Een jaar lang waren we bang gemaakt, een jaar lang glipten we overal tussendoor, een jaar lang waren we eraan ontsnapt. We wisten dat het virus de laatste maanden in het dorp en de straat vreselijk tekeer ging. En nog waanden we ons veilig en dachten overal aan te kunnen ontkomen. Tot we, precies een jaar na de eerste Nederlandse melding, allebei dan eindelijk toch klos waren. Ingehaald door het coronavirus.

Je weet niet wat je overkomt.

Afgezien van het beroerd voelen, wordt je ook nog het hemd van je lijf gevraagd door de GGD en krijg je een waslijst aan maatregelen opgedragen. Je huis aanpassen, wassen draaien, alles constant achter je schoonmaken. Met je zieke lijf en een hoofd vol watten moet je ineens aan duizend dingen gaan denken en met je zwabberende benen je huis doordweilen. Zie je het voor je?

Tel daarbij het schuldgevoel, de verantwoordelijkheid voor iedereen die je vlak voor je klachten nog gezien hebt. Zou je iemand hebben besmet, hoe onwaarschijnlijk dat ook is? Die zorgen drukken haast nog zwaarder op je gemoed dan het virus zelf. Het psychologische effect, je voelt je een halve crimineel.

Op het moment dat je denkt: ‘het gaat wel weer, laat ik eens gaan stofzuigen’ kun je beter in een hoekje gaan zitten en niets doen, want je bekoopt het direct met een koortsaanval of duizeling. Wanneer je je zit af te vragen wat ze bedoelen met smaak- en reukverlies hoef je maar rustig af te wachten tot je een smerig chemisch luchtje in je neus krijgt, waarna je vervolgens helemaal niets meer ruikt. Dat dus. Dat is Corona in milde variant. Zoiets als een stevige griep? Vergeet het maar. Het lijkt er in de verste verte niet op.

Na een week belt dan de GGD weer, of je je al wat beter voelt. Grapjas.

Gelukkig waren we samen ziek en zaten we samen in quarantaine. Gelukkig konden wij in de tuin in de zon zitten terwijl Ravi zichzelf uitliet. Gelukkig sliep Ravi nog heel veel zodat wij ook konden slapen.

Schreef ik in december iets over Golven, over dingen die buiten jou om met jou gebeuren, dingen die je dan maar moet laten gebeuren. Ook nu konden we simpelweg niet méér doen dan meedrijven met de golven. Twee weken later kwamen we weer aan land.

Shakespeare zei het al: all’s well that ends well.


Kopfoto: Asterix en de race door de laars ©  2017, uitgeverij Albert Rene Editions