Gaat de deurbel, moet ik in de gang wachten. Wat een onzin, ben ik een waakhond of niet soms? We krijgen bezoek, ik hoor tenminste een hoop geblaf en gelach, daar moet ik toch zeker bij zijn!

Grote verrassing, een innig weerzien met mijn eerste baasjes en mijn mama Skye en mijn drie jaar oudere halfzus Maan. Konden zij mijn broer en zus en de anderen niet meenemen? Dan was het feest helemaal compleet geweest.

Zus Maan maakt me direct duidelijk dat zíj het alleenrecht op mama Skye heeft. Zo, da’s een felle tante, bijt zomaar in mijn staart! Daar moet je beter geen ruzie mee krijgen. Ben ik ineens niet meer de baas. Het moet niet gekker worden.

Geduldig wordt er met een bal gegooid waar we met zijn drieën achteraan rennen, samen onderzoeken we de hele tuin samen en ondertussen zitten die grote mensen heel saai te kletsen. Wat een gezelligheid in de tuin in de zon. Ik word er wel een beetje moe van. Was immers al de hele morgen in touw. Op cursus eerst een proefexamen afgelegd, daarna gestoeid met de buurkinderen en nu spelen met mama. Bekaf ben ik.

Plotseling word ik op de tuintafel gemikt. Op een matje, dat dan nog net wel. Mijn nieuwe baasjes krijgen een spoedcursus hoe ze mij moeten borstelen. Daar ben ik helemaal niet van gediend, maar tegen zoveel vastberadenheid kan ik niet op. Bovendien worden er aan de lopende band snoepies voor mijn neus gehouden, dat verzacht het leed een beetje.

Tot slot wordt er -het kan toch nóg gekker- een staartje in mijn pony geknutseld en nu heb ik een pluispluim op mijn hoofd zitten. Ik zie wel weer wat, dat is wel prettig. Dan hoef ik niet alléén maar op mijn neus af te gaan als ik ga graven. Maar zeg nou zelf, een kerel met een staartje tussen zijn oren?

Ik weet niet hoe dit gaat aflopen…

 

(wordt vervolgd)