Er zit wat bewolking in de lucht, goed struin-weer. We rijden naar boven, via l’Eau Blanche tot we bij Les Terasses de Cavalaire (229 m) uitkomen. De slagboom staat open, we kunnen op pad.

Het eerste stuk is altijd het steilst en de weg is wat uitgesleten, dus stenig. Een paar afgetrapte dieseljeeps is op weg naar beneden. Keurig houden ze in, zodat het niet al te erg stuift. Een blaffend hondje begroet ons door het open raam. Nooit eerder zijn we op deze berg auto’s tegengekomen. Weleens een stel ruiters, van het Centre Équestre* halverwege de berg, of een enkeling die op een mountainbike de collines** bedwingt, maar auto’s nog nooit. Het zullen wel jagers zijn.

Na een paar haarspeldbochten wordt de weg vlakker en komen we bij het grote kruispunt met de watertank (340 m). De wegwijzer is na jaren van voortdurend verval nu echt verdwenen, alleen de paaltjes en een tien jaar oude foto herinneren aan zijn bestaan.

Wij blijven aan de zeekant, Route des Pradels sud. De weg is hier vrij breed en het stijgt niet zo veel meer.

Een jachthondje met een rinkelende koebel om hobbelt doodgemoedereerd het pad af. In de wijde omtrek is geen mens te zien, hij zal de weg naar huis wel weten. Even later komt ons om de bocht een ronkende fourwheeldrive tegemoet. De bestuurder vraagt of we een petit chien*** -hij gebaart hoe klein- hebben gezien. We stellen hem gerust dat het hondje naar beneden liep, waarop hij na een gemeend ‘merci’ gas geeft en de berg af dendert. We hopen dat baas en hond elkaar teruggevonden hebben.

De zon schijnt achter de nevelsluiers, de wind van zee is warm, maar de lucht is fris. Het zand schittert als diamant-slijpsel, de stenen fonkelen als opgepoetste spiegels. Ik mis een beetje de zware dennengeur en de krassende herrie van de cigales, het is er te koud voor denk ik. Evengoed is het heerlijk hier boven op de berg.

Uren kunnen we zo nog lopen, steeds maar verder door de heuvels, kilometers kunnen zich rustig aaneen rijgen. We moeten alleen ook nog terug, die steile helling naar beneden…

Recht boven de camping (390 m) maken we wat foto’s, in de hoop dat onze tent te zien is. We kunnen hem lokaliseren, maar door de heiige lucht betwijfel ik of hij de foto te zien is. Ik heb hem met een piepklein pijltje aangegeven.

Wij stuiteren verder naar beneden. Die grote mooie steen, ik kom hem volgend jaar wel weer bewonderen. Een kleine steen gaat wel mee. En nog een en ojee, die ook. Een klein waterflesje is inmiddels leeg, daar gaat fonkelzand in. Ik smeer een beetje op mijn armen en kijk, ik ben klaar voor het feestje met deze glitters in de zon.

Bij de parkeerplaats aangekomen staat daar de fitness club, dames in strakke fluorpakjes, met bijpassende miniautootjes. Jongens hou toch op. Doe als dit ANWB echtpaar de Human Nature wandelschoenen aan en ga lopen. Die schoenen hebben al zo veel jaren de bergen over gesjouwd, bij Angkor Wat me behoed voor nog ergere valpartijen, de regen in Thailand en Cambodja weerstaan. Daar kunnen geen fluorfitnesspakjes tegenop.

Vanaf onze tent (150 m) kijk ik weer naar de heuvel om te zien waar we stonden. Ik hoop dat het te zien is op de foto’s.


PS: wanneer je op de foto klikt, wordt deze uitvergroot weergegeven en zijn de zoekplaatjes beter te vinden.

*)   manege
**)  heuvels
***) klein hondje