De week voor vertrek. Een week van ‘de laatste keer dit, de laatste keer dat’. Laatste keer boodschappen doen, de laatste wassen laten doen voordat de boel in een doos gaat, laatste keer naar de pier, nog één keer naar de nightbazaar. De laatste massage. Het laatste gebakje. Deze week is het -eindelijk- mooi weer, soms te warm en te ongezond om recht in de zon te gaan zitten. Laatste keer genieten van de striemende stralen zon. Wat licht in de reserve voor straks de donkere maanden.

De dozen zijn gepakt. De vijver en het houten tafeltje gaan met de boot naar Nederland als een vroeg sinterklaascadeautje. Een afgezant van de huisbaas komt langs om de borg terug te brengen en een laatste inspectie voor de vorm. Laatste keer Indiaas eten. De koffers zijn gepakt, we hebben ingecheckt: we kunnen gaan. De laatste avond: pizza.

Over de terugreis kan ik kort zijn.

Alles loopt als een goed geoliede trein: opstaan, koffers dicht, busje staat klaar, ruim op tijd op de luchthaven, geen rijen voor inchecken, geen rijen voor security, geen rijen voor de koffie, kletsen met een collega, geen rijen voor boarden want na de gezellige koffie moeten we ineens nog hard lopen om bij de gate aan het andere eind van het vliegveld te geraken. Wat een eind sjouwen is. Ach, we zijn op tijd, bezetten onze stoelen, nog een kwartiertje wachten tot de startbaan vrij is en daar gaan we.

Dag Thailand, het was mooi.

Dan begint de lange zit. Het wachten met zijn allen, wachten tot we weer geland zijn. Met zijn allen in de wachtkamer. Sommigen naar huis, anderen onderweg naar hun vakantie- of zakenreisbestemming. Allemaal dezelfde kant op.

Ik lees. Ik schrijf. Nog 10 uur te gaan.

Eindelijk. Ein-de-lijk. We landen ruim op tijd. Er staat een korte rij bij de douane. Koffers liggen binnen 10 minuten op de band en daar… staan de kinderen, met een spandoek! Ik kan wel janken.

Toch is het zo gewoon om door Schiphol te lopen, naar de auto. Alsof er geen 6 maanden tussen zitten. De snelweg naar huis… zo gewoon alsof het geen halfjaar geleden is.

Thuis. Home sweet home.

Dankje, Gijs, dat je zei: ‘dit avontuur ondernemen we samen, of helemaal niet’. Dat je elke avond op tijd thuis was en dan ook nog wilde koken, hoe druk je werk ook was. Dat je ook zei: ‘we gaan samen terug’. Dankjewel.