De tent is drijfnat van de dauw als we inpakken. Met een beetje puzzelen zit alles weer binnenboord, we zwaaien Les Pommiers gauw gedag. Op naar nieuwe avonturen in l’Armorique. De afgelopen dagen hebben we veel om/onder/over snelwegen gecirkeld, steeds opmerkend hoeveel leuker die kleine weggetjes zijn, hoeveel meer je ziet. Voor de afstand die we vandaag gaan afleggen kiezen we echter voor de snelle route met péage. Hoewel dat ‘snel’ in ons geval nog te bezien valt.

Tom leidt ons naar de Pont de Normandie, een staaltje moderne toegepaste kunst, over de Seine tussen Harfleur en Honfleur. De tol hebben we er graag voor over. Een achtbaan: stijl omhoog de helling op en sierlijk zoevend naar beneden waar de volgende ronding voor ons uit glooit. Een waar kunstwerk, met een passer en liniaal in scherpe lijnen tegen de heiige lucht afgetekend. Een magisch patroon van de vooruitgang.

Vanaf de snelweg zien we in de wazige verte de Mont St. Michel liggen. Op een enkel wolkje na is lucht lichtblauw. Zo zonnig hebben we het deze vakantie nog niet gehad. De rest van de weg is slaapverwekkend saai, maar je komt wel ergens. Heel prozaïsch: het is ook weleens lekker om pauze te houden op één van de Aires. Een normaal, schoon toilet in plaats van geschikte struiken te zoeken. Bij Rennes en Vannes is het wat drukker, stoplichten, kruisigingen, afslagen en daarna is het weer meer van hetzelfde. Nog maar een Hopje?

Tenslotte arriveren we op een schattig campinkje. Camping de la Ferme Fleurie in Locmariaquer heb ik gevonden via de onvolprezen Archies app. Waarom ik die campingboeken nog meesleep? Kunnen allemaal thuisblijven. Dit is een minibedoeninkje met serieus sanitair, complete badkamers met douche, wastafel en toilet. WC papier bij de toiletten; zonder muntje douchen; een gigavriezer voor die drie koelblokken; wifi, oké alleen op het terras. Een wereld van verschil met de voorgaande camping.

Madame Huguette, een vogelachtig vrouwtje met een brede glimlach en twinkeloogjes heet ons welkom. Wil ons dolgraag het terreintje rondleiden, maar we hebben zelf al een plekkie uitgezocht. We krijgen desalniettemin een complete tour langs sanitair, bibliothèque en overige faciliteiten zoals de aardappels uit de moestuin. Alsof we piepers gaan koken op de camping.

De tent staat in een uurtje, Gijs maakt een omeletje en als de zon echt onder is gaan we naar binnen. Bonne nuit!

De volgende dag heeft een hoog lui-level. De hele morgen vermaken we ons met de geluiden achter het heggetje. Terwijl wij in de zon aan de koffie zitten, luisteren we ongegeneerd hoe de Engelse buren hun tent aan het opbreken zijn. Dat gaat allemaal niet helemaal vanzelf. Als eindelijk de tent leeg en vrijwel droog is en het huishouden op de voorstoelen van het busje is gepropt begint het gedoe. De buigstokken van de grote koepeltent “color by color, please.” “Oh, they had colors? I didn’t notice!” En dan. Als de tent plat ligt wordt eerst alles minutieus afgeborsteld. Daarna wordt de bodem stukje voor stukje met een doekje afgenomen en als dát eenmaal gedroogd is kan het opvouwen en rollen beginnen. Wij zijn daar in 5 minuten mee klaar. Zij niet. Ze blijven lachen (heel knap!) maar bakken er nix van. Het pakket past niet in de bijgeleverde tas. “Again!” …and again – and again… Na poging na poging invouwen en weer uitrollen begint meneer toch wat saggerijnig te worden. Het is namelijk “bloody hot” in de zon en ze zijn al een uur of vier bezig…. “It’s a @#$%*&* jigsaw puzzle!” Tegen 2 uur zijn ze zover dat ze kunnen rijden. We zwaaien ze vriendelijk goeiedag, meneer verontschuldigt zich nog “for the noise he made”. We vertellen hem maar niet dat we genoten hebben van het hoorspel achter de heg.

’s Middags rijden we naar een punt van de baai. Over het duintje ligt een dolmen (hunebed). Heb nog even gekeken maar Panoramix lag niet onder de liggende menhir. Er is een lief strandje met zand, kiezels, oesters en zeewier, een windje huppelt over de golven. Ravi graaft stenen op en rent rondjes als een malle, hij gaat helemaal los. Het zeewater is niet te koud, eeuwen geleden dat ik met mijn voeten in de zee heb gestaan, laat staan aan de Atlantische kust. Fonkelingen zand op mijn tenen.

’s Avonds gloeit de ondergaande zon lang na.


%d bloggers liken dit: