Nog even over de zon, die brandende zuiderzon.

De verwondering in het kleurenspel van de zon met de lucht, van het licht op de aarde. En de volgende dag gewoon weer opnieuw, en opnieuw en opnieuw in een eindeloos herhaald ostinato.

Garmt Stuiveling schreef het in zijn Drie kleine strofen, III:

‘Daar is geen einde,
 daar is geen begin:
 het enig zijnde
 is wisseling;
 het enig blijvende
 is het steeds drijvende
 stuwende ritme dat alles wendt,
 dat bloei en verderven gaan,
 leven en sterven gaan,
 enkel als beelden kent,
 als spiegelbeelden in ruimte en tijd
 van zijn bewegende eeuwigheid.

 Daar is geen einde
 en geen begin:
 het enig zijnde
 is wisseling.’

Overal ter wereld, waar je ook gaat, elke dag-omwenteling weer. Dat is fascinerend.

We zitten hier aan de ‘verkeerde’ kant van de berg voor een mooie zonsondergang. Dat betekent dat we naar boven moeten om de zon daadwerkelijk achter de horizon te zien verdwijnen. Die horizon die wat bobbelig is door de volgende heuvelrug waarachter hij schuilgaat.

Het vergt een stukje lopen. Dennenlucht, droog stoffig zand, jeneverbes, kruiden, rotsen. Verder niets. Dat is zó heerlijk wandelen. ‘Verder niets’. Leegte. Alleen het pad dat voor je omhoog kronkelt en je eigen gedachten. Geen mens. Niets meer nodig, alleen dit niets.

De struiken, de bomen, de grond en de rotsen veranderen van toon naarmate ze in het gouden strijklicht worden ondergedompeld, als een lief-strelend wiegeliedje.

De zonsopkomst de volgende dag, het licht dat zich verheugt te stralen, te schijnen over alles. Schitterend. Je moet er alleen je bed voor willen uitkomen.

Op een groot rotsblok van de pier begint het wachten. Wachten op de zon die achter de Cap weer tevoorschijn getoverd wordt. Het is totaal wolkeloos, vliegtuigjes tekenen korte vinnige streepjes in het kleurenpalet. De roze weerschijn op de heuvels en het dorp achter me is zacht, alsof de zon ze met een omhelzing begroet: ‘hé, ben je daar?’

Het wordt almaar lichter en dan ineens is de zon boven de rotspunt uit. Fel en uitbundig juicht hij de nieuwe dag gedag.

Dat is toch niets anders dan prachtig?