De adrenaline van de reis, het onbekende, het klimaat, het tijdsverschil ebt weg, er is een vacuüm voordat er iets anders voor in de plaats komt.

Bij het zwembad bezet ik een ligstoel en een tafeltje waar ik wat ga schrijven. Het wordt steeds warmer en zonniger, de knutjes/fruitvliegjes zijn nog veel talrijker, zodat ik me net Pig Pen voel…

De hele dag ben ik aan het schaven aan mijn verhaal, ik heb er echt een dagtaak aan om het naar mijn zin te krijgen. ’s Avonds lukt het pas het verhaal Sawadee Ka te plaatsen. Internet valt steeds uit (welkom in Thailand). Dat betekent: twee woorden, negen letters. DUURT LANG!

De lichten van de stad, de appartementengebouwen, de restaurants en bars verlichten ‘s avonds alles in de wijde omgeving. Pattaya, the city that never sleeps. Overdag ziet de wereld er anders uit, zijn de geluiden anders van toon.

Alleen al de vogels. Er zijn er die fluiten als een pauw maar dan een paar octaven hoger. Er is er eentje die een chromatische toonladder omlaag fluitert. Tweety birds doen priet-priet-priet. Duiven, meerdere soorten. Kleine donkere tortels, zo groot als een merel; een soort houtduiven, maar ook veel kleiner en grauwer dan de Hollandse. Langs het strand lopen een soort kleine donkergrijze reigers met lange spitse snavels schelpen te pikken. ’s Avonds scheren zwaluwen langs het balkon.

Bij een paar hotels zijn poelen aangelegd voor de kikkers. Het hagelt soms van de krekels, zelfs gewoon langs het strand weten ze een geweldig kabaal voort te brengen tegen het gebulder van de golven en de wind. Allemaal grappige nieuwe en toch bekende geluiden.

Beneden aan de straat kom ik op het strand.
Ik zie meer en meer details, zoals dat men langs het laatste stukje stoep een bergje grond heeft gestort en daar lukraak wat plantjes in dunne staakjes heeft neergezet. ‘Jongens, ga maar groeien’. Op eigen kracht vrees ik, dat wel. Bijzonder. Toch een andere aanpak van bermonderhoud dan het letterlijk aangeharkte, bemeste en besproeide Europa. Ergens zijn die aandoenlijke staakjes los in het zand een hoopgevend teken voor een nieuwe wind door de stad.

Een endje verderop bezet ik een grote rots tussen strand en zee. Een uur lang in de zon en de wind naar de zee staren op nix af. Er zijn redelijk wat mensen in het water. Mijn rots is leeg. Mijn zen-uurtje moet ik bekopen met een kreeftroje harses.

Een strandtentje is niet meer dan een stel golfplaten en een stukkie zeildoek. Picknicktafels binnen, tafeltjes en stoelen op het strand en je hebt gegarandeerd de hele dag klandizie. Farang (buitenlanders) zitten op het strand vanaf het middaguur te bieren en te klaverjassen tot zonsondergang.

Gijs gaat naar een meeting en ik neem nog een duik in het zwembad. Het is zó eerlijk verdeeld in het leven. Ik zóu me natuurlijk kunnen voornemen elke dag 40 baantjes te trekken. Small babysteps: ik begin met 2x 4 baantjes.