Voordat we verhuizen, hebben we nog een dag nodig om wat levensbehoeften en huishoudelijke goederen in te slaan bij de Big C. Hier waren we al eerder en toen heb ik zo vreselijk gelachen…

Stel je je de Géant Casino voor, die bij St Tropez/le Foux bijvoorbeeld. Precies dezelfde opstellingen. Binnenkomend loop je eerst langs een paar schappen met lokale producten. Dat dat geen wijn is, lijkt me duidelijk; hier is het voorverpakt gesneden vers fruit. Tot zover het beeld. Pak dan een gummetje en gum álle mensen weg. Gewoon gummen en blijven gummen. De schappen liggen vol en er is geen mens te bekennen, afgezien van een handvol medewerkers en een paar eenzame caissières. Wat een giller. Ik hoop dit hilarische beeld te kunnen herinneren als ik ooit weer in Frankrijk ben en me kapot erger aan de karretjes die op m’n hielen inrijden.

20180327_195640

Big C

De producten zijn eveneens hetzelfde. Huismerk Casino chocopasta of Nutella, Bertoli olijfolie, Bonduelle blikjes, La vache qui rit ouioui aussi, Babybelletjes… het gewone Europese riedeltje, voor halve Europese prijzen. In vergelijking met de Géant niet duur, maar voor Thaise begrippen veel geld. We slaan van alles in, dan hebben we dat vast in huis.

De volgende dag is het: inpakken, uitchecken en wegwezen, op dezelfde manier waarop dat gaat na een campingvakantie. Het maakt niet uit waar het allemaal in gestopt wordt, als het maar mee komt. Alle dozen en koffers takelen we een paar straten verderop weer naar boven. Het lijkt heel veel, maar het is snel uitgepakt en weggeborgen. Op het balkon het eerste bakkie koffie in ons eigen nieuwe huis.

Er staat altijd een beetje wind hier op de tiende verdieping, je hoort de golfslag. De ‘pauw’ kraait vanuit een boom. We hebben nog niet gelokaliseerd waar hij zit of wat het voor vogel het is. Tot zolang noemen we hem gewoon pauw.

Voor eventjes ben ik inderdaad ‘airco huisvrouw’ maar wees eerlijk: koffers uitruimen, afwas en een wasje doen, kasten inruimen is toch geen doen met 30+ graden.
Het huisje maak ik eigen door de kleden op te rollen en weg te bergen en de gemene glazen salontafel in de hoek te zetten. De uit Nederland meegenomen kleinigheden zet ik mooi neer en geef mijn ‘kantoor’ een plekje. De kunst aan de muren laat ik hangen. De felle zonnige kleuren spreken me gek genoeg aan, hoe standaard Ikea ze ook zijn.
De puien wagenwijd open, binnen wordt buiten, er zijn geen deuren waar ik me aan kan stoten. Het wasje hangt te drogen, laptop naar buiten, ventilator aan, kopje koffie erbij en typen. Dat is wel iets wat je ‘thuis’ kunt noemen toch?

Ik ruik de zee. Vanaf mijn balkon in de hoogte, met geen andere geluiden dan de wind, de vele vogels, de grastrimmer van de tuinman, het verre rumoer van een bolderende jetski en het gesnor van de ventilator, kijk ik van onwezenlijk ver weg naar de stad, het gekkenhuis, the crazy carnival. Ik ben alleen op mijn eilandje, met de op de wind wuivende bloemetjes van de orchidee. De pauw krakeelt lustig door.