nogal wat, zo’n letterlijk cruciaal component “eventjes” vervangen, maar Gijs heeft diverse filmpjes bekeken en erover gelezen, het lijkt hem wel te doen. Met zijn tweeën slepen we die zaterdag voorzichtig het oude, bijzonder vieze, stuurhuis uit de auto. Met handschoenen aan, werkelijk elk onderdeel dat je eruit haalt druípt van het vet en de viezigheid. Nu kan Gijs overal goed bij om ook andere elementen na te lopen. Hier wat aandraaien, daar iets smeren en ergens anders juist het vet vanaf boenen.

Zondag staat de immer hulpvaardige buurman paraat om te helpen het nieuwe stuurhuis te plaatsen. Als alles goed vastzit, wordt de auto iets opgekrikt om op die manier de eventuele speling in het stuur te controleren. Het scheelt zowat een kwartslag draaien, zoveel speling zat er in het oude systeem. Het hydraulische olie lek is hiermee direct verholpen, voortaan blijft het droog op de garagevloer.

’s Middags staat de DS triomfantelijk te glanzen op de oprit. Gijs komt me halen.
“Ga je mee voor een proefritje?”
Ik weet niet wat ik hoor. “Zit-ie nú al in elkaar?”
“Ja, natuurlijk” zegt Gijs.
Zo vanzelfsprekend vind ik dat niet! Zou ik na al die jaren wel gewend moeten zijn aan Gijs’ gouden handjes, toch ik laat me telkens weer verbazen.

Hond op de achterbank en zo rijden we die mooie zondagmiddag een rondje Wieringen en Amstelmeer. Slierend over de rotondes, dweilend door de wegversmallingen. Zonder maar één slag teveel aan het stuur te hoeven draaien, Gijs zit op slag een stuk zekerder op zijn stoel.

Het oude stuurhuis wordt geretourneerd aan Citrotech zodat ze hem voor de volgende liefhebber kunnen reviseren. Ondertussen zijn er meer “projectjes” van het lijstje aangepakt:
De nieuwe ventilatiebuizen zijn geplaatst, de oude verfrommelde liggen naast het huis te wachten op het grof vuil.
De boutjes van kraan van de kachelradiator breken af als Gijs hem eruit pakt. De boutjes worden uitgeboord en er wordt een nieuwe draad in getapt. Het verouderde plastic van de kachelbehuizing brokkelt en wordt met diverse soorten lijm en metalen stripjes uiteindelijk tot een geheel geboetseerd. De kachelradiator wordt goed schoongemaakt, ontvet, van vers isolatie-foam voorzien en de kraan aangepast zodat hij weer dicht kan. Nu blaast er geen warme lucht meer naar binnen als het buiten 30 graden is.
Een fris slangetje voor de radiator-overloop zorgt ervoor dat het niet meer lekt op de remmen.
De olievuldop is van een betere afdichting voorzien dus dat spettert niet meer los rond onder de motorkap.
De achterlichten, besteld in Duitsland en de volgende dag thuisbezorgd, zijn netjes gemonteerd.
De ramen vallen al iets beter in de kozijnrubbers, bijna goed.
Ik doe ook wat: de bekleding poetsen en in het zadelvet zetten. Da’s hard boenen kan ik je vertellen.

Het zijn nu (volgens mij) vooral nog de kleinere dingetjes die nog moeten gebeuren. En zoals dat gaat met kleine dingen: het zijn net de plinten van je parketvloer. Dat kan even duren…


PS: Denk nou niet bij het lezen van deze verhalen “wat een barrel hebben jullie gekocht” want dat is ze zeker niet! We zijn superblij met ‘r. Gijs geniet van de uitdagingen en ik van het meerijden, telkens een beetje meer ónze voiture!

Categorieën: ThuisTags: