De plicht roept, we gaan weer terug naar het vlakke land.

Ik bedenk dat juist omdat we maar een week hadden, we dit ‘kadootje’ meer dan intens beleefden. Een parel, een glinsterende steen. Immens genieten van deze spontane verrassing.

De stralende zon-dagen waar al zoveel over gezegd is.
De avonden in de koude buitenlucht. Met een vest en lange broek, sókken zelfs aan. De stoel achterover en niets anders dan naar de sterren boven me staren. Ze zijn niet te tellen, maar ze stralen stuk voor stuk speciaal voor mij, fel tegen het zwart-fluweel van de inktzwarte hemel. Fantastisch.

Aan alles komt een einde, alles is wisseling. We pakken ons boeltje weer in. De auto laten we de avond voor vertrek gewoon midden op het pad voor het karretje staan. Niemand die er last van heeft.

De volgende morgen komt de zon weer in kleurige wolkenhemel stralend op. Een paar laatste foto’s van ons tweede thuis.

De terugreis gaat, op een kleine file na Avignon en een korte omleiding in Luxemburg na, dit keer wel volgens het boekje. Het is fijn reisweer, niet te warm, niet te koud, droog en weinig wind, de molens staan praktisch stil.

De weg is meestentijds praktisch leeg, tussen de herfstkleuren door golft de weg op huis aan.

In Nederland is de wereld weer plat en hangen de wolken te dansen tussen het blauw. Koeien grazen rustig door, wiekende windmolens heten ons welkom in de polder.
We zijn weer thuis, thuis.