Een paar dagen later volgt een nieuwe poging het voorraam van Beessie te bevestigen. We hebben verse mankracht bereid gevonden te helpen: vriend Frans beschikt over goed materiaal en verstand van zaken. Ook de facebook-ledengroep van de 2CV Club spreekt Gijs moed in met allerhande tips.

Het tweede nieuwe rubber wordt weer in een bak warm water gelegd om soepel te worden, net als vorige keer. Maar nu zijn het twee paar sterke mannenhanden die het rubber om de ruit spannen. Wanneer dat zit, wordt er soepel elektradraad tussen geprutst, in plaats van het nylon touw. De hele exercitie wordt begeleid door gekreun en gesteun, ik zit op de bank empathisch mee te puffen. Een zware bevalling dit.

Op de motorklep wordt het rubber vakkundig met een hoekkwast vol bandenvet ingevet. Veel dikker dan het beetje wasmiddel van vorige keer. Grote raamklemmen en antisliphandschoenen komen eraan te pas. Dan een, twee, drie, in godsnaam. Op hoop van zegen wordt de ruit in de opening gezet. Aan jouw kant een beetje zakken, ja zo. Hier een beetje duwen, daar een beetje trekken. Langzaam maar zeker lijkt de ruit zijn verzet op te geven en valt het rubber om de sponning. Het puffen gaat onverminderd door bij deze krachtmeting. Voorzichtig eerst de draad aan de onderkant wegtrekken zodat de ruit hopelijk wat verder naar beneden geduwd kan worden. Ik loop met mijn telefoon verschrikkelijk in de weg om het gevecht vast te kunnen leggen.

De mannen triomferen met brute kracht, stug doorzettingsvermogen en beleid. De nieuwe, gelaagde voorruit kijkt vettig door zijn rubberen montuur. Operatie Raam is geslaagd. Dankjewel Frans!

Van hier >>> naar daar!

‘Je zult nog dágen, maanden zelfs, overal glas vinden’ werd ons door de kenners te verstaan gegeven. Welnee, we hebben het immers direct al zo goed weggeveegd en gestofzuigd. Ons gebeurt dat niet. Ehm, dus wel. De volgende dag gaat Gijs met de Dyson de Dyane te lijf. Overal, werkelijk overal tot de achterbank aan toe, glinsteren de splinters ons tegemoet. Een groot brok duikt op uit een ventilator, op de kilometerteller liggen nog of weer gruizels en op de vloer flonkeren fonkelingen glas. Knipogend. Tot in de woonkamer aan toe vinden we restjes van wat eens voorruit was. Dachten we nou écht dat er geen scherf ontsnapt was? Het glas weet wel beter. Wij nu ook.


%d bloggers liken dit: