Stralende zon in strakblauwe hemel, krentenbollen, drinken, zonnebril, -hoed en -crème mee, we gaan op pad.

Bij Purmerend staat de boel ineens muurvast. Stilstaand en kruipend sleept de file zich voort. We scheuren bij Zaandam rechtdoor de snelweg af, de opstopping uit. Bij het eerste het beste tankstation rollen we het dak op, lekker de kop in de wind.

Dwars door Zaandam, Kogerveld, Oostzaan komen we weer op de A10 terecht. Hiervandaan rijdt het koeteldekoet, als je zelf niet harder gaat dan 95 km/u hoef je je om al die jakkeraars niet druk te  maken.

Dwars door Laren en Eemnes, via Baarn en Soest volgen we uiteindelijk de borden ‘P Concours d’Elégance’.  Staan daar vervolgens weer in de rij. Het parkeerterrein voor oldtimers, waar we hoopten te kunnen staan, is natuurlijk allang vol. De verlate klassiekers moeten zich nu onder het gepeupel in hun klootjesauto’s mengen.

We staan naast een vader met drie jongetjes van 8-10 jaar. Het raampje gaat open: ‘Zo’n auto heeft mijn moeder ook, een blauwe Dyane!’. Deze grootste Citroën-kenner kan zó meedoen aan ‘Wedden dat…’ van wijlen Jos Brink. Als we langsrijden roept hij enthousiast: ‘wat een lekker geluidje, hè pap!’. Klopt. Lekker geluidje.

De drie jongelingen moeten bij onze blauwe Dyane op de foto om thuis aan mam te laten zien. Bij zowat elke volgende oldtimer wordt stilgestaan. Pap zegt: ‘ik krijg ze niet eens het parkeerterrein af…’ We grinniken en wensen hem succes.

Verderop op de parking staat nog eenzelfde Myosotis-blauwe Dyane. We zien 80 jaar oude automobielen, hoge motorkappen met grote omgekeerde V’s boven elkaar op de grill, het logo van Citroën. We zien DS’en, snoeken, in soorten  en maten. Een enkele eend. Schuifelend volgen we de meute naar de uitgang van de tentoonstelling die nog slechts het parkeerterrein is.

Verder lopen we, in défilé voor het paleis langs naar de ingang van het expositieterrein. Eindelijk kunnen we aan de rondgang langs de véhicules beginnen. Ik ben direct weg van een prachtige, glimmend gepoetste lichtblauwe Mercedes. Helaas krijg ik hem niet op de foto zonder die mevrouw die persé op elke foto wil staan.

Op een gezellig veld staan wat foodtrucks. Een Volkswagen bus met een biertap en blikjes cola, een oude gele schoolbus als frietkraam, een stokoude Citroën HY bus van Crèpes Nomades, een hippiebussie met koffie en thee. Eerst koffie, vanmiddag wil ik wel een crèpe.

Er staan niet alleen oldtimers. Ook moderne luxe en zogenaamd ‘elegante’ grote merken. Een paar dure dealers zijn zwaar oververtegenwoordigd. Het geheel ademt een behoorlijke hoeveelheid Gooische kak,  geblokte overhemdjes, rieten hoedjes, strakke jurkjes, lange geblondeerde haren op hoge hakken aan de arm van een ouwe kerel. Ben ik dat Gooi dan zó ontgroeid?

Gelukkig is er genoeg te genieten. Een parade van stokoude racemobielen maakt een sprintronde, voorzien van het nodige stof en kabaal. Een tweejarig meisje wordt in een ijzeren trapauto door pa op sleeptouw genomen. Stoere binkies zetten al het blinkende blik op de foto, stellen heel spontaan met kinderlijke vrijmoedigheid vragen en uiten luidruchtig hun bewondering.

100 jaar Citroën: onze verwachtingen zijn hooggespannen. Dat is altijd link, de kans op deceptie is dan terecht groot. Er staat op het Citroën-100 veld welgeteld één eend, één GS, één Ami, één oranje Méhari, één Dyane 4. Niet eens een 6. Hij is erg mooi overigens. In het tijdschrift van de 2CV Club Nederland stond een dringende oproep voor deelnemers, maar er is blijkbaar geen gehoor aan gegeven. Veel lege vakken, wat zonde.

Zo langzamerhand ben ik bek-af van het geslenter. Door de auto’s hebben we de tuinen amper gezien en nu ben ik uitgeautood. We vangen de terugtocht naar de parking weer aan. Binnendoor rijden we naar Laren, we eten bij Ma.

Het is nog steeds mooi weer aan het begin van de avond. Met het dak open en route ‘snelweg vermijden’ komen we via Bussum, Ankeveen, Weesp, Diemen en meer kleine nederzettingen en vaarten komen we bij IJburg.

Verderop Waterland, mooi strijklicht van de oranje laagstaande zon, slagschaduwen van de wilgen langs het water, glanzende koeien, gemaaid gras in rollen op de weilanden, alles ruikt naar land. Buiten-land om de hoek. Na Monnickendam, Katwoude en Oosthuizen komen we bij Hoorn. We zijn gaar, het laatste stuk wordt snelweg.

Thuis stort ik uitgeput buiten in een stoel op het stoepie. Het gras dampt, de stenen geven nog wat warmte af. De laatste kamperfoeliebloemen geuren. Puur oostenwind, de snelweg in de verte suist in golven voorbij. De kikker in de vijver laat een langgerekt kwaaooook horen.

Eindelijk zomer.