Mijn betoog Naar de zuiderzon van 2018 moet ik herroepen. Of nee, niet zozeer herroepen dan wel nuanceren. De snelle route langs alle ijkpunten op die weg naar Zuid-Frankrijk blijft heerlijk. Het blijven herinneringsplekken van: bij het kunstwerk zijn we op de helft, bij de parasoldennen en de krekels zijn we definitief in het Zuiden en bij de afslag zijn we er bijna. Met de andere auto en het Karsten-kasteel drie weken lang genieten van zon, zee en niks doen is alleen een heel andere vakantie dan dit.

Want zoals we nu reizen en wat we nu allemaal meemaken, dat is zoveel méér. Meer zien, meer ruiken, meer proeven van la France profonde. Genieten van alle soorten binnenlanden van Frankrijk, met alle bijbehorende temperaturen en temperamenten. Meer beleven. Meer léven misschien wel. Want het volgende kan je dan onverwacht overkomen.

Juist als ik de pest in heb vanwege een onverwachte wegafsluiting en ik in Juniville, een dorp van niks in het midden van nog minder, tussen twee buien door even een boulangerie binnenwip voor een broodje en iets lekkers bij de koffie, word ik aangesproken door een Franse dame. Of we vijf minuten hebben? Eerst ben ik wat terughoudend, wat wil die me verkopen? Maar nee, dat is te Hollands gedacht.

Mevrouw begint te ratelen, dat ons autootje zo mooi gerestaureerd is en dat zij precies dezelfde in de schuur heeft staan en of we misschien even willen komen kijken? Gijs komt erbij staan, dit is té leuk om te laten schieten. Haastig schiet ik mijn vest aan maar vergeet mijn telefoon waar ik direct spijt van heb. Jammer dan, dan maar geen foto’s. Het gaat immers om de belevenis. Mijn sacherijnig bui is vergeten.

Door de grote hekken worden we naar een garage geloodst waar behalve een paar antieke motoren ook een Dyane6 in versleten vergeetmenietjesblauw staat. Aan dit exemplaar uit 1974 is duidelijk te zien dat er nog wel iets aan moet gebeuren. Het dak is met vliegtuigtape gerepareerd, er zit een grote roestplek naast het achterraam en de binnenbekleding kan wel een naaimachine gebruiken.

De mevrouw vertelt enthousiast verder. Ze hebben thuis ook nog een Ami in dezelfde kleur en een 2CV uit 1954 en een andere Dyane en een DS, een Snoek. Er komt geen eind aan de schier ademloze opsomming. We zijn nu in het huis van grand-mère, die er een hotel-restaurant had. De vroegere feestzaal achter het gazon is nu opslag voor nog meer moois. Heb je nog een paar minuten? Kom maar mee. Wij volgen gedwee, dit is fantastisch en de tijd is aan ons.

In de volgende ruimte komt vanonder een dekkleed een antieke Renault op hoge wielen tevoorschijn. Een plaatje. De ruimte staat vol met oud meubilair waardoor er voor Gijs weinig manoeuvreerruimte overblijft om foto’s te maken. Woorden moeten l’histoire vertellen. La voiture was van grootvader en is sinds die tijd al in de familie. Opa heeft in de oorlog de achterkant eraf gezaagd waardoor je een soort pick-up kreeg. Dan was het een werk-voertuig en werd de auto niet gevorderd. Jaren later, toen onze vertelster de auto toebedeeld kreeg, is haar man gaan speuren naar nieuwe banken, deuren, kap en de rest van het toebehoren en hebben ze samen de hele auto gerestaureerd. De achterste houten steunen waar het dak op rust hebben ze zelf uit latten in vorm gedraaid. Het dak heeft zij zelf genaaid. Het duurste waren de nieuwe banden, zo’n incourante maat voor die hoge oldtimerwielen was moeilijk te verkrijgen.

Onder een ander zeil staat een klein, enorm smal mal Italiaans vrachtwagentje op blokken. Een ‘project’ zoals ze het noemt. Gebed-zonder-end is misschien een betere omschrijving. Nog meer brommers staan lijdzaam in een hoek geparkeerd op een paar handige handen te wachten.

Met complimenten en dankbetuigingen nemen we afscheid van mevrouw, met de uitnodiging op zak dat we weer eens in de buurt zijn, vooral niet mogen aarzelen aan te bellen.

Kijk, zóiets maak je dus echt niet mee als je met 130 km/u over de péage jakkert.