Het luchtledige tussen gisteren en morgen, tussen toen en later, tussen hier en daar. Een vacuüm niemandsland. Toeschouwen vanachter glas, meeleven door een omgekeerde verrekijker. Stilstaan in een luchtbel.

In Nederland gaat iedereen vanzelfsprekend door met leven op zijn eigen ingeslagen weg, aan onze afslag voorbijgaand. Dat is logisch. Ik realiseer me nu hoe ik voor lief nam dat ik deel uitmaakte van andermans levens, ik stond er niet bij stil hoe graag ik in hun gezelschap verkeerde. De levens van familie, vrienden, kennissen gaan gewoon verder.

Tegenwoordig zijn we niet meer afhankelijk van vertraagde luchtpost en een poste restante adres, of zelfs een internet café. We zijn onbeperkt bereikbaar: mobiele telefoon, what’s app, skype, mail, facebook. Hoe moeilijk blijkt het desondanks te zijn iemand te pakken te krijgen, contacten vast te houden. Altijd rekening houden met het tijdsverschil, het feit dat vrienden gewoon moeten werken, kinderen met wisseldiensten en omgekeerde levensritmes.

Gek is dat. Een drastische sprong, een vlucht, om uit een eeuwige ‘loop’, de vicieuze cirkel te kunnen geraken. Met alle voors en tegens van dien. En toch ook met één been in Nederland willen blijven staan.

Hoe goed evenwel is juist die bubbel, die ademruimte. Weinig dat aan me trekt, weinig waartoe ik me verplicht voel. Alle tijd en gelegenheid om te herstellen, wat niet lukte met de touwtjes en verplichtingen die thuis en vanuit het werk nog aan me trokken. Ruimte om te bedenken welke kant ik op wil met mijn leven.

 

Leven in een bubbel, een vreemd luchtledig niemandsland.