Nu we terug zijn van ons avontuur, begint ook het terugkijken. Hoe kwamen we ertoe dit avontuur aan te gaan, hoe is het begin begonnen?

Wanneer Gijs de laatste keer in Thailand is, wordt hem -halfserieus- gevraagd om er voor vast te komen werken. Hij stuurt mij een appje: ‘wat zou je ervan vinden als…?’ Stomverbaasd is hij wanneer ik daarvoor te porren ben. De rest is eigenlijk geschiedenis, maar ik zal jullie toch kort vertellen wat er aan die geschiedenis vooraf ging.

De knoop wordt doorgehakt. Stiekem staan we te popelen… we hebben al zo vaak lacherig gedaan over emigreren, als we in Nederland weer eens met regen, storm en mist, of bekrompen regeltjes te maken kregen.

We gaan uit van eerst een halfjaar, als een soort proefperiode. Als we de kinderen vragen wat ze van het nieuws vinden, rolt Yasmin van de bank van het lachen, Caspers reactie is wat gematigder, hij moet even wennen aan het idee dat we strax een half jaar weg zijn, en Robin zegt: ‘Dat zal mam goeddoen!’ De beide moeders vinden het wel lang, 6 maanden, maar zoals Ma zegt: ‘het avontuur moet je nooit uit de weg gaan’.

Een paar weken later.
Het zijn drukke dagen, we pakken door. De lijst ‘regelen voor vertrek’ groeit, terwijl we er net zo snel alweer vinkjes bij kunnen zetten. We kunnen pas concrete stappen richting ticket of visum gaan ondernemen als we een definitief voorstel van Gijs’ werk hebben.

De krant is opgezegd, er zit een nee-nee sticker op de deur, een slimme thermostaat is geprogrammeerd om de verwarming via internet te kunnen regelen, een camera geïnstalleerd om de tuin in de gaten te kunnen houden.

Ik pak een paar dozen in met spullen en boeken die ik graag mee wil hebben. Wat wil ik nou helemaal persé hiervandaan meenemen naar de warmte, wat heeft een mens eigenlijk nodig? Best lastig om hiervandaan in te schatten wat er daar voorhanden is.

Gijs merkt terecht op dat alles wat er tot nu toe op Fonkelingen staat erg rustig, kalm, schoon en netjes is. Waar we nu heen gaan is alles allesbehalve mooi, sereen of aangeharkt. Dat wordt een groot contrast. Dat contrast noemen we avontuur, het avontuur te zoeken naar schoonheid in de chaos. Ik ben heel benieuwd, ik kijk ernaar uit om op onderzoek uit te gaan. Nieuwe avonturen te beleven, meer te schrijven. Rust te vinden in de chaos.

De laatste weken voor vertrek kenmerken zich door stralend helder winterweer. Bij tijd en wijle vriest het behoorlijk, de ijsbaan wordt in allerijl wat voller gepompt met water uit het naastgelegen kanaal. Op deze heldere winterdagen hoef ik niet persé uit Nederland weg, al zijn al die kleren wel een ballast: dikke sokken, dikke jas, wanten, muts, sjaal…. alleen lopen in een shirtje en shortje lijkt me wel zo prettig.

Thuis valt verder weinig te doen. Af en toe gooi ik iets waarschijnlijk overbodigs in een doos, ga nog een keer op bezoek, koffieleuten met vrienden en naar een verjaardag nu het nog kan.

Het zijn mooie dagen om een lang end langs het Hollandse strand te lopen, koud als het is. Al lopend rijzen vragen in me op, vragen die een half jaar later wederkerend gesteld zullen worden.

Hoe zal het daar zijn? Zou ik er heimwee krijgen? Heimwee naar de kleurige wolkenluchten in het voor- en het najaar? Naar de weidsheid van heldere hemels in zomer en winter? Of zelfs naar het onvoorstelbaar hoge en onnoemelijk blauwe zoals dat aan de Middellandse Kust de zee omspant? Zo hoog, zo wijd, zo blauw is de hemelboog daar misschien niet…

Twijfels. Bij tijd en wijle slaan ze toe, bezorgen me een rare kriebel in mijn buik. Van die niet-helpende ‘wat-als’ gedachten, twijfels die opkomen als je net wakker wordt en dan gaandeweg de dag gelukkig weer weg-gerationaliseerd kunnen worden. We zien wel, on verra.

Twijfels of ik me in Thailand niet suf ga vervelen, of ik daar de straat op durf, of ik er boodschappen kan doen en hoe dan, en ga ik me niet opgesloten of alleen en eenzaam voelen als Gijs lange dagen aan het werk is? Twijfels over waar zullen we in hemelsnaam terecht gaan komen? Zou ik vaak heimwee krijgen, mijn vrienden missen? Geen flauw idee. De tijd zal het leren. Eerst maar een visum zien te krijgen.

-wordt vervolgd-