Een heel vroege herinnering drijft binnen. Ik zal een jaar of 8 geweest zijn en liep van school naar huis. De heggen, hekken en huizen waar ik langs liep kende ik allemaal, ik wist precies bij welke tuin de golden retriever hoorde. Tessa heette ze, tjee, zelfs dat weet ik nog. Ze kwam altijd aan het hek even gedag snuffelen.

Ik liep daar en op een gegeven moment keek ik naar mezelf van buitenaf. Of van binnenuit? Ik dacht: hier loop IK. En ik ben IK en ik ben niet iemand anders. Waarom loop IK hier, waarom ben ik niet iemand anders die ergens anders loopt. Waarom ben ik niet mijn vriendinnetje die nu naar haar huis en ouders gaat. Als een vreemde bekeek ik mijzelf, zag mijzelf lopen en vroeg me af wie dat meisje was. En waarom ze zich voelde zoals ze zich toen voelde. Ik was mij heel bewust van mij, van mijzelf daar op dat moment op dat stukje straat. Ik zou je zelfs nog kunnen aanwijzen waar dat was.

Die herinnering is me bijgebleven, heb ik ergens in mij opgeslagen.

Ik heb het in mijn jeugd nog een paar keer beleefd, maar nooit meer zo sterk en langdurig. Toen ik ouder werd, overkwam het me niet meer en nu moet ik er zelfs moeite voor doen. Om dát gevoel, dat ZIJN waar ik nu ben, hoe ik nu ben, weer te ervaren.

Misschien kan de gedachte aan dat schoolmeisje en de ervaring van toen me helpen te herinneren.

Na de ‘leerzame mislukking’ bij Boonkanchanaram, doe ik mijn oude oefeningen gewoon weer hier in het appartement of op het strand. Bodyscans, ontspannings-  en concentratie-oefeningen in hier en nu. En bij een visualisatie oefening verbeeld ik me dat ik thuis in de achtertuin naast de geurende kamperfoelie zit met mijn voeten in de zenzandbak…