Hebben jullie dat nou ook? Of ben ik de enige nostalgische malloot? Het lijkt met de jaren steeds erger te worden. Hoewel… erg…? Het is niet erg, maar wel vreemd.

Ik ervaar een nieuwsgierige honger, als ik door historische wijken kom, langs stokoude boerderijen of door jaren ’30 buurten. Hoe zag het leven er toen uit? Hoe voelde het leven toen? Wie leefden er? Tot in detail: hadden ze werk of leden ze armoe, was er liefde of geweld, hadden ze zorgen of was het leve-de-lol? “Vroeger was alles beter”, ik geloof er niet veel van. Is nu dan alles beter? Hoe kan ik daar iets van zeggen als ik dat “vroeger” niet gekend heb? Appels en peren. Het was anders.

De wijken in het Gooi, bouwstijl Berlage, Dudok en hun tijdgenoten, de Hilversumse villa’s waar Joop ter Heul en Marijke woonden1. Laren met de lage lange boerderijtjes. Er is weinig oude glorie, alles is over de top gerestaureerd. Gemoderniseerd naar hedendaagse luxe. Slechts de smalle straatjes en de Brink met de poffertjeskraam2 herinneren aan toen.

Bergen idem dito. Met de stoomtrein Bello naar zee, hoe was dat? Hoe klonk die stoomfluit, hoe roken die kolen? Wat voor kleren droegen Jan en alleman? Nu zijn er nog onduidelijke bospaadjes die herinneren aan het spoor dat door de duinen naar het strand liep. Ik verbeeld me dat ik daar loop. Verbeelding natuurlijk, een grote dosis verbeelding om te denken dat je iets van honderd jaar geleden nu beleeft.

Nog meer voorbeelden? De Zaan met de groene huisjes. De ruime Veluwe, zandverstuivingen, dennenbomen en herten. Radio Kootwijk. Een technisch hoogstandje, leve de vooruitgang in het midden van helemaal niets. Limburg, het harde werkmansbestaan in de kolenmijnen of op uitgestrekte landerijen. Niks niet met de auto heuvel op-heuvel af zoeven maar trappen met die beentjes op zware stalen rossen. Hoe was dat?

Zuid-Frankrijk. In ruim dertig jaar hebben we een bescheiden badplaats, ooit vissersdorp, zien veranderen in een semi-Benidorm. Ook hier zijn de vage sporen te vinden van de vroegere stoomtrein langs de kust van Toulon naar Nice tot in de bergen bij Dignes. Ik zou in “toen” willen rondlopen, rondsnuffelen als een tijd-toerist. Zowel in die belle-epoque villa’s als in dat vissersdorp.

En dan heb ik het nog niet eens over de landschappen, polders met hun dijken, bergen met hun bruggen en tunnels. Of over de ruïnes, over middeleeuwse dorpen met kastelen, over kerken, tempels en moskeeën. Alles door mensenhanden, ooit, gemaakt. Alles door mensen, ooit, beleefd. Ik zou willen dat ik veel meer wist, nog meer gelezen had. Het liefst kon ik me mijn vorige levens herinneren, zoiets.

Het is niet alles weemoed, die nostalgie, soms is het contrast tussen heden en verleden te hilarisch. Dan rijd je in de Dyane in Laren achter een splinternieuwe Ferrari van krap 25 centimeter hoog. Bij elk stoplicht gromt het fonkelrode gevaarte vervaarlijk om na honderd meter hard te moeten remmen voor de volgende drempel waar hij trager dan stapvoets buikschuivend overheen kruipt. Diezelfde drempels waar jij koeteldekoet vrolijk met je Dyaantje overheen huppelt. Oké, op de snelweg ben je hem binnen drie seconden uit het oog verloren, maar soit. Jij gaat toch het volgende kronkelende bospad in. Verleden tijd snuiven langs eeuwenoude beukenlanen, buitenplaatsen en herenboerderijen.

Toch een vreemd fenomeen, nostalgie. Een moment ontglippen aan het obligate “leven in het hier en nu”. Best wel lekker af en toe.

Naschrift.
Toeval bestaat. Net na het schrijven van dit epistel, lees ik het boek De tuinen van Buitenzorg van Jan Brokken3. Hij omschrijft mijn nostalgie, direct in het eerste hoofdstuk al, ongeveer zo: “toegeven aan het onmogelijke verlangen naar wat voorbij is”. Een goed schrijver heeft aan één zin genoeg.


1)  de personages uit de beroemde boeken van Cissy van Marxveldt

2) https://poffertjeskraam.jimdofree.com/historie/

3) De tuinen van Buitenzorg © 2021, Jan Brokken, Atlas Contact