Al een paar dagen word ik van hot naar her meegesleept. Laatst moest er zo nodig met Beessie, die blauwe lawaaipapegaai, getourd worden. Dat betekent slapen op de achterbank. Na een halfuurtje lekker knorren stoppen ze alweer bij een grote winkel waar het vreemd ruikt. Ik mag mee naar binnen in een karretje, gelukkig wel met een matje onder mijn lijf. Jammer dat ik niet overal aan mag snuffelen maar er is genoeg te zien. Ik hoor woorden als ‘luchtbed’, ‘slaapzak’ en ‘tentzeiltjes’. Al begrijp ik niet waar ze het over hebben, zij zijn blij dus ik ben blij. Ik word genoeg aangehaald, gekroeld en bewonderd door iedereen, dus dan zit ik goed.

Als ze hun koffie op- en de spullen betaald hebben, vertrekken we weer. De zon schijnt op het fleurige zonne-/winddakje, ik lig beschut en toch koel op de achterbank. Zwaar leven. Bij het bekende vuurtorentje komen hun broodjes uit de tas. Mijn drinkbak staat in de schaduw en er is een boel te onderzoeken. Zo amuseren we ons wel.

Thuis gekomen word er uit de garage van Buurvrouw iets blauws gereden. Hé, nog een Beessie? Nee, dit noemen ze ‘Karretje’. Baas gaat aan het prutsen met schuurpapiertjes en een dremel. Die ken ik, daar is hij de hele winter in de garage mee in de weer geweest. Veilig vanonder een stoel op het stoepie bezie ik het gebeuren.

Opnieuw gaan we op pad, naar weer zo’n winkel waar ik in een winkelwagentje gezet word. Nu wordt het interessant, ik hoor ‘hondenbench’ en ‘opvouwbaar’. Dat moet iets voor mij zijn. Ik pas precies in de kleinste bench maar van languit liggen is geen sprake. Ik ben groot genoeg voor de middelste. Isolerend kussentje erin tegen ‘optrekkende kou’. Wat zou dat zijn? Bij het afrekenen krijgen ze nog op hun donder: blijkbaar had ik niet mee naar binnen gemogen. Te laat! 

Dan is het eindelijk zo ver. Er wordt een grote zak uit het karretje de achtertuin in gesleurd. Ze flapperen met een groot stuk plastic waar ik niet in mag happen en daarop rollen ze de zak uit. Van een afstandje zit ik toe te kijken wat ze in hemelsnaam aan het doen zijn. Een rode fietspomp zorgt dat de slangen bewegen. Help, ze komen omhoog! Kijk nou, ploep, ploep en ploep en er staat een hut! Daar moet ik bij zijn. Ik kan er zelfs in. Sterker nog, die genoemde luchtbedden zijn opgepompt en met de slaapzakken verdwijnen die in het binnenste hol. Mijn nieuwe hok gaat voorin, mét mijn eigen kleedje, vertrouwde speeltjes en drinkbak. Zou het echt de bedoeling zijn dat we hier gaan slapen?

Lang zitten ze nog buiten te lezen en te kletsen voordat ze eindelijk dat nieuwe huis in gaan. Nog een laatste keer plassen en ik kukel doodop in mijn nieuwe bed. De volgende morgen zijn ze trots op me, dat ik de hele nacht zonder een kik te geven heb doorgeslapen. Ondanks het verkeersgeruis, ondanks langslopende mensen met honden, ondanks de vogels die al voordat het licht is begonnen te zingen. Heerlijk gemaft. Ik ben Bravi, de campingteckel.