Het voelt ongemakkelijk, zo niet ongepast, in deze ongewone tijden te schrijven over licht, ruimte en vrijheid. Toch waag ik het erop met een verhaal over ons uitje toen geluk nog heel gewoon was. Je moest het alleen even zoeken.

Elk weekend regen. Elk weekend storm. Elk weekend mist, donker en sacherijn. We zijn het zat. We willen zon, we willen kleur, we willen uitzicht zo ver we kunnen kijken. We boeken een vlucht, een appartement en een auto: we gáán. Op vleugels naar Cavalaire sur Mer.

Het blauw is anders, het ruikt anders en het croissantje smaakt anders in maart dan in juli. Maar dit hier is thuis. Als dit ‘winter’ is, doe me die dan alsjeblieft ieder jaar.

Het strand is tijdens een storm in december weggeslagen, met man en macht is men met grote machines bezig het zand voor Pasen aangevuld te hebben. Bijna alle strandopgangen zijn afgesloten voor publiek. Cavalaire in Zee. We gaan toch niet op het strand liggen, we gaan struinen.

In Bormes les Mimosas doen alleen wat locals hun dagelijkse ronde. Bloemen in de winter zijn geel. Late mimosa’s, vroege brem, een soort sleutelbloemen en wonderlijk genoeg hangen er citroenen aan de struiken.

Ook de tuinen van le Rayol bloeien totaal anders in dit seizoen, maar de zee slaat net zo blauw en helder tegen de rotsen als altijd. Bij de historische panden waan ik me in de Belle Époque. Voor mijn gekleurde bril verschijnen wit-geschorte dienstbodes bij de keukentrap en tuinmannen in hun bleu de travail die manden vullen met verse groenten in de ancien potager. Een hangmat tussen twee olijfbomen schommelt traag heen en weer, de ijzeren stoelen staan innig naast elkaar op het terras bij de zee. Tout a changé. Rien a changé. Zo eenvoudig is het om je 100 jaar terug in de tijd te voelen.

Aan de vooravond van de lockdown zijn lang niet alle restaurants open, de seizoens-tentjes zijn tot april dicht, net als de hotels en campings. Bij Nou Noï, een Thai-Vietnamees restaurant aan de boulevard ontspint zich een komedie. Een pasgeverfd mantelpak opent de deur en kwinkeleert op de drempel ‘On se bisou ici?’. La patronne, in strak leer gebroekt, buldert: ‘Non! On fait de la boxe!’. Porsche en Ferrari bedienen zich van een straatbegroeting, stompen halfslachtig met de vuisten tegen elkaar. Hilarisch.

De volgende dagen slaat de coronahysterie steeds meer toe, waar wij als nuchtere Hollanders wat laconieker tegenaan kijken. Voor drie boodschapjes bij de Carrefour staan we twintig minuten in de rij, iets wat zelfs in hoogzomer niet voorkomt.

We wandelen heel wat af: de brandgangpaden in de heuvels boven Cavalaire, het bekende pad van Gigaro richting Cap Lardier en de oude spoorroute vanaf het tunneltje van Dattier naar le Rayol.

In Saint-Tropez is Parking du Port leeg. De promenade is uitgestorven. Slechts een handvol bouwvakkers is aan het werk. Alle horeca is verplicht gesloten, Senequier is met rood-witte linten afgezet. We eten ons croissantje op een bankje uit de wind achter de toren.

Maandagavond houdt president Macron een toespraak. Vanaf morgen 12 uur gaat het land op slot. Niemand mag meer zijn huis uit. ‘Het is oorlog!’ Ja eehhhh… huh? En nu? Geen paniek en geen fratsen uithalen. Dinsdag vertrekken we domweg een paar uur vroeger dan gepland naar Nice. Zetten ons buiten neder op de koffer, halen ergens koffie en beiden onze tijd.

Deze zonnige dagen, dit licht en deze warmte pakt niemand ons meer af. Thuis zien we wel weer verder.

weggeslagen strand bij Pardigon

Bormes les Mimosas

le Jardin Botanique du Rayol

Cavalaire sur Mer by night

les Terrasses de l’Eau Blanche

Gigaro

Dattier

Saint Tropez

Frankrijk gaat op slot, we waren net op tijd…