We hebben de keuze gemaakt terug te keren naar Nederland. Mijn gevoel van nutteloosheid zegt me dat dit niet mijn leven voor de toekomst is. Het was een mooi avontuur en het is goed dat we dat avontuur aangegaan zijn.

Deze laatste weken gaan voorbij in een wonderlijke anticlimax, een draaikolk van gemengde gevoelens. Gijs komt deze regel tegen: ‘Wat de mens kenmerkt, is zijn tegenstrijdigheid. We verlangen tegelijkertijd naar huis en elders.’ ‘Fernweh’ in het Duits. Wegwee. Zo noemt Ap Dijksterhuis het in zijn, al eerder genoemde, boek ‘Wie (niet) reist is gek’.

Gijs’ werk is leuk, uitdagend, er worden nu reuzensprongen gemaakt die niet gemaakt zouden zijn als hij in Nederland had gezeten.
Daarnaast is er in en rond Thailand nog zoveel meer te ontdekken en te zien. We zijn niet naar Laos geweest, wat wel in de bedoeling lag, we zijn niet naar Vietnam geweest, we hebben Cambodja noodgedwongen in drie dagen afgeraffeld…
Het laatste weekend is het prachtig weer zoals dat hoort in Thailand. Alsof het land wil zeggen: ‘denk er nog eens goed over na voordat je me verlaat!’

Maar toch. We willen naar huis, maar hebben tegelijkertijd het gevoel dat we nog niet uitgekeken zijn en het werk nog niet af is.

Twijfels en vragen had ik van te voren, ik heb ze nu weer. Hoe kijk ik strax, later, op deze tijd terug? Heb ik alles eruit gehaald, gedaan, beleefd? Had ik het langer moeten proberen? Hoe bewust heb ik eigenlijk geleefd, dag in dag uit achter de laptop? Intens genoeg geleefd? En wie bepaalt dat?

Zal ik me thuis direct laten opslokken door het dagelijks leven, waardoor deze ervaring nog slechts is als een rustpauze, in mijn belevenis? Zou ik dit hier gaan missen? Zou ik thuis terug verlangen naar deze chaos? Naar het ‘alles kan’? Naar het leven op blote voeten? Zal het zo gaan? Zou ik thuis nog kunnen wennen?

Er hoeft niet veel geregeld te worden. De voorbereidingen van de heenreis in omgekeerde volgorde. Maar dan zonder het gedoe van visa, werkvergunning, rijbewijs en dat soort dingen. De dozen weer terug volladen, bedenken wat er direct bij de hand moet blijven, wat even kan wachten. De printer weer inpakken, souvenirs en boeken in een doos.

Het huisje in originelere staat terugbrengen, de vieze kleedjes weer uit de kast halen. De grote bloempotten die we niet meenemen op het werk zetten, de vijverpot inpakken om met een zeecontainer mee te sturen.
De bad-eend, die reist uiteraard met ons mee terug, om thuis weer te water te laten.


citaat: Millennium deel IV ‘Wat ons niet zal doden’© 2015, David Lagercrantz, Uitgeverij Signatuur Amsterdam