Heim-wee. Verlangen naar huis. Naar de geborgenheid, de zekerheden van het bekende leven. Naar het bestaan dat we de afgelopen 18 jaar in ons dorp hebben opgebouwd.

Heimwee had ik naar de tuin. Naar de uitbarstende magnolia, de knallende gouden regen. De brem en de kamperfoelie, de seringen, hun geur, de kleuren, het eerste gemaaide gras. Naar het ‘voor het eerst buiten zitten met blote voeten en kop in de zon’ idee. De bomen zien ontploffen in alle tinten groen. De bloesems, de bloemen.

Ik verlangde naar wandelen op het brede -schone!- strand, waar dan ook. Bergen, Callantsoog, Julianadorp, Egmond. Gewoon buiten lopen, na de winter. Lopen thuis langs het kanaal, met de eenden en pulletjes.

Ik had zelfs heimwee naar ‘ons’ plekje in Frankrijk. De kleuren en geuren van een zomerdag, het Zuid-Franse licht, de droogte en de onverwachte onweersbuien, de heuvels, de zee, de dennen, de Franse taal. Naar ‘ons’ plekje dat niet eens meer bestaat, maar toch. De camping, het strand. De vrolijkheid, het plezier, de losse zomerzotheid, de jeugd die nu voorbij is.

Hoe moeilijk was het in Pattaya iets van een nieuwe zekerheid te creëren in de chaos, geborgen, vertrouwd of ‘eigen’ voelde het voor mij nooit. Al snel was ik zo moe van het krampachtig mijn best doen me er thuis te voelen, het improviseren en hopen dat het goed zou komen, dat ik snakte naar iets bekends. Iets waar ik een houvast aan kon hebben, buiten mijn trouwe steun en toeverlaat en rots in de branding Gijs. Mijn schrijven hielp me erdoorheen, het hele halve jaar lang. Zo was het net of ik met mijn blogs tegen jullie kon praten. Elke reactie was me zeer dierbaar.

Heimwee is een vorm van missen. Missen van wat in je leven ontbreekt. Met ieder afscheid, elk vaarwel, begint het gemis. Verlangen naar wat je, soms onherroepelijk, verloor. Herinneringen verzachten soms het schrijnen van de wond, van de leegte die iemand achterliet, van het gat waar zich eerst iets bevond.

-wordt vervolgd-