Op het moment dat Gijs de Dyane naar buiten rijdt, begint het te spetten. Bij Amsterdam houdt het op met zachtjes regenen. Dat hebben wij weer. Gáán we, voor het eerst, een dagje toeren met de 2CV club, blijft het dak dicht en de jas aan. Eind juli, hoogzomer in Holland.

Op de dagcamping bij de hei tussen Laren en Hilversum nemen we de routebeschrijving en de lunchpakketten in ontvangst. De coronaregels worden fanatiek gevolgd. ‘Zijn jullie al ontsmet?’ Twinkelende ogen die een geintje verraden kijken ons lachend aan. Een sproeitje uit een met water gevulde ‘DDT’ plantenspuit belandt recht in ons gezicht. Afrekenen gebeurt via een goud-gespoten klomp die door het open raam naar binnen gehengeld wordt en de routebeschrijving wordt ons op een pizza-schuiver eveneens door het raam aangereikt. Achter een 2CV Charleston Dolly kachelen we richting Hilversum.

Het eerste stuk van de rit is mij allemaal bekend, hier ben ik geboren en getogen. Johannes Geradtsweg, over het viaduct de Insulindelaan af, rechtsaf de ’s Gravelandseweg op. Bij iedere zijstraat voel ik de jeugdherinneringen. Door ’s Graveland naar de Kortenhoefsedijk. Aan het eind daarvan steken we door naar Loosdrecht.

Nu moet ik goed lezen wat er op de routebeschrijving staat, hier weet ik het niet meer. De A4tjes plat op mijn knie, mijn vinger angstvallig bij elk volgende kruispunt/stoplicht/afslag, mijn ogen vliegen tussen de tekst en de weg. Ik ben nu officieel Navigator.

Loosdrecht, Loenen aan de Vecht, Breukelen. Veel watertjes, leuke pandjes, mooie tuinen. Het tweetonige piep-zwiep van de ruitenwisser begeleidt het steeds wisselende uitzicht. De motor bromt gezellig gelijkmatig mee. Door de betraande ramen ziet de mooie omgeving er droefgeestig uit.

Langs de Kromme Mijdrecht, waar zelfs in Nederland haarspeldbochten voorkomen. De weg langs het water is smal. Eén voordeel: door de regen rijden er weinig fietsers in de weg. Wij genieten, al is het oppassen geblazen voor tegemoetkomende tractoren en zachte bermen. Er zijn niet veel bootjes op het water.

Wat grappig, wij zijn niet de enigen die af en toe een afslag missen. Nu eens rijden we achter die aan, dan weer zijn wij de voorste en nog wat later zijn we iedereen kwijt om vervolgens bij een ander rijtje aan te sluiten. Bijna honderd aanwijzingen telt de route, iedere bocht die je anders gedachteloos zou nemen en al die vele rechtdoors zijn nauwkeurig beschreven. Dat weerhoudt ons er niet van her en der verkeerd te rijden en te moeten keren. Een rotonde krijgt een extra rondje van de zaak en de rode eend achter ons rijdt even zo vrolijk mee. Voorbijgangers draaien hun hoofden nog eens om. Waar komen al die oude Citroëns vandaan?

Volgens de routebeschrijving dienen we nu de zwemvesten om te gorden, we naderen het pontje over de Oude Wetering bij Roelofarendsveen. Hier wachten we een paar minuten, ik kan mooi wat foto’s maken. Hèhè, wat benne me uit hè!

Bij Uithoorn houden we een korte pitstop. Koffie. Tijd om de benen te strekken. Zwaaien naar de langskomende deelnemers. Lunchen vanuit de kofferbak. Het optimistisch meegenomen picknick-kleed blijft in de auto.

Het laatste hortje voert langs de Botsholsedwarsweg (ik moet het drie keer lezen voor ik het kan uitspreken) richting Vinkeveen. Langs de miljonairsvilla’s aan de Vinkeveense plassen, door Baambrugge, Loenersloot en dan zijn we bij het eindpunt. Op de carpoolplaats in de elleboog van de A2 verzamelen zich de eenden en Dyane’s om even na te praten met de organisatie en elkaar. Verhalen, verhalen…