Het is bewolkt, met 28 graden evenwel niet verkeerd. Goed weer om te gaan struinen.

Langs de (gesloten) kerk van St Gély gaan we omhoog, ik volg mijn intuïtie, Gijs Google Maps. Het is hooguit een kilometer, maar een bord aan het begin van het pad zegt ‘20 minutes à pied’. Twintig minuten over 1 kilometer? Het lijkt ons stug. Behalve dan dat het na de eerste bocht ineens met 20% stijgt…

Dwars door het bosachtige struikgewas komen we uiteindelijk bij ‘la Chapelle de Saint Saveur de St Gély’, een hele mond vol. Het kapelletje uit 1673 (volgens één van de stenen) is over-gerestaureerd. En gesloten. Door het in de ijzeren deur uitgesneden kruis maak ik wat foto’s van de binnenkant. Het spreekt aan, door de soberheid en eenvoud in oude rust op deze berghelling.

20 Meter verderop vinden we een beeld. Volgens Gijs is het Maria, volgens het bordje Fatima. Maria, Fatima, Kwan Yin: 1 pot nat. Ik mag dat wel, die beschermvrouwen.

Een ander weggetje om lopen we rond de andere kant van de heuvel naar beneden. Het smalle pad gaat steil naar beneden, met veel keien en rollende stenen, als geiten lopen we achter elkaar aan. Lekker sjouwen in de wildernis zonder een levende ziel tegen te komen. Langs een wijnveld met kleine druiven komen we weer in het dorp.

Met de auto rijden we iets verder naar Cornillon, het oude hooggelegen dorp. Hier struinen we door het, weliswaar nu door kunstenaars en tweede-huisbezitters bewoonde, authentieke Frankrijk. Een kasteelruïne, allerlei leuke doorkijkjes en uitzichten, steile, vooral smálle straatjes waar nieuwerwetse auto’s alleen met ingeklapte spiegels en veel lef doorheen kunnen. Geen waterspuwer gezien, hoewel ‘Rue de la Gargouille’ anders doet vermoeden.

Terug in Goudargues halen we een ijsje, menthe-choco, om bij te komen.  Mijn voeten brullen om genade, er is voor vandaag wel genoeg gestruind…