Net als Alkmaars’ Klim naar de Hemel vorig jaar, heeft nu ook Haarlem een Klim gebouwd. De Koepelkathedraal, of kathedrale basiliek, Bavo, viert het gereedkomen van de restauratie met een klim naar een loopbrug op grote hoogte tussen de twee torens, de Klim naar het Licht.

Het weer laat zich vandaag van een twijfelachtige kant zien, het kan ons niet tegenhouden. Binnengekomen krijgen we direct de kaartjes, zonder te hoeven wachten op een volgend tijdslot.

Eerst dwalen we door de kerk zelf. Net honderd jaar oud, het lijkt zelfs ‘te’ nieuw. Elementen ervan spreken me aan, mozaïeken, Amsterdamse school details, geglazuurd baksteen, glas in lood. Misschien ook doordat er weinig mensen zijn, voelt het geheel te kil, bijna steriel.

Dat gevoel verdwijnt zodra we naar de doopkapel lopen om daar naar boven te gaan. Wat een schattig kapelletje, mooie versieringen met schelpen- en zee-figuren en een glinsterend doopvont. De drang om naar boven te gaan overheerst echter.

Achter Gijs aan stap ik voorzichtig de slakkenhuistrap. Prachtige, steil maar stijlvol, baksteen rondom.

Halverwege lopen we een krappe doorgang door om op het balkon onder de koepel te komen. De hele koepel kunnen we rondlopen, ons om de zoveel meter tussen pilaar en wand wringend. De letters van de eerste regels van het Te Deum zijn hiervandaan goed te zien.

De tocht vervolgt zijn loop: tussen laaghangende balken, loopplanken over de gewelven heen, onder het lange dak door naar de noord- of vrouwentoren.

De volgende wenteltrap is eenvoudig, beton, zonder leuningen. Wanneer ik bijna bij een volgend plateau ben, stort ik zowat naar beneden, zo schrik ik van het geweldige kabaal van de grootste klok (2500 kg) die drie uur slaat.

Prachtig, die megagrote klokken. Te groot bijna om op de foto te passen. Door de galmgaten heen loeit de wind, stralen van de nu eindelijk schijnende zon trekken lange banen op de stoffige verdieping. Verder, verder door naar boven, het licht roept.

Een klein stuk hoger komen we bij het uurwerk uit. De grote wijzerplaat op alle vier de zijden van de vrouwentoren en de galmende klokken onder ons worden hiervandaan aangedreven. Het is hierboven een lawaai van jewelste als ze geluid worden.

Eindelijk staan we dan op ongeveer 60 meter hoogte boven de stad. Ongelooflijk ver kunnen kijken, in de heel verre wazige verte lijkt de zee naar ons te glinsteren. We herkennen lang niet alles van wat er langs de reling op de foto’s staat. We genieten simpelweg van het geweldige uitzicht.

De loopbrug zelf is niet spannend, slechts een paar meter. Vanaf de zuid- of mannentoren heb je prachtig zicht op de klok, waar we zojuist binnenin stonden. Het waait hier nog harder dan daarnet. Snel lopen we naar binnen en vervolgen ons pad langs smalle doorgangen en korte, steile draaikolktreden naar de verdieping met drie kleinere klokken.

Een verdieping lager staat een televisie te schallen die ons een documentaire wil laten zien over de basiliek. Daar hebben we geen geduld voor dit keer.

Dan komen we bij een bakstenen spiraaltrap, met een prachtige draai binnenin die als leuning dient. De stenen glad geglazuurd onder mijn handen. Het loopt steeds makkelijker en ineens staan we weer op de begane grond.

Nadat ik gruis en baksteen van mijn handen heb gewassen is het tijd voor koffie met appelgebak op het nu zonnige terras. Van al dat klimmen en dalen wordt een mens hongerig.

Tevreden bekijken we elkaars foto’s. We hebben het goed hier, in de zon.

 


Meer informatie over de Koepelkathedraal Bavo en de Klim vind je hier: