In de stromende regen stuur ik de auto richting de kust. Donkere wolken aan de rechterzijde met een vuilgekleurde regenboog doen voor vanmiddag nog meer nattigheid vermoeden. We hebben geen plan, we gaan domweg op avontuur. ‘Kunnen we de auto kwijt’ is vanwege de regen ons uitgangspunt. We zijn onderweg naar de Kunst 10daagse in Bergen. Een greep uit onze bevindingen, we zien en beleven gewoonweg teveel om op te noemen:

Dwars door de bosrand langs de Zeeweg wandelen we over het drijfnatte zand naar de Schaapskooi. Paddenstoelen bloeien aan weerszijden van het pad. Eenmaal binnengekomen slenter ik eerst nog nonchalant maar allengs allerter de ruimte in, ik weet niet goed wat ik zie. Een sculptuur, een schelp… van hout. Driedimensionaal hout, rond, golvend, tastbaar zacht, geschuurd, geolied fluweel. Dan zie ik een donkere holle bol van walnotenhout. Een universum, een microcosmos. Zacht glijden mijn vingers over de golven, langs de gaten, tussen de kronkels. De golven die in het hout zijn uitgesneden volgen de kleurschakeringen door de natuur gemaakt, bruin, grijs, zwart, goud. Eén geheel. Ik ben verliefd.

Huize Glory is de volgende stop. Tijdens de lunch geven we de hemel gelegenheid de regen weg te sturen en de wolken te laten wijken. Daarna struinen we door het oude pand, de brede leuning van glad gelakt hout, de gebrandschilderde ramen, de brede overloop. We vallen binnen in de grote vergaderruimte bij een expositie van een glaskunstenares. Kleurrijke creaties staan voor het raam, een voorzichtige zon in staat stellend er zijn licht door te schijnen.

Door een blanco deur glippen we naar binnen, niets wijst erop dat we hierdoor naar de toren geleid worden. Afbladderende muren, stevige doch honderd jaar oude leuningen, krakende houten treden. Wanneer tenslotte een stalen wenteltrap opdoemt is mijn hoogte-, engte- en andere vrees wel genoeg uitgedaagd. Door de ramen rijken mijn ogen naar de tuin, het duin en de witte stormkoppen op zee en weer terug naar de tuin waar de volgende kunstwerken knipogend lijken te blinken.

De buiten uitgestalde objecten zijn fascinerend. De natuur heeft ook zijn best gedaan op een aantal zwammenformaties. Een enorm geroest metalen kunstwerk is licht als een veertje door de storm neergevleid in het duin, de zee op de verre achtergrond.

Op de Eeuwigelaan vinden we in een prachtig aangelegde tuin de meest komische tuinversierselen ooit, de Vreemde Vogels laten me werkelijk hardop lachen. Het smalle tegelpad voert ons door een Wonderland, elk kunstwerk in een natuurlijk decor. Kunst-in-kunst.

Bij de Petrus & Pauluskerk ligt de rode loper uit. Diverse creaties hebben hier een plek gevonden, in hokjes die wat van de vakantiebeurs weghebben. Hier val ik voor het brons van de hangende danseressen. Al word ik lichtelijk kunst-moe, deze zijn geweldig.

Snel naar buiten, de dag schiet al op. Op de Breelaan stuiten we vlak voor sluitingstijd op tuinornamenten gemaakt met bestek, pannen en afvalhout. Recycling ten top, en ze zijn grappig en apart en zó leuk. Je blijft dingen zien en ontdekken, dit was een mes, een lepel, een vork, een soepopschepper…

Zoals gezegd: dit is slechts een selectie, bij lange na niet volledig. Schrijven is nou eenmaal schrappen… Al met al komen we tot de conclusie dat de Kunst-tien-daagse niet voor niets niet Kunstweek heet. In één dag hebben we nauwelijks een fractie kunnen bekijken van alle artistieke uitspattingen. We gaan volgend jaar weer. Minimaal twee dagen.


Houtsnijwerk: Mijndert Regoort
Buitenkunst Eeuwigelaan: Joshua Pennings