We beginnen deze vakantie op een plek waar veel van onze gezamenlijke herinneringen hun oorsprong vonden. In 1985 leerde ik er Gijs kennen, in Bagnols sur Cèze waar ik op dat moment op een camping werkte.

Bagnols is niet zo’n bijzondere stad. Veel leuker zijn de kleine dorpjes als La Roque sur Cèze, St Gély, Cornillon, Goudargues. We kwamen er graag terug, eerst met zijn tweeën met de Dyane, later met het voltallige gezin. Wat is er veel veranderd… en toch ook weer niet. Ga mee op reis down memory lane.

 

Vanuit Luxemburg is Thionville de eerste Franse stad die we tegenkomen. De grauwe kathedraal (1870) die zowat óp de snelweg staat, staat daar al eeuwenlang. In Lyon zijn de tunnels oude bekenden, Musée des Confluences staat er pas vijf jaar. De ongelukken die gebeuren als je achter het stuur op je mobieltje zit te klunzen is ook een nieuw fenomeen.

 

 

Goudargues heeft alle overstromingen overleefd, er is niet wézenlijk iets veranderd. La Fontaine, het kanaaltje, en de brugjes zijn nog precies als toen, net als de straatjes, de wijnvelden en de rivier de Cèze. Toch hebben de Mairie en het Bureau de Poste het tegen de harde hand van De Vooruitgang moeten afleggen.

 

 

 

 

 

Le Lavoir is nog steeds dezelfde, zelfs opgeknapt. Slechts de waslijnen naast de wasplaats zijn verdwenen. De kerk met zijn twee torens staat er nog als een ouwe getrouwe. 

 

 

De Bar de France, wij noemen het ‘chez Jupiler’, bestaat al zolang we er komen. Alleen het meubilair zal eens vervangen zijn. Les Volets Bleus, het huis met de blauwe luiken is evenmin uit het dorpsgezicht weg te denken. 

 

 

De Cèze houdt zich weliswaar nu rustig, maar we weten dat het kan spoken hier. Menigmaal heeft de familie de tent halsoverkop moeten afbreken in de tijd dat je nog op het strand van de campings Lou Valagran of Les Libellules mocht kamperen, zie eerste foto.

 

 

De markt is een verplicht nummer tijdens de vakantie en laat er nu op vrijdag in Barjac een grote markt zijn. De tocht voert langs de keurig gesnoeide lavendelvelden, door bossen en langs braakliggende velden. We kunnen in het dorp nauwelijks nog een parkeerplekje vinden. Het is een grote markt, met veel lavendel en honingkraampjes, geitenkazen en worstsoorten.

Via straatjes en trappen ontvluchten we de drukte en komen we bij een kerk uit 1689. Hier waant een doedelzakspeler zich een engel in de hemel. De akoestiek van de kerk is prachtig, de klanken van de doedelzak helaas niet.

 

Terug in Goudargues slaan de klokken precies midi. De temperatuur overdag is een aangename 28-30 graden. ’s Nachts koelt het af tot steenkoud 10 graden. Een roodborst hipt ’s morgens rond onze voeten, de laatste stukjes brood wegpikkend. Het is vakantie.