Ik had de titel, de foto en een bepaalde gedachte. Een vluchtig beeld voor ogen van het verhaal dat ik wilde vertellen. Het blad bleef echter leeg. Wit. Stil. De woorden voegden niet met mijn gefilosofeer en kwamen niet op papier. Hoe kun je iets beschrijven wat er nog niet is?

De titel bleef, zegt eigenlijk alles. ‘Mensen en de dingen die voorbijgaan’.

Het is een toepasselijke term, in deze herfstgekleurde dagen. Seizoenen die voorbijgaan en overgaan in een ander seizoen. Dingen die voorbijgaan. Mensen die eveneens voorbijgaan, levens die voorbij gaan. De eeuwigdurende wisseling.

Een einde én een nieuw begin, de wisseling een rimpeling, een herinnering.

vaarwel


Noot: de titelaanduiding is natuurlijk gepikt van de heer Louis Couperus en zijn boek ‘Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan’ uit 1906, uitgegeven door L.J. Veen.