Vanaf 1 juni 2020 mogen de restaurants weer mondjesmaat heropenen. Maximaal 4 personen aan één tafeltje, afstand waarborgen en “…bij binnenkomst dienen de gasten de handen te wassen.”

Bij het horen van dit nieuws word ik met één klap terug in de tijd geworpen. Andere plaats, andere tijden, ander gezelschap. Ik heb het over de westkust van Turkije, zo’n tien jaar geleden.

Hoge heren zijn genegen onze nederigheden te ontvangen, de stoelen in de zaal staan in rangorde voor de audiëntie opgesteld. De burgemeester, het districtshoofd of de directeur zit pontificaal achter een tafelvoetbalbureau met de rode Turkse vlag aan de ene kant tegen de muur achter hem, een foto van de alom vereerde Kemal Atatürk *) aan de andere. In U-vorm staan vervolgens haaks op dat bureau enkele zwaar gestoffeerde fauteuils voor onze eigen directeuren en de tolk, dan rechte houten stoelen of een min of meer doorgesleten bank voor docenten en secretaresses en dan de klapstoeltjes voor de onderdanen aangevuld al naar gelang de grootte van het gezelschap.

Hollandse ogen die kunnen kijken met die koude blik van ouwe-jongens-krentenbrood bezien wellicht schamper een feodaal gebeuren in plaats van blijmoedig de gastvrijheid van ’s lands wijs ’s lands eer te erkennen.

Ik zit meestal ergens halverwege de bank, schrijfblok en pen in de aanslag en een glaasje sterke chai onhandig wiebelend op een schoteltje op schoot. Naast mijn panty-benen de tas met Delfts-blauwe cadeautjes die na afloop met enige plechtigheden door mijn leidinggevende aan de Turkse directeur aangeboden zullen worden. Bij vertrek ben ik evenzo gul beladen met weder-geschenken in de vorm van Turkse lekkernijen tot aan poppen in klederdracht toe. 

Wat altijd hetzelfde is, of het nu bij een groot ontvangst, een restaurant of een privéwoning is, overal worden alle rangen en standen ontvangen met een plens rozenwater of eau-de-cologne over de handen. Witte handdoekjes liggen klaar of je ‘wast’ je handen en nadat je eventueel je verhitte gezicht hebt gedept is alle alcohol vervlogen. Het gevoel van een geurend onthaal zodra je de drempel over bent, ik hield er zo van.

Oriëntaalse hygiëne, waarom kunnen we dit gebruik niet in West-Europa introduceren? Dat scheutje rozenwater, één voor één over de opengevouwen handen van de gasten gesprenkeld. Jij, jíj bent welkom, kom binnen!


*) Misschien hangt er tegenwoordig een nieuw staatshoofd hoewel ik me dat haast niet kan voorstellen.

Kopfoto: blote voeten op het zachte bloementapijt van de Blauwe Moskee, Istanbul, 2013.