Eind november. De zon laat het al weken afweten, de dagen zijn grijs en grauw ontkleurd. We vragen ons uiterst serieus af wáár in Nederland die zon dan wel schijnt. Steeds verschijnen er gezellige herfstfoto’s op facebook van Eend- en Dyanerijders die nog gauw een mooie laatste rit rijden voor hun dierbare voertuig voor drie maanden in winterslaap gaat. Indian Summer-beelden langs het water, een lage zon streelt een pracht Acadyane bij een kerktoren en voor die oerhollandse molen staat een glimmende Charleston. Wáár dan?

Onze Dyane staat al die tijd geduldig in de garage te wachten tot hij ook mag buitenspelen. Wijzelf zijn minder geduldig.

Het wordt december. Zaterdag zien we zowaar een strakblauwe hemel. De zon schijnt, we kunnen, we zullen, we gaan. Haha. Dat moet je natuurlijk nooit te hard zeggen. Wat is die witte troep op straat? De eerste nacht dat het een halve graad vriest is er onmiddellijk door bezetenen gestrooid. Willen we ons beessie aan die pekel blootstellen?

Ik pleit dat één rondje niet zoveel kwaad kan. De bietencampagne-bagger is erger. Ach, je hebt gelijk, laten we gaan.

Sleutel omdraaien. Geen reactie. Niks.

Een simpel loshangend draadje tussen accu en startmotor blijkt gemakkelijk weer aangesloten te worden. Nóg een keer proberen. Starten en rijden. Bij de eerste rotonde: hm, de remmen zijn sponzig. Rondje rotonde terug om ze thuis nogmaals te ontluchten. Een paar keer remmen en loslaten, alle lucht eruit en de leidingen goed doorsmeren. Nu moet het goed zijn.

Poging twee. Sleutel omdraaien. Geen reactie. Helemaal niks.

Nu is een ander stekkertje naar de startmotor kapot. Laat Gijs er nou nog een hebben liggen, het repareren is een kwartiertje werk. Wat beducht stappen we in.

Poging drie. Sleutel omdraaien, starten en lopen. Gewoon zoals het hoort, waar maakten we ons nou zo druk om. Driemaal is scheepsrecht toch?

De tomtom-spannende-route leidt ons langs de rechte polders en de Zuiderzeedijk naar Scharwoude en Schardam. Bij Etersheim staat een molen waar we pauzeren. Lunchtijd hebben we immers gemist door de valse starts.

Door naar Edam en Volendam, waar ouderwets zwarte Zwarte Pieten op nieuwerwetse bredebanden snorbrommers vrolijk naar ons wuiven. Ze kunnen geen helm op vanwege de veer op hun zwierige Pietenbaret. Humor in Holland. Dan volgen Katwoude, Monnickendam en Broek in Waterland. De zon houdt het voor gezien en gaat onder een dik donker wolkendekbed een dutje doen. Wolken in Waterland. Logisch.

Langs de andere kant van de Beemster rijden we weer naar het noorden. In het drukke Purmerend staan we voor een stoplicht te wachten. ‘Die zie je niet vaak, daar rijden er niet zoveel meer van in Nederland’ horen we een man zijn metgezel vertellen. Klopt, Dyaantjes zijn zeldzamer dan Eendjes. En wij horen bij de gelukkigen die er eentje hebben. Voldaan keren we huiswaarts.