Twee zielen, één gedachte: we moeten nódig eens bijpraten. Een afspraak is gauw gemaakt. We pompen de banden op en fietsen, elkaar van lief en leed op de hoogte stellend, naar de West-Friese markt in Schagen.

Over het spoor rijden we de eerste kar van de Folklore-optocht tegen het lijf. Boerenkapel ‘De Uienhoop’ zit op de platte kar te spelen, maar het pikzwarte paard heeft een pikzwart humeur en houdt er minder feestelijke ideeën op na. We glippen tussen de consternatie door en kabelen de fietsen aan een hekje.

Het is helegaar niet druk, we hebben de markt nog net niet voor onszelf alleen. Tegenover de kerk pikken we het laatste tafeltje in de zon op een terras. Rustig wachten we met cappuccino, thee en appelgebak op de dingen die komen gaan. Eindelijk is daar de stoet. De kinderdansgroep, de koets met Miss West-Friesland wuivend erin, de kar van de bakker, de jachtkoets en nog veel meer komt langs, prachtig opgepoetst en in klederdracht.

De spreekstalmeester(es) spreekt het volk in het West-Fries toe, ze legt uit dat de kar met de muziek niet zoals de traditie voorschrijft voorop gaat, vanwege het ‘poestig peerd’. Ojee, die knorrige knol van daarnet heeft dus echt de kont tegen de krib gegooid.

Als de optocht voorbij is, steken we achter de bezemman die de paardenvijgen opveegt over naar de kerk. Stond daar niet een bord met ‘de toren is open’? Ik zie de smalle, houten, steile trap met afgesleten treden en denk ‘waar ben ik in vredesnaam aan begonnen’. Een soort vaste vlizotrap. Doch wie A zei, zal ook B zeggen…

Halverwege is een smal balkon vanwaar we mooi zicht hebben op de markt en de dansende kinderen. Binnen zitten twee gidsen die ons uitgebreid interessante weetjes over de  kerk en de toren vertellen.

De klok van de klok hangt verstopt tussen de trappen. Tussen de treden en de stijlen door kiekend, krijg ik er toch een glimp van op de foto. Ten langen leste staan we op de laatst begaanbare overloop vanwaar je naar buiten de torentrans op kunt stappen. Daar kwamen we voor. Dat wijde, weidse uitzicht, we kijken kilometers ver het land in.

Aan de daken zie je precies wat het oudste gedeelte van het dorp is. Zo groot is het allemaal niet. We zien de marktkramen langs de hoofdstraat slingeren, het plein recht onder ons met de poffertjeskraam en de krioelende mensen, aan de andere kant veel groen, heel veel groen.

De klok slaat onder ons, het carillon boven ons. Lang blijven we boven talmen voor we weer naar laag bij de grond afdalen. Achterstevoren de trapjes af gaat het best.

Wat een mooi onverwacht avontuur. De rest van de dag blijf ik grinniken om dat pikzwarte poestige peerd. Prachtige taal, dat West-Fries.

De verdieping en vanaf het balkon:

Vanaf de hoogste omloop: