Vette walmen wolken achter de auto, een hels kabaal van loeiende toeren wordt onder de motorkap vandaan geperst. Gijs en de monteur kijken ingespannen naar de uitslaande metertjes, verstaan kunnen ze elkaar enkel met gebaren. Ik stap kuchend naar achteren, hier heb ik niets meer te zoeken.

De hele winter werd er geklust aan de Dyane, het rammeltje verdween en de uitlaat werd vervangen. De lekkende carburateur kreeg een nieuw vlotternaaldje en werd opnieuw afgesteld. De motor zoemt nu weer als een bezig bijtje, maar wegrijden gaat ineens met horten en stoten. We kunnen de wind niet de schuld blíjven geven, er moet meer aan de hand zijn. Er wordt raad gevraagd bij de firma Burton in Zutphen. Vandaag kunnen we er terecht op de testbank waar eens in de maand eendofielen hun rijtuig door kunnen laten meten. Onze Dyane is van harte welkom.

Voor de zekerheid rekenen we drie uur voor de tocht. Koffie mee, onderweg zien we wel waar we wat eten. Met een kruissnelheid van 90 laveren we koeteldekoet tussen de campers, caravans en heel veel met fietsen beladen auto’s. Vakantieverkeer, het kan weer. Halverwege de Veluwe drinken we op ons gemak koffie, tijd zat. Het laatste stuk kronkelen we binnendoor, door Dieren en Beekbergen en nog zo wat van die plaatsjes. Je komt nog eens ergens.

Uit de verte vangen we een glimp op van de oude hanzestad Zutphen voor we een saai en kaal industrieterrein op gedirigeerd worden. Plots staan we tussen de eenden, Dyanes en Burtons. Oud, ouder, oudst. Blauw, blauwer, blauwst. Bouwpakketten, schrootsamenraapsels en al dan niet glimmende lak in alle kleuren van het Citroën-pallet. Leuk, die Franse sticker op een halfvergaan eendje: ‘ceci n’est pas une épave!’ Dit is geen wrak, voor het geval daar twijfel over zou bestaan.

Al gauw staat de Dyane klaar om doorgemeten te worden. Bij de testcabine maak ik, vanachter het touwtje en omgeven door rookwolken, wat foto’s. Als de walm me te erg wordt en mijn oren fluiten, zet ik mij aan een picknicktafel in de zon en begin dit verhaal te schrijven.

Tegen half twee is alles gecontroleerd. Nieuwe sproeiertjes erin en instructies om vooral veel toeren te maken om de motor niet lui te laten worden. Het vermogen is flink verbeterd, dat zullen we wel merken straks.

‘Bedankt en tot ziens.’ Handen schudden mag niet. ‘Veel succes, goeie reis!’ We worden vriendelijk uitgezwaaid waarna we linea recta koers zetten naar de dichtstbijzijnde McDonald’s. Hè lekker. Zoete cappuccino en zoute patatten, ik had best trek gekregen.

We bepalen de route van Tomtom op ‘meest economisch’. Dwars door Apeldoorn, over de Veluwe en via Harderwijk naar Lelystad. Een schaduwrijke route, we genieten met het dak open. Gijs van de wagen die ineens veel meer vermogen heeft, ik van de oude bomen, de pronkende landgoederen, de statige buitenhuizen. Straatjes met oude huisjes, overgroeid met donkerrode klimrozen als een sprookje tussen het lover. Een mens zou er lyrisch van worden. Vanaf Lelystad de bekende route over de dijk naar Enkhuizen. Ook mooi. Met gemak halen we 100 km/u, zonder wind in de rug.

Thuis is het nog steeds warm. Tot laat in de avond zitten we in de tuin na te praten. We zijn het na-gloeiend eens: zowel het klussen aan de eend alsook het plezier van dit soort tochten, het houdt nooit op.