Viharn Sien, een Chinese tempel, ligt net buiten het terrein van Wat Yan Wararangsam aan een meertje. We zijn er toen wel langs gereden, maar hebben nooit beseft dat hier eigenlijk een enorme verzameling Chinese kunst en oudheden te bekijken is. De tempel, een centraal gebouw met drie verdiepingen en een aantal paviljoenhallen, doet namelijk dienst als museum.

De Viharn Sien, House of the Gods, wordt ook wel Viharnra Sien, Wihan Sian of Anek Kuson Sala genoemd. Da’s logisch, waarom zou je met één naam genoegen nemen. Het is indertijd gebouwd voor 60ste verjaardag van de vorige koning, koning Bhumibol Adulyadej ofwel Rama IX.

Het schijnt een van de weinige plaatsen buiten China te zijn waar een terracotta leger als dit te zien is, figuren van krijgers en paarden, strijdwagens uit het graf van keizer Qin Shi en een gouden troon… Originelen, kopieën en maquettes, teveel om op te noemen.

Het museum is omvangrijker dan we dachten, er staat zó veel dat we er een paar uur stuk slaan. We kijken onze ogen uit bij granietgravures, oude schilderijen en brons. Aardewerk van onder andere de Shang-dynastie, dus zo’n 3000 jaar oud. Of items uit de Tang en de Ming-dynastie. Toch ook al een paar eeuwen oud.

Er staan beeldhouwwerken van Chinese Taoïstische goden, Boeddha- en Kwan Yin beelden. Plus nog een stapel andere goden en krijgers. En een kleine afdeling Thaise kunst. Ik heb overal weer foto’s van gemaakt. Dat is nou eenmaal wat ik doe, sorry.

‘Verwonder je slechts’. Ja, over al die Chinese artefacten, al dan niet replica’s, van 1000en jaren her kun je je slechts verbazen. ‘Hóe dan?’ zouden mijn kinderen tegenwoordig zeggen. Hoe? Waarom? Jammer dat ik daarvoor te weinig kennis heb van de Chinese cultuur en historie. Sterker nog, ik verwacht elk moment Rechter Tie, toch echt een Nederlandse vinding van Robert van Gulik, tussen de beelden te zien staan.