Simon Carmiggelt schreef ze. Wij rijden ze. Ik schrijf wat we rijden. Kronkels.

We hebben de Dyane, we hebben een goeie tomtom die de mooiste kronkelroutes verzint en dus gaan we kronkelen. We prikken op goed geluk wat bestemmingen op de toeristische kaart die we van de campingbaas hebben gekregen, laten tomtom de route bepalen en we gaan op pad. Dak open, het bloemendak houdt de hete zon wel tegen.

Eerste bestemming: Rochers du Carnaval. Feestende rotsen, dat lijkt me leuk. De weg gaat met haarspeldbochten en flinke hellingen op en af. Het laatste stuk gaat met 18% naar beneden. En iedereen weet dat wat naar beneden gaat, ook omhoog klimt. In zijn één komen we er, net niet kreunend en steunend. Dit is het echte autorijden.

Bij het natuurgebied is het warm, ik hoor het mezelf steeds herhalen. Zon, warm, heet. Dat weten we nou wel, ik zal proberen het niet zo vaak meer te noemen. Het enige plekje om in de schaduw te parkeren is onder een boompje bij het P bord. Het is er gortdroog, de lucht ruikt naar kruidig zand, bramen en brem, kastanjes en hei.

Enorme granieten rotsblokken, door erosie in ronde vormen uitgesleten, lijken willekeurig in het landschap neergesmeten. Ze zijn genoemd zoals ze eruit zien: de Hondenneus (le Nez de Chien), Chaos (les Chaos) en Mammoet (le Mammouth). Tenminste, met enige fantasie zijn de vormen erin te herkennen.

We zijn weer eens half geïnformeerd op pad gegaan. Later lees ik dat er nog meer rotsen in het gebied rondzwerven, zoals de Bewegende steen (la Pierre qui croule) en de Duivelsklauw (la Griffe du Diable) die we met een grotere wandeling van zo’n 6 kilometer tegengekomen zouden zijn. Ons van dit alles onbewust lopen we het aangegeven minirondje en amuseren ons opperbest met klauteren en fotograferen van het verbijsterend verre uitzicht.

In het dal klepelt een klokje. Eén uur, tijd voor een picknick. Giechelende leeuweriken kijken hoog boven ons hoofd toe hoe ik in de achterbak een broodje zit te smeren. Nomadenbestaan.

Gevoed en gelaafd rijden we verder. In La Boulaye staat een fotogeniek kerkje te pronken achter een kar vol lupines. In het veld liggen de koeien loom in de schaduw van de boom, pa houdt grazend de wacht over zijn harem.