De volgende dag wekt luid geloei ons uit de sluimerstand. Een kudde brave beesten sjokt in het weiland achter het beekje naar een zonnig graasplekje. Het gras, nog nat van de dauw, ritselt onder hun hoeven.

Na het ontbijt kronkelen wij lustig nu een andere kant op. De tomtom toont een felblauwe krinkellijn door felgroen Kerstbomenland. Dat laatste verzin ik niet: de bordjes van de kwekers getuigen van mijn gelijk. Hellingen vol met kerstboombossen. De lucht is bezwangerd met de geur van verse hars die uit de gekapte stammen druipt. Het cliché dringt zwaar ons neus binnen.

Tal van websites noemen de Morvan ‘mysterieus’. Voor mij is dat domweg een mooie term om interessant te doen. Ik zie het niet zo, al zie ik de schoonheid van het voor mij onbekende landschap wel degelijk. Is het een mysterie, die feestende rotsen? Een geoloog kan je precies vertellen hoe ze ontstaan zijn. Is het een mysterie, dat watervalletje waar we nu naartoe rijden? Een geoloog, een botanicus en een historicus kunnen je uitgebreid uit de doeken doen respectievelijk hoe de waterval ontstaan is, wat voor bomen er groeien en waarom het bos nu uitgedund wordt en wat de ruïnes rond het stroompje vroeger waren. Mysterieus? Mwah, dat is enkel een woord dat door alle borden met uitleg van zijn betekenis ontdaan wordt.

Goed. Dat waren een heleboel overbodige woorden. Over tot het onderwerp.

De slingerweg voert langs een klein kasteel, Chateau de Ménessaire, wat te fotogeniek is om klakkeloos voorbij te rijden. We kunnen er niet in, we zullen het met deze plaatjes moeten doen. Vervolgens komen we langs een autokerkhof, een sloper, gespecialiseerd in Citroën DSen. Daar steekt onze glanzende Dyane wel heel stoer bij af. Glimmend vervolgen we onze kronkelweg naar Saut de Gouloux, de waterval van Gouloux.

Een kunstige, geroest stalen halve tipi is een perfecte lunchplek, met uitzicht op het bos en het stroompje. De Caillot stroomt na de stroomversnelling richting de Cure, er staat alleen weinig water meer in de riviertjes. Naast de cascade, die in de winter door de overvloedige regenval naar beneden moet denderen maar nu zijn kraan gezellig heeft open gezet, zijn de ruïnes zichtbaar van een paar 19e-eeuwse molens. Het water van de waterval dreef de molenstenen voor graan en voor raapzaadolie aan.

We hebben genoeg gelopen voor vandaag (niet eens een hele kilometer). Bij de auto gaan de teenslippers weer aan. Daarstraks zag ik een saboterie, een klompenmaker, in het dorpje Gouloux. Nu we toch de toerist uithangen wil ik daar natuurlijk heen. Er is niemand om uitleg te geven, we kijken snel rond en na een rondje souvenirs voor de obligate koelkastmagneten zijn we uitgetoerd voor vandaag.

Morgen trekken we verder naar het Zuiden. Waar mogen we nog komen? Waar is het weer goed, de komende week? Voor jullie de vraag, voor ons een vaag idee. De reis en de kronkels worden vervolgd!