Tsja, en dan ben je eindelijk thuis… Dan moeten de plannen, gesmeed op het balkon in Thailand, direct uitgevoerd worden. De tuin weer een beetje begaanbaar maken, de goten leeghalen, de studeerkamer uitmesten, heel veel weggooien, heel veel naar zolder… werk werk werk. We zijn het zat. Is dit nou vakantie? Zonder kamperen, zonder Frankrijk?

We vertrekken gewoon. Autoroute du Soleil, op weg naar de zuiderzon.

Laat al die mensen maar praten. Al die Hollanders en Engelsen die naar Frankrijk verhuisden. Of die mensen die er op primitievere wijze doorheen reisden, te voet, met een ezel of op de fiets. Die altijd hoog opgaven op het pittoreske, de authenticiteit -terwijl daar allang niets meer van over is-, dat typisch Franse, de B-wegen, de restaurantjes, het eten…. Altijd enigszins denigrerend over de McDonaldsen, Burger Kings. Vroeger en van oudsher al, luister de conférence van Paul van Vliet er maar op na, die spot met de ‘restoroute’ van Jacques Borel, het eerste péage-wegrestaurant van weleer.

Nou, doe mij die péage maar, mét zijn fabrieksvoer en de files witte walrussen. Dat is ónze traditie. Voor mij zijn de aires pure nostalgie, zoals Aire de Jugy, Portes lès Valances, Montélimar en Mornas.

Net als alle andere merktekens op de schatkaart naar het Zuiden:

  • de ‘boom-met-het-hekje’ bij Breda (links). De Anneville-eik,
  • het Mariabeeld halverwege de Ardennen (rechts),
  • de bruin-zwart uitgeslagen basiliek van Thionville (links),
  • het standbeeld, Soleil de Langres (rechts) op precies de helft van de reis,
  • Aire de Jugy met de paddenstoelen speelplaats, de verplichte stop wanneer je met kinderen reist,
  • de sculptuur voor Lyon bij de splitsing A6-A46, Le Signe Infini (links),
  • cirkelend langs de Rhône, dan weer links, dan weer rechts, zo blauw, met lichte wolkenluchten, zo blauw,
  • zelfs, al is het pas sinds 2016 geopend, het museum in Lyon dat we hebben zien bouwen door de jaren heen, Musée des Confluences. Wat in het begin op een hele berg schroot, opgestapelde winkelwagentjes leek en nu een futuristisch glimmend architectonisch hoogstandje is geworden. (links),
  • de watertoren met postzegelprint ‘ladrometourisme.com’ (links),
  • de beschilderde koeltorens van Tricastin (rechts),
  • Montagne Sainte Victoire bij Aubagne (links net na Aix en Provence), de kale kalkstenen pukkel, hoog reikend, scherp afstekend tegen de helle hemel, veelvuldig vastgelegd op doek door Paul Cézanne,
  • Eglise de Notre Dame de Beauregard bij Sénas (rechts), op de terugweg het moment dat ik denk: ik wil terug…
  • Ferme des Templiers vlak voor de afslag (links), op de terugweg het eerste teken dat we echt niet meer om kunnen keren.
  • Abbaye de Thoronet (rechts), de abdij uittorenend boven het stadje waar we de snelweg afduiken,
  • de grote parasoldennen tussen de twee rijbanen bij Saint Tropez-Le Foux, die er al stonden ten tijde van Louis de Funès’ film ‘Le Gendarme de Saint Tropez’ in 1964,
  • de Méditerranée, zo blauw, zo blauw,
  • we zijn er bijna: het bordje ‘Village Fleuri’ (rechts) tussen de hagen van oleanders.

village fleuri 3

‘Niet het doel is het belangrijkst, maar de reis ernaartoe’. Volgens het Tao van Poeh: het gewaarzijn, de voorpret, de suspence. In dit geval: verheugen op de zon, de vrijheid, de vakantie, de zomer. Meestal erg enerverend vooraf, maar nu mikken we spontaan, zonder paklijstjes, van alles in de auto en het karretje.

On y va et on verra. We gaan gewoon en we zalle wel zien.