Vanuit de auto bekijk ik de bekende huizen, de velden, het water en de wegen als was ik in het buitenland. De wereld lijkt nieuw en vreemd in het felle zonlicht.

Pas gemaaid gras ligt in rollen te stoven in de zon. Schapen staan in de karige schaduw, zoekend naar koelte. Zwaluwen scheren krijsend van plezier voor onze snorrende motorkap langs, mugjes uit de dorre bermen van de West-Friese Omringdijk jagend.

Bij een kleine vuurtoren kijken we op de dijk over het water. Het is helder, aan de overkant lijkt Stavoren dichtbij.

Op de strandjes langs de oever is het nog druk. Een jongetje hangt slaperig tegen papa’s roodverbrande schouder, terwijl mams de laatste handdoek opvouwt.

Fietsers roepen naar elkaar en wijzen naar ons gekke blauwe autootje. Lachend zwaai ik mijn handen in een groet uit het dak.

Krautend door de nauwe straten van het oude Enkhuizen zien we bewoners van de smalle huizen op hun stoepie naast de voordeur genieten van de mooie avond. De masten van de schommelende zeiljachten in de haven klingelen in de warme wind.

Als een rode bal verdwijnt de zon langzaam in de nevel. De avond valt over het IJsselmeer. Mooi Holland.