Gek is het wel, eigenlijk. Twee maanden zijn we nu alweer terug en het is net of we nooit weg geweest zijn. Alsof we al die avonturen nooit beleefd hebben, zo gewoon alweer is het leven in Holland.

Of ik nooit dat appartement als ‘thuis’ betiteld heb. De scherpe glazen tafel, de spierwitte plavuizen, de Ikeabank, de beige gordijnen, de felgekleurde schilderijen. In zo korte tijd was die 65 vierkante meter van ons geworden, eigen.

In net zo korte tijd ben ik dat alweer vergeten ook. Nouja, niet vergeten, maar opzij gezet. Want thuis is hier. Dat rare, leuke huis met al die kamers en een miljoen deuren, met de grote tuin en het duffe dorp. Dat is nou eenmaal thuis.

Ik leef weer in de stilte van het vlakke land, de kou van de uitgestelde herfst, de frisse lucht waar mijn adem wolkjes in blaast, de botte nuchterheid van het volk. Thuis.

Vergeten is het gekkenhuis van de stad, de warmte van de tropen, de stank van de straat, de klank van de taal en de eeuwige glimlach. Vergeten het uitzicht vanaf het kleine balkon, uitzicht op de zee, de lucht, de mannetjes in het flatgebouw naast ons. Vergeten hoe het was om even een uurtje naar het zwembad op het dak te gaan. Vergeten dat een flat op 10-hoog ooit ‘thuis’ was, zo kort geleden nog. Daar en op dat moment in mijn  leven.

Gelukkig hebben we altijd de foto’s nog.