Altijd heb ik beweerd: ‘Voor de klas? Van mijn langzalzeleven niet.’ En nu wordt mij gevraagd les te geven in ‘creatief schrijven’ voor leerlingen in groep 6-7 op de basisschool van mijn vriendin. Wat een eer, natúúrlijk -hoewel… enigszins weifelend- zeg ik ja.

Nog nooit heb ik dat gedaan, nooit heb ik dat willen doen. Hoe zou het moeten, wat verwachten ze van mij? O help, waar begin ik aan. Internet is geduldig. Een miljoen ideeën borrelen gaandeweg in mij op. Ik begin gewoon met mijn gedachten op te schrijven en te husselen tot er een min of meer logische volgorde ontstaat. Zeg nooit nooit: ik krijg er nu al helemaal lol in.

Ik meld me keurig op de afgesproken tijd in de klas. Een paar meisjes hebben zich opgegeven, maar mag zij ook meedoen? En zij? Voorzichtig vraagt hun juf of ik er wel zeven aandurf. Als ik zie hoe de meiden staan te popelen met glimoogjes kan ik toch niet anders zeggen dan ‘kom maar op!’. We vinden een leeg lokaal, een zogeheten leerplein, met een groot vierkant van tafels. Als iedereen zit, wil ik eerst weten hoe ze allemaal heten. De ene na de andere fantastische naam hoor ik, en ik blijk ze allemaal fout te schrijven tot grote hilariteit van de dames. 

Ik vertel wat, deel schriften en pennen uit, met dank aan de Action, en ze gaan aan de slag. De opzetjes van de verhalen worden naderhand voorgelezen, of verteld als ze nog niet helemaal op papier staan. De fantasie van deze jeugd -en nu klink ik als mijn oma- staat mijlenver af van mijn belevingswereld. Ik heb geen flauw benul waar hun inspiratie vandaan lijkt te komen, naar wat voor (animatie-)films ze kijken. 

Les twee, een paar dagen later. Zit ik ineens met tien (10!) meisjes om de tafel. Spannend. Een paar heeft in het weekend verder geschreven, een enthousiasteling heeft zich uitgeleefd op illustraties en de volgende heeft het schrift opgesierd met stickers. Ze hebben er weer zin in. Deze keer pak ik de onsterfelijke Asterix erbij om te laten zien uit wat voor structuur, wat voor schets, deze stripboeken steeds zijn opgebouwd. Begin, midden, eind. Hoofd- en bijrollen. Saai, ik zie het aan de gezichten. Nu komt mijn strenge juffenblik te pas. Hun verhaal in steekwoorden moeten ze in de voor-geprinte schets invullen. Na een kwartier schrijven hoor ik nieuwe verhalen ontstaan of zijn de eerdere verhalen verdiept.

Les drie verloopt wat chaotisch en ingekort door een verjaardag vooraf, maar erg gezellig. Verspreid over het lokaal zitten de dames genoeglijk verder te schrijven, te tekenen, te knippen en alles in elkaar te knutselen. Het beginnen echte boekjes te worden. De creativiteit gonst door het lokaal.

Eindelijk is het zo ver, de laatste les waarin we de eindresultaten te zien krijgen. Dat een enkeling haar schrift is vergeten mag de pret niet drukken. Geharrewar wie er als eerste mag beginnen, gekissebis wie daarna aan de beurt is. Trots op hun noeste ijver. Er komen verrassende en ingewikkelde verhalen voorbij: een dame in het hotel met een heel groot cadeau (dat blijkt een kersenbloesemboom te zijn, ssst niet verder vertellen want het is een verrassing voor de butler); een fee in een bos en een dorp met versteende mensen; een meisje met haar paardje; een hele familie bunnies die om lolly’s, onee, wortels bij een boze meneer aan de deur komen bedelen. Ook griezelige verhalen over kidnappers die even op het góede pad dreigen te raken maar dan toch een slechterikkenschool gaan beginnen. Ik kan hier niet alle verhalen gaan verklappen, dan wordt dít verhaal te lang. Inspiratie voor volgende hoofdstukken en nieuwe verhalen wordt alweer levendig met elkaar gedeeld.

Ze hebben hard gewerkt en vinden het jammer dat de lessen zijn afgelopen. Stickers van de verschillende stickervellen als beloning worden ijverig geruild zodat ze elk zowel sterren als hartjes en regenbogen hebben. Net zo kleurrijk als die regenbogen zijn deze meiden die mij een kans hebben gegeven me voor een paar keer juf te voelen. Dank jullie wel!


Met dank aan Basisschool de Verwondering – Monnickendam