De cursus reisjournalistiek ligt sinds half maart stil. Een enorm onverwacht obstakel legt de inspirerende bijeenkomsten en feedback mails lam. Ieder voor zich ploetert door, op hoop van zegen. Dan, ineens toch nog bericht! Een tussendoor opdracht die door alle medecursisten beoordeeld kan worden. Wat zouden ze hiervan vinden?


Toen was geluk heel gewoon

Elk weekend regen. Elk weekend storm. Elk weekend mist, donker en sacherijn: we zijn de winter helemaal zat. We willen zon, we willen kleur, we willen uitzicht zo ver we kunnen kijken. Geluk is vast heel gewoon, je moet het alleen gaan zoeken. Half maart 2020. We vertrekken voor een lang nawinterweekend naar onze zomerbestemming Cavalaire sur Mer, Zuid Frankrijk.

Dat we ons overduidelijk niet meer in de polder bevinden, blijkt die vrijdagavond. Een pas-geverfd mantelpak opent de deur van het restaurant en kwinkeleert op de drempel ‘On se bisou ici?’. Madame la Patronne, in strak leer gebroekt, buldert: ‘Non! On fait de la boxe!’. La Porsche en La Ferrari, genoemd naar hun wagens voor de deur, boksen onwennig de vuisten tegen elkaar want ja, zoenen wordt ook in Frankrijk afgeraden.

Het Corona-net begint zich rond Europa te sluiten. In Saint Tropez is de gigantische Parking du Port zaterdag nagenoeg leeg, het vissersdorp van weleer oogt uitgestorven. De wereldberoemde bar Sénéquier is onheilspellend met rood-witte linten afgezet. Een paar grote zeilschepen liggen aan de promenade voor Jan Doedel mooi te wezen.

Langs de verlaten Train des Pignes spoorbaan wandelen we de andere dag vanaf Hameau du Dattier tot le Domaine du Rayol. Boven het Massif des Maures zweeft een paartje arenden.

Het landgoed is, zoals de website vermeldt: ‘een microkosmos van de geschiedenis van de 20e eeuw.’ Een vakantieresidentie, een exotische speeltuin voor de welgestelde landeigenaren, Alfred Courmes en later Henry Potez, die uit alle hoeken van de wereld stekken en bomen meebrachten. In de jaren ’70 raakte het terrein in verval. de Zuid-Franse kust- en natuurbescherming, het Conservatoire du Littoral, kocht het in 1989 om het gebied te kunnen behoeden voor hoogbouw á la Benidorm. Landschapsarchitect Gilles Clément is verantwoordelijk voor de wederopbouw van de botanische tuinen.

In de statige fin de siècle villa Hotel de la Mer worden we gastvrij verwelkomd. Door de hal en de hoge openslaande deuren betreden we het zeezichtbalkon met aan weerszijden gedraaide trappen naar het lager gelegen bordes. Immense bloempotten en brede balustrades met plantenbakken omlijsten het panorama.

Met de zilte lucht in ons neus dwalen we vrij over de paden, vaste routes langs de diverse landschappen zijn er niet. Late mimosa’s en vroege brem spatten her en der felgele druppels tussen het groen. De onverwachte doorkijkjes bieden steeds een blik op de baai. Geurende bloesems die we niet herkennen gonzen van de bijen en hommels, een enkele vlinder ritselt ertussendoor.

Via Mediterrane oleanders en vijgen, eucalyptussen uit Australië, cactussen van de Chileense hoogvlaktes, Aziatische bamboebossen en de boomvarens uit Nieuw Zeeland reizen we naar de kusttuin.

Een wit boothuis, Maison de la Plage, heeft zich er op het strand genesteld. Op het terras uitkijkend over zee staan twee ijzeren stoelen innig naast elkaar, de golven klotsen net zo blauw en zilver tegen de rotsen als ooit tevoren. Was geluk toen heel gewoon? Op deze plek is het moeilijk iets anders voor te stellen.

Voor mijn gekleurde bril verschijnen wit-geschorte dienstbodes bij de keukendeur van Le Rayolet, tuinmannen in bleu de travail vullen hun manden met verse groenten uit de moestuin. Een hangmat tussen twee krakende olijfbomen schommelt traag heen en weer. Drie jongelingen poseren landerig op het gras, pa kiekt en ma kijkt toe vanonder de parasol. Tout a changé. Rien a changé. Zo eenvoudig is het om je 100 jaar terug in de tijd te voelen.

Ooit was de Pergola het middelpunt van de siertuinen, een folly voor de hoognodige schaduw met een mozaïek van keien en grassen ervoor. In de 50er jaren ontwierp de toenmalige eigenaar een lange zichtlijn, een brede trap geflankeerd door cipressen, van de pergola naar de zee.

Het Café des Jardiniers is gesloten. De kleine kwekerij met stekken en plantjes en de bibliotheek annex boekwinkel zijn wel open voor publiek. Om het gevoel van nostalgie te rechtvaardigen, zwicht ik bij vertrek voor een boek met de kronieken van het domein. Mijn déjà vu’s worden bevestigd.

Ik kijk nog eens om naar het rijzige gebouw, de entree met de pilaren, de oprijlaan. Wanneer zullen we elkaar weer zien?

Maandagavond houdt president Macron een toespraak. Vanaf morgen 12 uur gaat het land definitief op slot. Niemand mag meer zijn huis uit. Dinsdagochtend vertrekken we domweg twee uur vroeger dan gepland naar Nice. We zetten ons buiten neder op de koffer, halen koffie en beiden onze tijd tot onze vlucht vertrekt.

Frankrijk en de tuinen zijn gesloten. Wij zijn weer thuis. Geluk was dit weekend even heel (on)gewoon.


PS: Gedeeltelijk heb ik deze tekst al gebruikt in het eerste blog ‘Toen was geluk‘, nu aangevuld met informatie over deze bijzondere reisbestemming.

Bronvermelding:
Domaine du Rayol © 2019, Jean-Philippe Grillet, Actes Sud / Domaine du Rayol
Plan du Jardin 2020, Voyage en Méditerranées, Domaine du Rayol
https://www.domainedurayol.org/
https://www.visitvar.fr/fr/fiche/domaine-du-rayol-le-jardin-des-mediterranees-783161/