Mijn wit stalen ros heeft meer dan een jaar op stal gestaan, acculoos stof happend van het zaagsel dat met zekere regelmaat door de ruimte werd gedwarreld.

Op deze mooie oktoberdag trek ik mijn superfiets achter alle andere vandaan. Geef hem zijn accu weer terug en blaas wat extra lucht in de banden. We zijn er klaar voor. De garagedeur wijd open, frisse lucht en stralende zon tegemoet.

Op de fiets het schilderij van het Hollands landschap in. Zo plat en weids, zo rechttoe rechtaan als het volk. Rechte sloten vangen het zonlicht, bootjes tuffen op de vaart alsof het vakantie is. Het blad aan de bomen kleurt van licht groen naar geel naar warmvlammend rood, het fietspad is bezaaid met een kleurig tapijt. De vette klei ligt gekeerd op het land te drogen, de oogst is in volle gang.

P.C. Boutens schreef in 1912 een ode, een sonnet op een nazomerdag op Walcheren, het kon evengoed op Noord-Holland geschreven zijn. Moeilijke dichtregels die ik in de brugklas uit mijn hoofd moest leren:

September-dag op Walcheren

Als vlotgedreven van de kimmebanken
Die ’t alom duin met sneeuwen koppen kronen,
Schuiven de wolken over ’t blauw haar blanke,
Langs weide en hout haar schaduwen schablonen.

Op leêger akker laden statigranke
Boeren de bruine saamgeschoofde boonen:
Gerucht en roep in hoorbre rust verklanken
Den vreê van wie in wijde stilte wonen…

Maar wazen verte scheuren schelle schreeuwen:
Daar stuurt een grijze reus de ploegschaar door
Het stoppelveld achter zijn stoere zeeuwen:

Gierig naar ’t aas in de opgesneden voor,
Volgt waaierwiggend in het versche spoor
Gelijk een zilvren zog de zwerm der meeuwen.

Op deze haast wolkeloze dag in het blauw geen blanke schaduw-sjablonen, de stoere Zeeuwen zijn honderd jaar later vervangen door combines en de bonen- of korenschoven zijn hier bintjes en bietenbergen.

Alleen die meeuwen…. Dat waaierwiggende zilveren zog van de zwerm der meeuwen in de opgesneden voren in de klei… Prachtige Hollandsche Taal. Die taal tovert het plaatje wat ik probeer vast te leggen met mijn camera.

Dat ijsje heb ik wel verdiend. Na een rondje van 45 kilometer pijn aan m’n gat, maar wie doet me wat. Fietsen is heerlijk en Holland is mooi. Raar hè?