Een winterse winterdag 2017.  Ik stuur de kinderen eropuit om een kerstboom te kopen. Zij willen er eentje, dan moeten ze het ook zelf maar regelen. ‘Jongens, hier zijn de sleutels, daar moet je wezen, maak pret en rijd voorzichjes.’ Gierend van de lach komt het stel terug met een veel te grote boom die maar net in de auto past. Haren, kragen, dassen, om maar niet te spreken van de rest van de auto, alles zit vol met prikkende dennennaalden.

Intussen heb ik alle dozen met kerst-tierelantijnen van zolder gehaald. Met zijn tweeën tuigen ze de boom  op. Zoals de traditie voorschrijft met de kerst-cd van Pentatonix schallend door de kamer. Ik zit erbij en kijk ernaar, met een kop thee en kerstkransjes bij de hand. Het vriendelijke bakkeleien welke bal of pegel waar moet komen te hangen, de drie beertjes horen bij elkaar, de vogeltjes op een tak, de doorzichtige glazen hangers niet teveel verstoppen. Anderhalf uur later staat de flonkerende boom op de grond en is het tijd voor een kerstaflevering van Dr. Who.

 

Een winterse decemberdag 2018. De temperatuur blijft op nul graden hangen, geen graad meer of minder. Een harde zuidooster bijt in mijn wangen en snijdt in mijn vingers. De kinderen zijn in geen velden of wegen te bekennen, maar eisen wel een kerstboom. We zijn laat dit jaar, bij de boer is niet veel keus meer. Kleumend handenwrijvend kiezen we er eentje uit drie overgebleven middelmatige bomen.

Thuisgekomen blijkt het boompje veel te klein voor de kerstboommand. Meer in verhouding is een bloempot die in het houthok staat. De lichtjes worden erin gehangen en dan is het mijn beurt. Na een poosje hangen de takjes vol en lijkt het armetierige ding op het tafeltje heel wat. Een beetje saai is het wel, zonder het gelach en gedoe van jongelui. De boom staat ongeduldig te wachten op de kerstdagen, net als wij.